SORRY…afwijkend van de vraag zelf even deze reactie: Natuurlijk hebben we het over vwo-leerlingen, maar we weten ook allemaal dat deze leerlingen verplicht een taal erbij moeten kiezen, dat de verschillen in niveaus behoorlijk zijn, soms afhankelijk van de regio en zeker ook qua uren toebedeeld aan vakgroepen.
Het eindexamen zelf is meer en meer verworven tot een algemene taalvaardigheidstest waarbij leesstrategieën kunnen toepassen tot hogere scores leidt dan daadwerkelijk talent hebben voor het vak, dus ik ben het daarin eens met jou, Marianne.
Persoonlijk vind ik dat onze leerlingen harder worden afgerekend/afgestraft dan bij andere vakken. Daar hoeven ze soms maar de helft goed te doen voor een ruime voldoende (de bètavakken bijvoorbeeld die veelal een N-term van boven de 1 krijgen. Bij ons vak was dat in de afgelopen jaren een cijfer ruim onder de 5.
Ik gun het de leerlingen dat ze beloond worden als ze meer dan 60% goed hebben! Bij 30 punten in dit examen heeft de leerling 62,5% goed en dat zou bij een N-term van 0,2 (wat sommigen hier hopen) het cijfer 5,8 opleveren… Wat is daar rechtvaardig aan? En waarom is dat alleen bij ons vak het geval?
(VOETNOOT: dit laatste frustreert me al jaren. Valt het op 😉 ??)
-
Diese Antwort wurde vor 7 Stunden, 59 Minuten von
GabrielleFr geändert.