{"id":65978,"date":"2018-11-18T15:24:17","date_gmt":"2018-11-18T14:24:17","guid":{"rendered":"https:\/\/www.duits.de\/docenten\/?p=65978"},"modified":"2018-11-18T15:32:42","modified_gmt":"2018-11-18T14:32:42","slug":"lokaal-122-week-10-to-kahoot-or-not-to-kahoot","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.duits.de\/docenten\/2018\/11\/18\/lokaal-122-week-10-to-kahoot-or-not-to-kahoot\/","title":{"rendered":"Lokaal 122 week 10: To Kahoot! or not to Kahoot?!"},"content":{"rendered":"<p><span style=\"font-family: arial, helvetica, sans-serif;\">Neem deze vraag niet al te letterlijk. Het gaat mij om de keuze van, laat ik het noemen: &#8222;aantrekkelijke werkvormen.&#8220; Net als elke docent ben ik op zoek naar werkvormen die actief leren oproepen \u00e8n leerzaam zijn. Kahoot! bijvoorbeeld is niet voor niets een succesnummer: De adrenaline giert door de kids als ze meedoen. Maar wat leer je er eigenlijk van? In deze aflevering van lokaal 122 een paar activerende werkvormen.<\/span><\/p>\n<p><span style=\"font-family: arial, helvetica, sans-serif;\">In zijn lezingen maakt Dylan Wiliam &#8211; ja, daar is &#8218;ie weer &#8211; regelmatig de vergelijking van docenten met eksters. Ze zoeken naar iets moois dat glimt, gebruiken het een tijdje en laten het daarna uit hun handen vallen voor weer iets anders. In zijn begeleidings- en trainingswerk met docenten kwam hij regelmatig collega&#8217;s tegen die hem &#8211; als een bepaalde werkvorm aan bod kwam &#8211; vertelden &#8222;Ja, dat ken ik, dat heb ik toen ook een tijdje gedaan.&#8220; Maar waarom gebruiken ze eigenlijk een bepaalde werkvorm niet meer? Voor de beantwoording van deze vraag draai ik het hier even om.\u00a0In mijn geval is de kans groot dat ik een werkvorm blijf gebruiken als<\/span><\/p>\n<ul>\n<li><span style=\"font-family: arial, helvetica, sans-serif;\">&#8230; er zo min mogelijk materialen \/ techniek \/ uitleg \/ spelregels aan te pas komt\/komen: je moet snel kunnen starten\u00a0(uitvoerbaarheid)<\/span><\/li>\n<li><span style=\"font-family: arial, helvetica, sans-serif;\">&#8230; er zo min mogelijk voorbereiding (ik verveel me niet&#8230;) voor nodig is\u00a0 (uitvoerbaarheid)<\/span><\/li>\n<li><span style=\"font-family: arial, helvetica, sans-serif;\">&#8230; de duur en de inhoud van de activiteit flexibel is (uitvoerbaarheid)<\/span><\/li>\n<li><span style=\"font-family: arial, helvetica, sans-serif;\">&#8230; het dicht zit op de leerdoelen en de verwerking van de leerstof van dat moment (relevantie)<\/span><\/li>\n<li><span style=\"font-family: arial, helvetica, sans-serif;\">&#8230; alle leerlingen gelijktijdig bezig kunnen zijn met de inhoud in plaats van de vorm \/ alles er omheen. (rendement)<\/span><\/li>\n<\/ul>\n<p><span style=\"font-family: arial, helvetica, sans-serif;\">Nu ik het lijstje hierboven teruglees ontbreekt motivatie. Niet helemaal toevallig denk ik. Voor mij is dat geen doel maar een middel. &#8222;De leerlingen vonden het erg leuk!&#8220; of &#8222;Ze waren allemaal druk bezig!&#8220; vormen geen bewijs dat er op dat moment ook iets <em>geleerd<\/em> wordt. Dit soort waarnemingen vormen daarmee een valkuil voor ons docenten, zeker als we leerlingen vaak wat passief voor ons zien springt je hart op als je ze helemaal op ziet gaan in de actie!