{"id":678,"date":"2017-08-15T12:03:40","date_gmt":"2017-08-15T10:03:40","guid":{"rendered":"https:\/\/www.duits.de\/vaklokaal\/?page_id=678"},"modified":"2017-08-15T12:05:06","modified_gmt":"2017-08-15T10:05:06","slug":"konjunktiv","status":"publish","type":"page","link":"https:\/\/www.duits.de\/vaklokaal\/grammatica\/werkwoorden\/konjunktiv\/","title":{"rendered":"Konjunktiv"},"content":{"rendered":"<h4>Konjunktiv<\/h4>\n<table style=\"border-collapse: collapse;\" width=\"90%\" cellspacing=\"0\" cellpadding=\"15\" bgcolor=\"#EFEFEF\">\n<tbody>\n<tr>\n<td>\n<ul>\n<li><a href=\"#konj1\">Konjunktiv 1<\/a>:<br \/>\nom andermans woorden weer te geven in de\u00a0&#8220;indirecte rede&#8221;.\u00a0Komt vooral in formele taal voor. Deze moet je vooral <strong>herkennen.<\/strong><\/li>\n<li><a href=\"#konj2\">Konjunktiv 2<\/a>:<br \/>\nom iets beleefd te zeggen of aan te geven dat het een\u00a0mogelijkheid is. Deze komt\u00a0vaak in spreektaal voor. Deze moet je vooral kunnen <strong>toepassen.<\/strong><\/li>\n<\/ul>\n<\/td>\n<\/tr>\n<\/tbody>\n<\/table>\n<p><a name=\"konj1\"><\/a><\/p>\n<table style=\"border-collapse: collapse;\" border=\"0\" width=\"90%\" cellspacing=\"0\" cellpadding=\"15\" bgcolor=\"#FFFFC4\">\n<tbody>\n<tr>\n<td width=\"90%\">\n<h3>Konjunktiv 1<\/h3>\n<p>Deze vormen van het het werkwoord kom je vaak tegen in kranten en\u00a0kun je dagelijks horen in bijv. het Duitse journaal. De Konjunktiv 1 wordt (dus) vaak\u00a0gebruikt in wat offici\u00ebler taalgebruik.<\/p>\n<p>Hij wordt vooral gebruikt om (achteraf) andermans woorden weer te\u00a0geven in de zogenaamde &#8220;indirecte rede&#8221;. Die indirecte rede wordt gebruikt om\u00a0een beetje afstand te nemen van wat iemand zegt. Je weet immers niet zeker of het klopt\u00a0wat een bepaalde persoon of bron heeft gezegd.<\/p>\n<p>Een voorbeeld uit een journaal, waarin de nieuwslezer bericht over\u00a0een scheepsramp:<\/p>\n<ul>\n<li><b>directe rede:<br \/>\n<\/b>&#8220;Er zijn drie overlevenden gevonden.&#8221; (men weet het zeker: directe rede)<br \/>\n&#8211; &#8220;Drei \u00dcberlebende <i>sind<\/i> gefunden worden.&#8221;<\/li>\n<li><b>indirecte rede:<br \/>\n<\/b>&#8220;Er zouden drie overlevenden gevonden zijn.&#8221; (men weet het nog niet zeker:\u00a0indirecte rede)<br \/>\n&#8220;Es <i>seien<\/i> drei \u00dcberlebende gefunden worden.&#8221;<\/li>\n<\/ul>\n<p>Je ziet dat in het Duits <i>sind <\/i>verandert in <i>seien<\/i>, in\u00a0het Nederlands <i>zijn <\/i>in <i>zouden zijn.<\/i><\/p>\n<p><b>Hoe maak je de Konjunktiv 1?<\/b><\/p>\n<table style=\"border-collapse: collapse;\" border=\"0\" cellspacing=\"0\" cellpadding=\"6\">\n<tbody>\n<tr>\n<td colspan=\"2\" align=\"LEFT\" valign=\"TOP\">voorbeeld: <b>machen <\/b><\/td>\n<td align=\"LEFT\" valign=\"TOP\"><\/td>\n<\/tr>\n<tr bgcolor=\"#FF8040\">\n<td align=\"RIGHT\" bgcolor=\"#FFFFFF\">ich<br \/>\ndu<br \/>\ner\/sie\/es<br \/>\nwir<br \/>\nihr<br \/>\nsie\/Sie<\/td>\n<td align=\"RIGHT\" bgcolor=\"#FFFFFF\">\n<p align=\"left\">mach<b>e<br \/>\n<\/b> mach<b>est<br \/>\n<\/b>mach<b>e<br \/>\n<\/b> mach<b>en<br \/>\n<\/b> mach<b>et<br \/>\n<\/b>mach<b>en<\/b><\/p>\n<\/td>\n<td bgcolor=\"#FFFFFF\">ik zou maken\/doen<br \/>\njij zou maken\/doen<br \/>\nhij\/zij\/het zou maken\/doen<br \/>\nwij zouden maken\/doen<br \/>\njullie zouden maken\/doen<br \/>\nzij zouden maken\/doen \/\/ u zou maken\/doen<\/td>\n<\/tr>\n<\/tbody>\n<\/table>\n<p><b>uitzondering: sein<\/b><\/p>\n<table style=\"border-collapse: collapse;\" border=\"0\" cellspacing=\"0\" cellpadding=\"6\">\n<tbody>\n<tr>\n<td colspan=\"2\" align=\"LEFT\" valign=\"TOP\">voorbeeld: <b>sein <\/b><\/td>\n<td align=\"LEFT\" valign=\"TOP\"><\/td>\n<\/tr>\n<tr bgcolor=\"#FF8040\">\n<td align=\"RIGHT\" bgcolor=\"#FFFFFF\">ich<br \/>\ndu<br \/>\ner\/sie\/es<br \/>\nwir<br \/>\nihr<br \/>\nsie\/Sie<\/td>\n<td align=\"RIGHT\" bgcolor=\"#FFFFFF\">\n<p align=\"left\"><b> sei<br \/>\nseiest<br \/>\nsei<br \/>\nseien<br \/>\nseiet<br \/>\nseien<\/b><\/p>\n<\/td>\n<td bgcolor=\"#FFFFFF\">ik zou zijn<br \/>\njij zou zijn<br \/>\nhij\/zij\/het zou zijn<br \/>\nwij zouden zijn<br \/>\njullie zouden zijn<br \/>\nzij zouden zijn \/\/ u zou zijn<\/td>\n<\/tr>\n<\/tbody>\n<\/table>\n<\/td>\n<\/tr>\n<\/tbody>\n<\/table>\n<p><a href=\"#top\"><img data-attachment-id=\"629\" data-permalink=\"https:\/\/www.duits.de\/vaklokaal\/grammatica\/werkwoorden\/zwakke-werkwoorden\/up\/\" data-orig-file=\"https:\/\/i0.wp.com\/www.duits.de\/vaklokaal\/wp-content\/uploads\/2017\/08\/up.png?fit=14%2C30&amp;ssl=1\" data-orig-size=\"14,30\" data-comments-opened=\"1\" data-image-meta=\"{&quot;aperture&quot;:&quot;0&quot;,&quot;credit&quot;:&quot;&quot;,&quot;camera&quot;:&quot;&quot;,&quot;caption&quot;:&quot;&quot;,&quot;created_timestamp&quot;:&quot;0&quot;,&quot;copyright&quot;:&quot;&quot;,&quot;focal_length&quot;:&quot;0&quot;,&quot;iso&quot;:&quot;0&quot;,&quot;shutter_speed&quot;:&quot;0&quot;,&quot;title&quot;:&quot;&quot;,&quot;orientation&quot;:&quot;0&quot;}\" data-image-title=\"up\" data-image-description=\"\" data-image-caption=\"\" data-medium-file=\"https:\/\/i0.wp.com\/www.duits.de\/vaklokaal\/wp-content\/uploads\/2017\/08\/up.png?fit=14%2C30&amp;ssl=1\" data-large-file=\"https:\/\/i0.wp.com\/www.duits.de\/vaklokaal\/wp-content\/uploads\/2017\/08\/up.png?fit=14%2C30&amp;ssl=1\" loading=\"lazy\" class=\"alignleft size-full wp-image-629\" src=\"https:\/\/i0.wp.com\/www.duits.de\/vaklokaal\/wp-content\/uploads\/2017\/08\/up.png?resize=14%2C30&#038;ssl=1\" alt=\"\" width=\"14\" height=\"30\" data-recalc-dims=\"1\" \/><\/a><\/p>\n<p><a name=\"konj2\"><\/a><\/p>\n<table style=\"border-collapse: collapse;\" border=\"0\" width=\"90%\" cellspacing=\"0\" cellpadding=\"15\" bgcolor=\"#FFFFC4\">\n<tbody>\n<tr>\n<td width=\"90%\">\n<h3>Konjunktiv 2<\/h3>\n<ul>\n<li><b>Wanneer gebruik je de Konjunktiv 2 ?