cameraNu je tegenwoordig op straat en in de winkel gevolgd en geregistreerd wordt (dankzij het Wifi-signaal van je smartphone), nu je zowat èlke taalhandeling kunt opzoeken in een genadeloos lange lijst can-do statements en tot op oefening-niveau er een keurig „objectief“ A2-, B1 of wat-voor-ERK-aflaat-etiketje-dan-ook bijgeleverd krijgt, nu je als docent (in opleiding) aan een ladder van gedetailleerd beschreven competenties mag voldoen en als docent door de tunnelvisie van het Toezichtkader van de Inspectie bekeken wordt – begon ik mij wat ongemakkelijk te voelen. Waarom worden wij als docenten nog steeds niet ècht zorgvuldig gevolgd, gemeten,  gecontroleerd? Ik wil serieus genomen worden in zo’n Big Brother maatschappij! Dit lijkt met het lerarenregister eindelijk te gebeuren. Voor wie de ironie en het vleugje cynisme in deze regels ontgaan is: Niet verder lezen en terstond leuke dingen gaan doen!

Voor alle anderen: welkom bij deze kritische column over dit soort ontwikkelingen. Het gaat uiteindelijk eindigen met camera’s in de klas, die de kwaliteitsbewaking („We moeten sterk staan t.o.v. de inspectie!“) en „veiligheid“ („ARBO, u begrijpt het wel!“) voor hun rekening nemen. By the way: Er zijn al paspoppen op de markt met ingebouwde camera’s die aan gezichtsherkenning doen. Dus die vriendelijke tweedeklasser die je zo aanstaart met zijn Google Glass-bril… hou hem in de gaten!!! Hij checkt waarschijnlijk op dit moment of je nog wel voldoet aan de eisen van het lerarenregister!

Terug naar het onderwerp. Waar nascholing tot nu toe vaak (te) vrijblijvend was – ik ken secties waar mensen in geen tien jaar zichtbaar iets aan de ontwikkeling van het vak gedaan hebben – dreigt nu het andere uiterste te gebeuren. Alle docenten moeten straks in het lerarenregister komen. Het zit er aan te komen dat het binnenkort definitief in de CAO’s belandt, in ruil voor het „chantage-geld voor het onderwijs“ dat de minister op de plank heeft liggen. Wie niet in het register staat verliest dan zijn bevoegdheid. Graag wordt daarbij verwezen naar andere beroepsgroepen, die immers (ook) aan eigen kwaliteitsbewaking doen. Artsen, notarissen enz.

Het lerarenregister en het bijbehorende denken zal een reeks nare effecten hebben. Het begint al met de vraag wie er toegang gaat krijgen tot dat register. Is dat voor mijzelf? Mag of moet mijn werkgever daar inzage in hebben? Mogen ouders en leerlingen meekijken wat ik zoal aan scholing doe? Vervolgens kom ik bij de vraag: Hoeveel scholing moet iemand dan volgen? Waar ligt de ondergrens aan de hoeveelheid scholing die je volgt? Krijgt een cursus punten? Hoeveel dan? En dan het belangrijkste punt: De kwaliteit van de scholing: Welke cursus is geschikt? Wie gaat dat bepalen? Hoe zwaar weegt welke cursus? Ik ben niet bang dat er géén complete bureaucratie opgezet zal worden – in gedachten zie ik alweer een spiegelend kantoor langs de Amsterdamse Zuid-As voor me – waarin men dit soort uiterlijkheden in kaart zal brengen. Je kunt je overigens nu al aanmelden als lid van een „registersubcommissie“. Daartoe moet je je vervoegen bij een heuse „verbindingsofficier“ (ik verzin het niet!).  Kennelijk is zo’n register opzetten een militaire operatie.

Dit registerdenken leeft van een aantal drogredenen. Op papier kun je kennelijk vooraf inschatten wat zinvolle nascholing voor een bepaalde persoon kan zijn. Het is gebaseerd op de suggestie dat je de bekwaamheid van een persoon kunt volgen door een aantal cursus-punten per zoveel jaar op te eisen. Er zijn nascholingscursussen waar je misschien niets van opsteekt. Maar je collega één stoel verderop misschien juist heel veel. Op papier zijn we na afloop allebei een stukje beter geschoold dan voorheen. Daar zou ik allemaal nog wel mee kunnen leven, maar het is maar de vraag of je met zo’n registratie-  en – onvermijdelijk ook –  dwangsysteem („Alleen als u per vijf jaar voor 20 punten aan scholing volgt kunt u bevoegd docent zijn“) de harten van de achterblijvende vakgenoten zult bereiken. Welke cursussen zullen zij gaan volgen? Een registratiesysteem lost hun gebrek aan motivatie en hun gebrekkige vakbekwaamheid niet op. Alleen op de school zelf door intensieve gesprekken en coaching is dit misschien te bereiken. Maar alle andere docenten – die het al prima doen en zichzelf toch wel nascholen, op veel manieren – moeten mee in deze controle-waanzin met alle gevaar van eenvormigheid en willekeur:

Het systeem zal nog namelijk nog heel andere effecten hebben. Cursussen – en daarmee nascholingsinstituten – moeten zich voortaan richten naar criteria die anderen opstellen. Nascholing is immers voortaan alleen nog wat het register zegt dat nascholing is. Een inspirerend gesprek met een collega? Al het informele leren, thuis bronnen lezen of bestuderen? Jammer, maar helaas!  Het zal er voor zorgen dat cursus-instituten zich voortaan moeten richten naar „de“ officiële eisen en daarmee indirect onder overheidstoezicht komen te staan. En daarmee ook afhankelijk zijn van de sterk wisselende opvattingen over „goed“ onderwijs. Nu al ijveren de nascholers om aan te tonen dat hun nascholingsaanbod volledig gecertificeerd is. Ik citeer er een: „Bij het ontwikkelen van de cursussen is steeds rekening gehouden met de SBL-competenties, de Dublin-descriptoren en de eisen vanuit de Kennisbasis Master.“ Kortom: TÜV-geprüft  van a tot z – anders heeft u het nakijken.

De „buitenwacht“ zal dit een worst zijn. Dezelfde overheid die op allerlei manieren debet is aan het lerarentekort en aan het feit dat je kind les kan krijgen van onbekwame en onbevoegde docenten gaat nu voor kwaliteit. Dat zal het goed doen in de gezinnen met schoolgaande kinderen. En als een paar jaar later een enthousiaste staatssecretaris verklaart dat hij / zij het niveau van het onderwijs nog wat gaat verhogen [= meer verplichte nascholingspunten te behalen per jaar] dan zal dat ook met gejuich ontvangen worden. Het zinnetje wat dan gebruikt zal worden is al te voorspellen: „Geen zesjescultuur voor de leerlingen, dan ook niet voor de docenten!“.

In deze meet- volg- en controle-tijd zie je in al die lijstjes nooit de woorden vertrouwen, intuïtie en gezond verstand opduiken. Ik weet ook wel waarom: Ze zijn niet meetbaar, niet controleerbaar en dus tellen ze letterlijk niet mee. Laten dit nu precies de dingen zijn die ouders benoemen, als ze hun tevredenheid met jou als docent uiten.

0 thoughts on “Column: Alle docenten in een register…

  • 10. Februar 2014 um 08:58
    Permalink

    Voor beëdigde tolken en vertalers is dit systeem er al (de zogeheten „PE-punten“). De enigen die er werkelijk garen bij spinnen zijn de vele aanbieders van bij-en nascholingscursussen.

    Antworten
  • 9. März 2014 um 22:58
    Permalink

    Ik word nu toch achteraf wel heel onzeker over mijn schooldiploma en dat van miljoenen met en voor mij, die allemaal les gehad hebben van docenten die nooit in enig lerarenregister waren opgenomen. Dramatisch! Hoe is het mogelijk dat we ons eindexamen hebben kunnen halen? Al die docenten die niet ieder jaar een cursus deden? Je leert natuurlijk ook niets aan die universiteiten en lerarenopleidingen en wat je leert dat heeft kennelijke een hele beperkte houdbaarheid en moet voortdurend met dure cursussen bijgespijkerd worden. Toch wel heel droevig dat dat dure onderwijssysteem kennelijk zo’n laag rendement heeft.
    Weer zo’n kul-idee dat als afleidingsmanoevre dient. Wat echt nodig is, gebeurt niet (kleinere klassen, minder werkdruk, minder regelzucht, etc.) en in plaats daarvan wordt zoiets als schijnverbetering geïntroduceerd. Zum Kotzen!
    Binnenkort wordt de school ook nog eens staatsheropvoedingsgesticht voor criminele jongeren die voor straf naar school moeten. Ik ga zeker niet herintreden. Dat weet ik nu al.

    Antworten
  • 10. Mai 2014 um 16:46
    Permalink

    Voor 200% met het bovenstaande verhaal eens.
    Met dit systeem zal een aantal docenten geneigd zijn zo snel mogelijk allerlei cursussen te volgen, om die punten maar binnen te halen en dus van het gezeur af te zijn. En dan maakt het niet uit, of die cursus meerwaarde voor hen heeft of niet. Ze stralen negativiteit uit, doen niet voor 100% mee.
    Voor gemotiveerde docenten, die zeer bewust voor een specifieke cursus kiezen en met deze mensen een dag door moeten brengen…. dat is op zijn zachtst gezegd niet prettig te noemen.

    Antworten

Schreibe einen Kommentar

Deine E-Mail-Adresse wird nicht veröffentlicht. Erforderliche Felder sind mit * markiert.

Diese Website verwendet Akismet, um Spam zu reduzieren. Erfahre mehr darüber, wie deine Kommentardaten verarbeitet werden.