Zwakke werkwoorden

 

Zwakke werkwoorden: tegenwoordige tijd

Bekijk hier de uitleg- en oefenvideo over regelmatige werkwoorden
(hieronder uitgelegd bij A)

A standaardgroep (= alle werkwoorden behalve groep B en C)

voorbeeld: machen [=maken, doen]
ich
du
er /sie/es
wir
ihr
sie/Sie

mache
machst
macht
machen
macht
machen

ik doe/maak
jij doet/maakt
hij/zij/het doet/maakt
wij doen/maken
jullie doen/maken
zij doen/maken // u doet/maakt

Bekijk de uitleg- en oefenvideo over de bijzonderheden bij
regelmatige werkwoorden (hieronder uitgelegd bij B en C):

B als de stam op een s-klank eindigt (Wat zijn s-klanken?)

voorbeeld: reisen [= reizen]
ich
du
er /sie/es
wir
ihr
sie/Sie

reise
reist
ALLEEN hier afwijkend dus!
reist
reisen
reist
reisen

ik reis
jij reist
hij/zij/het reist
wij reizen
jullie reizen
zij reizen / u reist

C als de stam op een -d, -t, eindigt, en bij de volgende werkwoorden:

atmen = ademen
regnen = regenen
öffnen = opendoen / openen
rechnen = rekenen
zeichnen = tekenen
begegnen = tegenkomen

voorbeeld: reden [= praten]
ich
du
er /sie/es
wir
ihr
sie/Sie

rede
redest
redet
reden
redet
reden

ik praat
jij praat
hij/zij/het praat
wij praten
jullie praten
zij praten // u praat

Zwakke werkwoorden: verleden tijd

A standaardgroep (= alle werkwoorden behalve groep B)

voorbeeld: machen [=maken, doen]
ich
du
er /sie/es
wir
ihr
sie/Sie

machte
machtest
machte
machten
machtet
machten

ik doe/maak
jij doet/maakt
hij/zij/het doet/maakt
wij doen/maken
jullie doen/maken
zij doen/maken // u doet/maakt

B als de stam eindigt op -d, -t of het is een van de werkwoorden:
atmen, regnen, öffnen, rechnen, begegnen, zeichnen

voorbeeld: reden [= praten]
ich
du
er /sie/es
wir
ihr
sie/Sie

redete
redetest
redete
redeten
redetet
redeten

ik praatte
jij praatte
hij/zij/het praatte
wij praatten
jullie praatten
zij praatten // u praatte

 

 

 

Zwakke werkwoorden: voltooid deelwoord

Het voltooid deelwoord maak je van:

ge + er/sie/es-vorm van het werkwoord in de tegenwoordige tijd

bijv: ge + (er/sie/es) macht = gemacht:
Sie hat es alleine gemacht.

bijv. ge + (er/sie/es) redet = geredet :
Er hat mit ihr geredet.

 

LET OP:
De klemtoon moet op de eerste lettergreep vallen. Anders komt er geen ge: voor.voorbeeld: studiéren
Hij heeft gestudeerd. – Er hat studiert.
voorbeeld: verkáufen:
Ze heeft de auto verkocht. – Sie hat das Auto verkauft.

xyz

Zwakke werkwoorden: gebiedende wijs

A als je tegen één persoon praat: enkelvoud

Dan gebruik je de ich-vorm van het werkwoord
Ilse, wacht op mij!
– Ilse, warte auf mich! (vergelijk: ich warte)

B als je tegen meer personen praat: meervoud

Dan gebruik je de ihr-vorm van het werkwoord
Jongens, wacht even hier!
– Jungs, wartet mal hier! (vergelijk: ihr wartet)

C beleefdheidsvorm

Sie-vorm van het werkwoord
Meneer Küppers, wacht u alstublieft even!
– Herr Küppers, warten Sie bitte einen Moment! (vergelijk: Sie warten)

Wat zijn s-klanken ?

werkwoorden waarvan de stam eindigt op een s-klank zijn bijvoorbeeld:

reisen = reizen
mixen = mixen
heizen = verwarmen
heißen = heten
vermissen = missen