<u><br \/>\n<\/u><\/b>Als je wilt aangeven dat je niet opdringerig wilt zijn maar dat je op een beleefde\u00a0en sympathieke manier iets wilt bereiken gebruik je de Konjunktiv. Dat is in het Duits<br \/>\nniet overdreven onderdanig ofzo. Ook geef je er een mogelijkheid (het is denkbaar dat) mee\u00a0aan. Het is belangrijk dat je deze vormen veel gebruikt. Je kunt ze wel vermijden maar dat\u00a0staat heel raar.<\/li>\n<li><b>Is zoiets er in het Nederlands ook ?<u><br \/>\n<\/u><\/b>In het Nederlands hebben we niet zo&#8217;n bepaalde soort werkwoordsvorm om beleefdheid\u00a0of een mogelijkheid aan te geven. Wij gebruiken vaak <i>zouden <\/i>(samen met een\u00a0infinitief), maar ook andere woorden die aangeven dat je met beleefdheid of een\u00a0mogelijkheid te maken hebt.<\/li>\n<\/ul>\n<p>Als je <i>zouden <\/i>of een van deze woorden in het Nederlands\u00a0tegenkomt is de kans dus groot dat je in het Duits de Konjunktiv gebruikt:<\/p>\n<ul>\n<li><b>om beleefdheid aan te geven:<br \/>\n<\/b>zouden: Ik zou liever thee willen. (Dus niet: Ik wil thee!)<br \/>\nhadden: Ik had graag een biertje. (Dus niet: Ik wil bier!)<br \/>\neven: Mag ik even bellen ? (Dus niet: Ik wil bellen!)<br \/>\nmisschien: Heb je misschien een vuurtje ? (Dus niet: Geef een vuurtje!)<\/li>\n<li><b>om een mogelijkheid (het is denkbaar dat) aan te geven:<\/b><br \/>\nalsof: Hij doet alsof hij hier de baas is. (Hij is het niet, maar je kunt het je<br \/>\nvoorstellen, het is mogelijk.)<br \/>\nhadden: Had dat even gezegd ! (De ander heeft het niet gezegd, maar het was mogelijk.)<br \/>\nzouden: Dat zou mooi zijn. (Het is nog niet zover, maar het is mogelijk en je hoopt erop.)<\/li>\n<\/ul>\n<p><b>Uitgangen Konjunktiv 2: er zijn twee groepen<\/b><\/p>\n<table style=\"border-collapse: collapse;\" border=\"0\" cellspacing=\"0\" cellpadding=\"6\">\n<tbody>\n<tr>\n<td align=\"LEFT\" valign=\"TOP\">voorbeeld: <b>w\u00fcrden <\/b><\/td>\n<td align=\"LEFT\" valign=\"TOP\"><\/td>\n<td align=\"LEFT\" valign=\"TOP\"><\/td>\n<\/tr>\n<tr bgcolor=\"#FF8040\">\n<td align=\"RIGHT\" bgcolor=\"#FFFFFF\">ich<br \/>\ndu<br \/>\ner\/sie\/es<br \/>\nwir<br \/>\nihr<br \/>\nsie\/Sie<\/td>\n<td align=\"RIGHT\" bgcolor=\"#FFFFFF\">\n<p align=\"left\">w\u00fcrd<b>e<br \/>\n<\/b> w\u00fcrd<b>est<br \/>\n<\/b> w\u00fcrd<b>e<br \/>\n<\/b> w\u00fcrd<b>en<br \/>\n<\/b> w\u00fcrd<b>et<br \/>\n<\/b> w\u00fcrd<b>en<\/b><\/p>\n<\/td>\n<td bgcolor=\"#FFFFFF\">ik zou<br \/>\njij zou<br \/>\nhij\/zij\/het zou<br \/>\nwij zouden<br \/>\njullie zouden<br \/>\nzij zouden \/ u zou<\/td>\n<\/tr>\n<\/tbody>\n<\/table>\n<p><b>Groep 1: werkwoorden met dezelfde uitgangen als <i>w\u00fcrden<\/i><\/b><\/p>\n<ul>\n<li><b>zou hebben = h\u00e4tten<br \/>\n<\/b>Ik had graag een biertje. (beleefdheid; hadden)<br \/>\n&#8211; Ich h\u00e4tte gern ein Bier.<\/li>\n<li><b>zou kunnen = k\u00f6nnten<br \/>\n<\/b>Zou je even kunnen helpen ? (beleefdheid, mogelijkheid; even)<br \/>\n&#8211; K\u00f6nntest du mal helfen ?<\/li>\n<li><b>zou moeten = m\u00fcssten<br \/>\n<\/b>Het zou hier ergens moeten zijn. (mogelijkheid; zouden)<br \/>\n&#8211; Es m\u00fc\u00dfte hier irgendwo sein.