lijdende vorm

Meestal gebruik je zinnen in de zogenaamde bedrijvende vorm:
Eerst komt het onderwerp in de zin. En verderop komt het lijdend voorwerp.
voorbeeld: Ik heb het probleem opgelost. 

Maar soms gebruik je de lijdende vorm: 
Het lijdend voorwerp ("het probleem") wordt dan onderwerp:
voorbeeld: Het probleem is (door mij) opgelost.

In het Duits heb je de vergelijkbare mogelijkheden:

  • als je de nadruk op de toestand wilt leggen:
    dan net als in het Nederlands:
    bijv. Het probleem is opgelost. - Das Problem ist gelöst.

of:

  • als je de nadruk op de handeling, dat het gebeurd is wilt leggen:
    dan zet je er worden achter:
    bijv. Het probleem is opgelost. - Das Problem ist gelöst worden

Als je erbij wilt zeggen wie iets deed, gebruik je in het Duits von:
bijv. Het probleem is door de politie opgelost. - Das Problem ist von der Polizei gelöst worden.