\u00a0Van de week had ik nog een leerling (die normaal gesproken niet veel doet in de les) die er [toen we met de wheeldecide wielen werkten] even spontaan uit flapte: &#8222;Dit is l\u00e9uk!&#8220;. Het is geen toeval dat ik me dat moment nog herinner! Welke leraar is daar nu niet gevoelig voor?<\/span><\/p>\n<p><span style=\"font-family: arial, helvetica, sans-serif;\">Naar mijn ervaring ontstaat motivatie al snel als het een activiteit is die kinderen activeert, prikkelt, n\u00e8t een beetje onvoorspelbaar-uitdaagt (een spel-element is daarom leuk en maakt gelijktijdigheid mogelijk) en het gevoel geeft dat ze daardoor iets beter begrijpen of kunnen. Maar leer je er ook echt meer Duits door? &#8211; dat moet toch de leidende vraag zijn. Dat geldt ook voor creatieve- spel-werkvormen in de klas. De opdracht: &#8222;Teken een nieuwe voorkant voor een in het Duits gelezen boek&#8220; is zeker creatief, maar hoe is je Duits er dan op vooruit gegaan in dat uur? &#8211; vroeg hij wat zuinig.<\/span><\/p>\n<p><span style=\"font-family: arial, helvetica, sans-serif;\">Ik hoor je denken: &#8222;Paul, als je zo doorredeneert wordt het vak Duits een super-effici\u00ebnte leermachine. Alles moet wijken voor rendement&#8220; Nee, dat lijkt me alleen al in pedagogisch opzicht niet bepaald gewenst. Eigen inbreng, creativiteit en allerlei informele momenten in de les (= tijd voor contact) zijn minstens zo belangrijk. Mijn derdeklassers tekenen op dit moment een (droom)huisplattegrond ten behoeve van hun komende mondelinge toets in de toetsweek begin januari. Ik geef aan: stop er niet te veel tijd in, &#8222;en probeer al tijdens het tekenen te bedenken hoe je de kijker\/luisteraar door je huis gaat rondleiden&#8220;. Ze kregen er 20 minuten voor in de les en mogen daar in Daltonuren of thuis aan verder, maar het hoeft geen Rembrandt te worden, benadruk ik.<\/span><\/p>\n<p><span style=\"font-family: arial, helvetica, sans-serif;\"><strong>To Kahoot! or not to Kahoot!<\/strong><\/span><\/p>\n<p><span style=\"font-family: arial, helvetica, sans-serif;\"><img data-recalc-dims=\"1\" loading=\"lazy\" decoding=\"async\" class=\"alignnone size-full wp-image-65990\" src=\"https:\/\/i0.wp.com\/www.duits.de\/docenten\/wp-content\/uploads\/2018\/11\/kahoot.png?resize=600%2C377&#038;ssl=1\" alt=\"\" width=\"600\" height=\"377\" srcset=\"https:\/\/i0.wp.com\/www.duits.de\/docenten\/wp-content\/uploads\/2018\/11\/kahoot.png?w=600&amp;ssl=1 600w, https:\/\/i0.wp.com\/www.duits.de\/docenten\/wp-content\/uploads\/2018\/11\/kahoot.png?resize=300%2C189&amp;ssl=1 300w\" sizes=\"auto, (max-width: 600px) 100vw, 600px\" \/><\/span><\/p>\n<p><span style=\"font-family: arial, helvetica, sans-serif;\">Terug naar het voorbeeld <strong>Kahoot!<\/strong> Zelf heb ik er een handvol en ik gebruik ze graag. Vooral voor lesstof die leerlingen voor het grootste deel al zouden moeten weten en waar wat discussie over kan zijn. Dan kies ik er voor om leerlingen in duo&#8217;s te laten spelen, want dan overleggen ze samen over wat hun antwoord zou moeten zijn. Elke vertraging die denken oproept is waardevol. Zo verhelderen ze samen eventuele misconcepties (&#8222;Nee, <em>auf<\/em> stond in dat rijtje van +3\/+4 volgens mij dus die is het niet&#8220;) De eerste keer dat ik Kahoot! met ze speelde zag ik ze vooral met rode konen op een knopje rammen om maar de eerste te zijn. Omdat telkens de score even opduikt (misschien kan ik dat uitzetten, zodat de score pas aan het einde zichtbaar wordt?) en elke score emotie oproept blijven veel kinderen in de winnen-winnen-winnen stand en dat drukt de aandacht voor de inhoud al snel naar de achtergrond.