<\/li>\n<li><b>zou weten = w\u00fcssten<\/b><br \/>\nZou u dat misschien weten ? (beleefdheid, mogelijkheid; misschien)<br \/>\n&#8211; W\u00fc\u00dften Sie das vielleicht ?<\/li>\n<li><b>zou willen = m\u00f6chten<br \/>\n<\/b>Ik wil graag thee. (beleefdheid)<br \/>\n&#8211; Ich m\u00f6chte Tee.<\/li>\n<li><b>zou zijn = w\u00e4ren<br \/>\n<\/b>Hij doet alsof hij de baas is. (mogelijkheid; alsof)<br \/>\n&#8211; Er tut so, als w\u00e4re er der Chef. \/ Er tut so, als ob er der Chef w\u00e4re.<\/li>\n<\/ul>\n<p><b>Groep 2: alle andere werkwoorden: <\/b><\/p>\n<p><b><br \/>\nDie maak je door de combinatie van w\u00fcrden en de infinitief:<\/b><\/p>\n<ul>\n<li>bijv. <b>zou doen = w\u00fcrden + tun:<\/b><br \/>\nZoiets zou ik nooit doen.<br \/>\n&#8211; So etwas w\u00fcrde ich nie tun.<\/li>\n<li>bijv. <b>zou helpen = w\u00fcrden + helfen:<br \/>\n<\/b>Je zou me toch helpen bij de afwas ?<br \/>\n&#8211; Du w\u00fcrdest mir doch beim Abwasch helfen ?<\/li>\n<\/ul>\n<p><b>op dezelfde manier alle andere werkwoorden:<\/p>\n<p><\/b>Bijvoorbeeld<\/p>\n<ul>\n<li>zou werken = w\u00fcrden + arbeiten,<\/li>\n<li>zou begrijpen = w\u00fcrden + verstehen,<\/li>\n<li>zou\u00a0luisteren = w\u00fcrden + zuh\u00f6ren<\/li>\n<li>enzovoort<\/li>\n<\/ul>\n<table style=\"border-collapse: collapse;\" border=\"0\" width=\"80%\" cellspacing=\"0\" cellpadding=\"6\" bgcolor=\"#FFFFFF\">\n<tbody>\n<tr>\n<td><b>LET OP:<\/b><br \/>\nAls je iemand om een dienst vraagt en je gebruikt <i>w\u00fcrden<\/i>, dan betekent het <i>zou\u00a0willen<\/i>:<\/p>\n<ul>\n<li>W\u00fcrdest du mir mal helfen ?<br \/>\n&#8211; Zou je me even willen helpen ?<\/li>\n<li>In alle andere gevallen betekent het <i>zouden<\/i>:<br \/>\nSo etwas w\u00fcrde ich nie tun.<br \/>\n&#8211; Zoiets zou ik nooit doen.<\/li>\n<\/ul>\n<\/td>\n<\/tr>\n<\/tbody>\n<\/table>\n<\/td>\n<\/tr>\n<\/tbody>\n<\/table>\n<p><a href=\"#top\"><img data-attachment-id=\"629\" data-permalink=\"https:\/\/www.duits.de\/vaklokaal\/grammatica\/werkwoorden\/zwakke-werkwoorden\/up\/\" data-orig-file=\"https:\/\/i0.wp.com\/www.duits.de\/vaklokaal\/wp-content\/uploads\/2017\/08\/up.png?fit=14%2C30&amp;ssl=1\" data-orig-size=\"14,30\" data-comments-opened=\"1\" data-image-meta=\"{&quot;aperture&quot;:&quot;0&quot;,&quot;credit&quot;:&quot;&quot;,&quot;camera&quot;:&quot;&quot;,&quot;caption&quot;:&quot;&quot;,&quot;created_timestamp&quot;:&quot;0&quot;,&quot;copyright&quot;:&quot;&quot;,&quot;focal_length&quot;:&quot;0&quot;,&quot;iso&quot;:&quot;0&quot;,&quot;shutter_speed&quot;:&quot;0&quot;,&quot;title&quot;:&quot;&quot;,&quot;orientation&quot;:&quot;0&quot;}\" data-image-title=\"up\" data-image-description=\"\" data-image-caption=\"\" data-medium-file=\"https:\/\/i0.wp.com\/www.duits.de\/vaklokaal\/wp-content\/uploads\/2017\/08\/up.png?fit=14%2C30&amp;ssl=1\" data-large-file=\"https:\/\/i0.wp.com\/www.duits.de\/vaklokaal\/wp-content\/uploads\/2017\/08\/up.png?fit=14%2C30&amp;ssl=1\" loading=\"lazy\" class=\"alignleft size-full wp-image-629\" src=\"https:\/\/i0.wp.com\/www.duits.de\/vaklokaal\/wp-content\/uploads\/2017\/08\/up.png?resize=14%2C30&#038;ssl=1\" alt=\"\" width=\"14\" height=\"30\" data-recalc-dims=\"1\" \/><\/a><\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Konjunktiv Konjunktiv 1: om andermans woorden weer te geven in de\u00a0&#8220;indirecte rede&#8221;.