<\/span><\/p>\n<p><span style=\"font-family: arial, helvetica, sans-serif;\">Het aanmelden door de leerlingen duurt mij eigenlijk ook vaak wat te lang en dan heb je nog dat het natuurlijk leuk is om je met een &#8222;gekke&#8220; naam aan te melden. Allemaal niet onoverkomelijk, maar wat mij betreft kleine nadelen. Kahoot is echter een prima formatieve tool omdat je aan de hand van de gekozen antwoorden kan zien hoe goed de leerlingen het kennen. Als bepaalde &#8222;afleiders&#8220; veel gekozen worden weet je dat de stof nog niet diep zit. Ik bespreek dan kort even waarom veel kinderen het verkeerde antwoord wellicht kozen. Nadeel is dat de kinderen precies op die momenten volop in de emotie zitten (&#8222;We zijn aan het winnen van Daan en Jeroen&#8220;) en de informatie niet super goed binnen komt. Ook een nadeel is dat je in het scherm tijdens het spel niet kunt zien wie dat antwoord koos. Je kunt het ze dus niet vragen. En de hele werkvorm suggereert een hoog tempo, in de zin van een actief &#8222;overhoorspel&#8220;. Daar vind ik nu juist Quizlet of WRTS beter geschikt voor. Kortom: Kahoot heeft zijn voordelen wat mij betreft, maar zeker ook een aantal nadelen.<\/span><\/p>\n<p><span style=\"font-family: arial, helvetica, sans-serif;\"><strong>Flitskaarten &#8211; maar dan anders dan ze verwachten<\/strong><\/span><\/p>\n<p><span style=\"font-family: arial, helvetica, sans-serif;\">In mijn knutselzomer heb ik een aantal sets gemaakt over verschillende onderwerpen, veelal grammatica om mee te oefenen en te automatiseren. Ik heb 7 teams in mijn klassen zitten en voor elk team een setje. Zo kan de hele klas tegelijk spelen.<\/span><\/p>\n<p><span style=\"font-family: arial, helvetica, sans-serif;\">Flitskaarten stuiten niet meteen op enthousiasme bij leerlingen, omdat ze al snel denken dat &#8222;leerling A wel even de leraar gaat spelen om bij leerling B feilloos vast te stellen wat B nog allemaal niet weet&#8220;. In de loop der jaren heb ik gemerkt dat ik bij flitskaarten er expliciet bij moet zeggen: &#8222;Dit is bedoeld om <span style=\"text-decoration: underline;\">mee<\/span> te leren, niet om mee te overhoren of je het al weet.&#8220; Ik merkte dat leerlingen ook in Daltonuren (als ze er zelf voor konden kiezen) telkens weer het argument gebruikten: &#8222;Ik moet het nog leren!&#8220; (ergo: dan kun je niet met flitskaarten werken of merk je telkens dat je het toch niet kan, dus &#8222;laat maar&#8220;.). Sindsdien laat ik ze er anders mee werken dan ze verwachten: Het stapeltje kaartjes ligt in het midden, het Nederlands bovenop. Je speelt om de beurt. Leerling A moet zeggen wat hij\/zij denkt dat de vertaling\/het antwoord is. Het kaartje blijft nog steeds liggen, maar leerling B (in een team ook C en D) moeten zeggen of ze het er mee eens zijn of aangeven wat het volgens hen dan wel moet zijn. Dan pas mag het kaartje omgedraaid worden. Zo leert iedereen in het duo\/team: iedereen stelt zijn kennis bij of voegt kennis toe. Zo lang niet iedereen het goed had blijft het kaartje in het stapeltje, anders wordt het uitgesorteerd. Deze manier van spelen voorkomt ook dat &#8211; als de kennis te scheef is in het team &#8211; \u00e9\u00e9n persoon alle kaartjes wint en de rest alleen maar denkt: &#8222;Ja, ik moet het nog leren, maar dat wist ik van tevoren al.&#8220; Kortom: zo leren ze te weinig en dat motiveert hen natuurlijk niet.<\/span><\/p>\n<p><span style=\"font-family: arial, helvetica, sans-serif;\">Soms gebruik ik een soort wissel\/carousselvorm in de les.<\/span><\/p>\n<p><span style=\"font-family: arial, helvetica, sans-serif;\"><img data-recalc-dims=\"1\" loading=\"lazy\" decoding=\"async\" class=\"alignnone size-full wp-image-65991\" src=\"https:\/\/i0.wp.com\/www.duits.de\/docenten\/wp-content\/uploads\/2018\/11\/rewe-opdracht.jpg?resize=600%2C338&#038;ssl=1\" alt=\"\" width=\"600\" height=\"338\" srcset=\"https:\/\/i0.wp.com\/www.duits.de\/docenten\/wp-content\/uploads\/2018\/11\/rewe-opdracht.jpg?w=600&amp;ssl=1 600w, https:\/\/i0.wp.com\/www.duits.de\/docenten\/wp-content\/uploads\/2018\/11\/rewe-opdracht.jpg?resize=300%2C169&amp;ssl=1 300w\" sizes=\"auto, (max-width: 600px) 100vw, 600px\" \/><\/span><\/p>\n<p><span style=\"font-family: arial, helvetica, sans-serif;\">Zo had ik laatst een opdracht voor klas 2 waar ze de Duitse vertaling van een aantal levensmiddelen moesten zien te vinden in een echte supermarktfolder en even moesten noteren. Ik had in het REWE filiaal 10 exemplaren meegenomen (een klassenset zag er wel \u00e8rg <em>dreist<\/em> uit om even mee te nemen&#8230;). Per team waren twee leerlingen bezig met de folderopdracht, de anderen met de flitskaarten over <em>haben<\/em> en <em>sein<\/em>. Even later ruilen. Hierdoor is iedereen actief en is er ook afwisseling.<\/span><\/p>\n<p><span style=\"font-family: arial, helvetica, sans-serif;\"><strong>Fliegenklatschen<\/strong><\/span><\/p>\n<p><span style=\"font-family: arial, helvetica, sans-serif;\">Wat een gaaf idee stond er laatst op de Facebookpagina <em>Leraar Duits<\/em>! Het voldeed aan mijn wensen: Flexibel, weinig spullen en je kunt er daardoor tegelijk veel leerlingen mee laten werken. Dus heb ik meteen 20 vliegenmeppers gekocht (\u00e0 33 cent).\u00a0Mijn 3-VWOers waren net de voorzetsels en bijbehorende naamvallen aan het stampen, dus paste het prima. Per team had ik voor hen: 2 vliegenmeppers, 3 A4tjes (eentje met &#8222;+3&#8220;, eentje met &#8222;+4&#8220; en eentje met &#8222;+3\/4&#8220; in het groot daarop) en hun eigen lesboeken.<\/span><\/p>\n<p><span style=\"font-family: arial, helvetica, sans-serif;\"><img data-recalc-dims=\"1\" loading=\"lazy\" decoding=\"async\" class=\"alignnone size-full wp-image-65989\" src=\"https:\/\/i0.wp.com\/www.duits.de\/docenten\/wp-content\/uploads\/2018\/11\/fliegenklatschen.jpg?resize=600%2C338&#038;ssl=1\" alt=\"\" width=\"600\" height=\"338\" srcset=\"https:\/\/i0.wp.com\/www.duits.de\/docenten\/wp-content\/uploads\/2018\/11\/fliegenklatschen.jpg?w=600&amp;ssl=1 600w, https:\/\/i0.wp.com\/www.duits.de\/docenten\/wp-content\/uploads\/2018\/11\/fliegenklatschen.jpg?resize=300%2C169&amp;ssl=1 300w\" sizes=\"auto, (max-width: 600px) 100vw, 600px\" \/><\/span><\/p>\n<p><span style=\"font-family: arial, helvetica, sans-serif;\">De teamleden gingen om de teamtafels