\u00a0Komt vooral in formele taal voor. Deze moet je vooral herkennen. Konjunktiv 2: om iets beleefd te zeggen of aan te geven dat het een\u00a0mogelijkheid is. Deze komt\u00a0vaak in<\/p>\n","protected":false},"author":1,"featured_media":0,"parent":150,"menu_order":0,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","template":"","meta":{"jetpack_post_was_ever_published":false},"jetpack_sharing_enabled":true,"jetpack_shortlink":"https:\/\/wp.me\/P94ePm-aW","jetpack-related-posts":[{"id":26,"url":"https:\/\/www.duits.de\/vaklokaal\/grammatica\/","url_meta":{"origin":678,"position":0},"title":"GRAMMATIK","date":"12. augustus 2017","format":false,"excerpt":"Wat zoek je? Werkwoorden onregelmatige zwakke sterke met haben met vaste naamval Konjunktiv lijdende vorm Naamvallen Wanneer welke? DER- | EIN-groep bijvoeglijk naamwoord voorzetsels en werkwoorden met naamvallen bijzonderheden Zelfstandig naamwoord hoofdletter of kleine ? der, die of das ? samengestelde woorden meervoud maken verkleinvormen Voornaamwoord betrekkelijk persoonlijk wederkerend vragend\u2026","rel":"","context":"Soortgelijk bericht","img":{"alt_text":"","src":"","width":0,"height":0},"classes":[]},{"id":150,"url":"https:\/\/www.duits.de\/vaklokaal\/grammatica\/werkwoorden\/","url_meta":{"origin":678,"position":1},"title":"Werkwoorden","date":"12. augustus 2017","format":false,"excerpt":"Wat zoek je? Werkwoorden onregelmatige zwakke sterke met haben met vaste naamval Konjunktiv lijdende vorm Naamvallen Wanneer welke? DER- | EIN-groep bijvoeglijk naamwoord voorzetsels en werkwoorden met naamvallen bijzonderheden Zelfstandig naamwoord hoofdletter of kleine ? der, die of das ? samengestelde woorden meervoud maken verkleinvormen Voornaamwoord betrekkelijk persoonlijk wederkerend vragend\u2026","rel":"","context":"Soortgelijk bericht","img":{"alt_text":"","src":"","width":0,"height":0},"classes":[]},{"id":153,"url":"https:\/\/www.duits.de\/vaklokaal\/grammatica\/naamvallen\/","url_meta":{"origin":678,"position":2},"title":"Naamvallen","date":"12. augustus 2017","format":false,"excerpt":"Wat zoek je? Werkwoorden onregelmatige zwakke sterke met haben met vaste naamval Konjunktiv lijdende vorm Naamvallen Wanneer welke? DER- | EIN-groep bijvoeglijk naamwoord voorzetsels en werkwoorden met naamvallen bijzonderheden Zelfstandig naamwoord hoofdletter of kleine ? der, die of das ? samengestelde woorden meervoud maken verkleinvormen Voornaamwoord betrekkelijk persoonlijk wederkerend vragend\u2026","rel":"","context":"Soortgelijk bericht","img":{"alt_text":"","src":"","width":0,"height":0},"classes":[]},{"id":159,"url":"https:\/\/www.duits.de\/vaklokaal\/grammatica\/voornaamwoord\/","url_meta":{"origin":678,"position":3},"title":"Voornaamwoord","date":"12. augustus 