staan. Twee leerlingen gingen &#8222;meppen&#8220;, de anderen noemden om en om in het Nederlands een voorzetsel uit hun boek in het Nederlands. De eerste die het goed in het Duits zei <span style=\"text-decoration: underline;\">\u00e8n<\/span> dan als eerste op het juiste nummer van de naamval mepte had gewonnen. De rest ging vanzelf: Na een poosje wisselden de leerlingen in de teams uit zichzelf. De tweede klas die er mee mocht werken op diezelfde dag merkte dat de meppers wat kleiner waren geworden: de stukken vlogen er af.\u00a0 Voor de hen had ik een variant gemaakt met lastige woorden (d.w.z. die je Duits-Nederlands niet snel kunt raden) of die een lastige spelling hebben. Even snel op kaartjes kopi\u00ebren en uitsnijden en klaar. De woorden kwamen uit de woordenlijsten van de aankomende toets. E\u00e9n nadeel bij deze werkvorm: herrie! Maar goed, in dit geval: heel veel rendement-herrie!<\/span><\/p>\n<p><span style=\"font-family: arial, helvetica, sans-serif;\"><strong>Meerkeuze stem uitbrengen<\/strong><\/span><\/p>\n<p><span style=\"font-family: arial, helvetica, sans-serif;\"><img data-recalc-dims=\"1\" loading=\"lazy\" decoding=\"async\" class=\"alignnone size-full wp-image-65988\" src=\"https:\/\/i0.wp.com\/www.duits.de\/docenten\/wp-content\/uploads\/2018\/11\/stemkaartjes.jpg?resize=600%2C338&#038;ssl=1\" alt=\"\" width=\"600\" height=\"338\" srcset=\"https:\/\/i0.wp.com\/www.duits.de\/docenten\/wp-content\/uploads\/2018\/11\/stemkaartjes.jpg?w=600&amp;ssl=1 600w, https:\/\/i0.wp.com\/www.duits.de\/docenten\/wp-content\/uploads\/2018\/11\/stemkaartjes.jpg?resize=300%2C169&amp;ssl=1 300w\" sizes=\"auto, (max-width: 600px) 100vw, 600px\" \/><\/span><\/p>\n<p><span style=\"font-family: arial, helvetica, sans-serif;\">Voor gebruik bij het oefenen van luistertoetsen heb ik jaren geleden gekleurde stemkaartjes gemaakt. Leerlingen kunnen A, B of C stemmen. In plaats van een blaadje uitdelen waar iedereen toch alleen maar een nummertje en een lettertje opschrijft (en wegzakt&#8230;.)\u00a0 is het tijdens het oefenen ideaal om te zien wie hoe snel kan antwoorden en hoe een vraag gemiddeld beantwoord wordt. Ik merk ook dat het ze actiever houdt, want je moet elke vraag je stem ook fysiek uitbrengen door jouw gekozen kaartje omhoog te houden.<\/span><\/p>\n<p><span style=\"font-family: arial, helvetica, sans-serif;\">Door de verschillende kleuren kan ik snel zien of bijv. de helft van de leerlingen antwoord A kiest en de andere helft antwoord B. Dan zal ik die vraag langer bespreken dan een vraag waar maar een enkeling het antwoord onjuist had. Zo krijg je uitleg op maat.<\/span><\/p>\n<p><span style=\"font-family: arial, helvetica, sans-serif;\"><img data-recalc-dims=\"1\" loading=\"lazy\" decoding=\"async\" class=\"alignnone size-full wp-image-65987\" src=\"https:\/\/i0.wp.com\/www.duits.de\/docenten\/wp-content\/uploads\/2018\/11\/meerkeuzevragen.jpg?resize=600%2C338&#038;ssl=1\" alt=\"\" width=\"600\" height=\"338\" srcset=\"https:\/\/i0.wp.com\/www.duits.de\/docenten\/wp-content\/uploads\/2018\/11\/meerkeuzevragen.jpg?w=600&amp;ssl=1 600w, https:\/\/i0.wp.com\/www.duits.de\/docenten\/wp-content\/uploads\/2018\/11\/meerkeuzevragen.jpg?resize=300%2C169&amp;ssl=1 300w\" sizes=\"auto, (max-width: 600px) 100vw, 600px\" \/><\/span><\/p>\n<p><span style=\"font-family: arial, helvetica, sans-serif;\">Ik gebruik ze ook voor het samen bespreken van bijvoorbeeld veelgemaakte foutjes en fouten in schrijfproducten. Dan neem ik op het touchscreen een zin over uit een schrijftekst van een leerling (voorkomt het moeten maken van blaadjes, kopi\u00ebren, uitdelen enz.) en laat het woord dat verkeerd was weg en schrijf daaronder een aantal opties. Zie het voorbeeld op de foto. Leerlingen brengen hun stem uit en moeten uitleggen waarom ze het antwoord kozen. Heel verhelderend om te zien hoe veel leerlingen het antwoord weten \u00e8n kunnen uitleggen waarom dat het antwoord zou moeten zijn. Ook hier: je kunt snel zien waar je sneller kunt gaan, en waar je extra op zou willen oefenen met ze. En je ziet ook goed wie het vaker dan gemiddeld goed heeft of er juist naast zit.<\/span><\/p>\n<p><span style=\"font-family: arial, helvetica, sans-serif;\"><strong>Wheeldecide<\/strong><\/span><\/p>\n<p><span style=\"font-family: arial, helvetica, sans-serif;\">Beurten geven is niet optimaal: je belandt al snel bij telkens dezelfde leerlingen terwijl iedereen juist moet denken en meedoen. Er zijn kinderen die hun hele schoolcarri\u00e8re nog nooit een vinger hebben opgestoken en daarmee ronduit achterblijven: ze leren zich niet te verwoorden, krijgen geen reactie op hun manier van denken en erger nog: hebben zich aangeleerd om een mentale pauze in te lassen als de docent beurten gaat geven. <a href=\"https:\/\/wheeldecide.com\/index.php?c1=hij+heeft&amp;c2=zij+is&amp;c3=wij+zijn&amp;c4=ik+heb&amp;c5=jullie+zijn&amp;c6=u+bent&amp;c7=zij+heeft&amp;c8=jij+bent&amp;c9=hij+woont&amp;c10=ik+doe&amp;c11=zij+woont&amp;c12=ik+woon&amp;c13=jij+doet&amp;c14=hij+doet&amp;c15=ze+wonen&amp;c16=ze+doen&amp;t=Aufgabe&amp;time=1\">Wheeldecide<\/a> is een soort rad van fortuin en daarmee een <em>randomizer<\/em>. Je klikt er op, het wiel gaat draaien en stopt op een willekeurige plek. Je kunt het verder zo aanpassen als je wilt. Het is een online tool zonder inloggen, zonder gedoe en nauwelijks reclame. Kortom: een kanshebber om een blijvertje te zijn. Ik werkte voorheen met spatels met daarop de namen van alle leerlingen in een klas. Maar bij tien klassen heb je een doos vol spatels. Niet praktisch en te traag. Afgelopen week liet ik de leerlingen van klas 2 er mee werken. Ik liet er twee op het scherm zien: E\u00e9n met alle namen van de klas, het andere wiel met de te vertalen woorden (in dit geval werkwoorden ter vertaling bijv. &#8222;jij doet&#8220;, &#8222;ik woon&#8220;). Vervolgens telkens eerst een nieuw werkwoord tonen, vervolgens iedereen (!) laten nadenken en dan pas op het rad met de namen klikken.<\/span><\/p>\n<p><span style=\"font-family: arial, helvetica, sans-serif;\"><img data-recalc-dims=\"1\" loading=\"lazy\" decoding=\"async\" class=\"alignnone size-full wp-image-65986\" src=\"https:\/\/i0.wp.com\/www.duits.de\/docenten\/wp-content\/uploads\/2018\/11\/wheeldecide-klas2.png?resize=750%2C352&#038;ssl=1\" alt=\"\" width=\"750\" height=\"352\" srcset=\"https:\/\/i0.wp.com\/www.duits.de\/docenten\/wp-content\/uploads\/2018\/11\/wheeldecide-klas2.png?w=853&amp;ssl=1 853w, https:\/\/i0.wp.com\/www.duits.de\/docenten\/wp-content\/uploads\/2018\/11\/wheeldecide-klas2.png?resize=300%2C141&amp;ssl=1 300w, https:\/\/i0.wp.com\/www.duits.de\/docenten\/wp-content\/uploads\/2018\/11\/wheeldecide-klas2.png?resize=768%2C360&amp;ssl=1 768w, https:\/\/i0.wp.com\/www.duits.de\/docenten\/wp-content\/uploads\/2018\/11\/wheeldecide-klas2.png?resize=642%2C300&amp;ssl=1 642w\" sizes=\"auto, (max-width: 750px) 100vw, 750px\" \/><\/span><\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Neem deze vraag niet al te letterlijk. Het gaat mij om de keuze van, laat ik het noemen: &#8222;aantrekkelijke werkvormen.