2017","format":false,"excerpt":"Wat zoek je? Werkwoorden onregelmatige zwakke sterke met haben met vaste naamval Konjunktiv lijdende vorm Naamvallen Wanneer welke? DER- | EIN-groep bijvoeglijk naamwoord voorzetsels en werkwoorden met naamvallen bijzonderheden Zelfstandig naamwoord hoofdletter of kleine ? der, die of das ? samengestelde woorden meervoud maken verkleinvormen Voornaamwoord betrekkelijk persoonlijk wederkerend vragend\u2026","rel":"","context":"Soortgelijk bericht","img":{"alt_text":"","src":"","width":0,"height":0},"classes":[]},{"id":155,"url":"https:\/\/www.duits.de\/vaklokaal\/grammatica\/zelfstandig-naamwoord\/","url_meta":{"origin":678,"position":4},"title":"Zelfstandig naamwoord","date":"12. augustus 2017","format":false,"excerpt":"Wat zoek je? Werkwoorden onregelmatige zwakke sterke met haben met vaste naamval Konjunktiv lijdende vorm Naamvallen Wanneer welke? DER- | EIN-groep bijvoeglijk naamwoord voorzetsels en werkwoorden met naamvallen bijzonderheden Zelfstandig naamwoord hoofdletter of kleine ? der, die of das ? samengestelde woorden meervoud maken verkleinvormen Voornaamwoord betrekkelijk persoonlijk wederkerend vragend\u2026","rel":"","context":"Soortgelijk bericht","img":{"alt_text":"","src":"","width":0,"height":0},"classes":[]},{"id":457,"url":"https:\/\/www.duits.de\/vaklokaal\/lezen\/haal-meer-uit-je-woordenboek\/","url_meta":{"origin":678,"position":5},"title":"Haal meer uit je woordenboek","date":"14. augustus 2017","format":false,"excerpt":"Werken met het woordenboek Duits-Nederlands De beste tips Vergroot je woordenschat\u00a0 Wat je al weet hoef je niet op te zoeken en bespaart je kostbare opzoektijd. Het woordenboek juist NIET ALTIJD gebruiken => slim raden en afleiden =? tijd besparen. Je hebt tijdwinst nodig, vooral tijdens het eindexamen lezen. Als\u2026","rel":"","context":"Soortgelijk bericht","img":{"alt_text":"","src":"","width":0,"height":0},"classes":[]}],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.duits.de\/vaklokaal\/wp-json\/wp\/v2\/pages\/678"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.duits.de\/vaklokaal\/wp-json\/wp\/v2\/pages"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.duits.de\/vaklokaal\/wp-json\/wp\/v2\/types\/page"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.duits.de\/vaklokaal\/wp-json\/wp\/v2\/users\/1"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.duits.de\/vaklokaal\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=678"}],"version-history":[{"count":2,"href":"https:\/\/www.duits.de\/vaklokaal\/wp-json\/wp\/v2\/pages\/678\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":680,"href":"https:\/\/www.duits.de\/vaklokaal\/wp-json\/wp\/v2\/pages\/678\/revisions\/680"}],"up":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.duits.de\/vaklokaal\/wp-json\/wp\/v2\/pages\/150"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.duits.de\/vaklokaal\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=678"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}