&#8220; Net als elke docent ben ik op zoek naar werkvormen die actief leren oproepen \u00e8n leerzaam zijn. Kahoot! bijvoorbeeld is niet voor niets een succesnummer: De adrenaline giert door de<\/p>\n","protected":false},"author":1,"featured_media":65991,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"_bbp_topic_count":0,"_bbp_reply_count":0,"_bbp_total_topic_count":0,"_bbp_total_reply_count":0,"_bbp_voice_count":0,"_bbp_anonymous_reply_count":0,"_bbp_topic_count_hidden":0,"_bbp_reply_count_hidden":0,"_bbp_forum_subforum_count":0,"jetpack_post_was_ever_published":false,"_jetpack_newsletter_access":"","_jetpack_dont_email_post_to_subs":false,"_jetpack_newsletter_tier_id":0,"_jetpack_memberships_contains_paywalled_content":false,"_jetpack_memberships_contains_paid_content":false,"footnotes":"","jetpack_publicize_message":"","jetpack_publicize_feature_enabled":true,"jetpack_social_post_already_shared":true,"jetpack_social_options":{"image_generator_settings":{"template":"highway","default_image_id":0,"font":"","enabled":false},"version":2}},"categories":[3],"tags":[],"class_list":["post-65978","post","type-post","status-publish","format-standard","has-post-thumbnail","hentry","category-lesmateriaal"],"jetpack_publicize_connections":[],"jetpack_featured_media_url":"https:\/\/i0.wp.com\/www.duits.de\/docenten\/wp-content\/uploads\/2018\/11\/rewe-opdracht.jpg?fit=600%2C338&ssl=1","jetpack_sharing_enabled":true,"jetpack_shortlink":"https:\/\/wp.me\/p950fM-haa","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.duits.de\/docenten\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/65978","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.duits.de\/docenten\/wp-json\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.duits.de\/docenten\/wp-json\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.duits.de\/docenten\/wp-json\/wp\/v2\/users\/1"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.duits.de\/docenten\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=65978"}],"version-history":[{"count":5,"href":"https:\/\/www.duits.de\/docenten\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/65978\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":65996,"href":"https:\/\/www.duits.de\/docenten\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/65978\/revisions\/65996"}],"wp:featuredmedia":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.duits.de\/docenten\/wp-json\/wp\/v2\/media\/65991"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.duits.de\/docenten\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=65978"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.duits.de\/docenten\/wp-json\/wp\/v2\/categories?post=65978"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.duits.de\/docenten\/wp-json\/wp\/v2\/tags?post=65978"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}