LET OP: woorden als: waaraan, aan
wie, waarvoor, waarmee, waarop, enz.
Dit zijn een beetje "kameleon-woorden": soms zijn het
eigenlijk betrekkelijke voornaamwoorden, soms zijn het vragende voornaamwoorden. Het hangt
van hun gebruik af, hoe je ze moet vertalen:
Als BETREKKELIJKE voornaamwoorden mag je ze niet vertalen
met woran, wofür, womit, worauf maar moet je vertalen met los voorzetsel en
betrekkelijk voornaamwoord:
- Die meneer, waaraan (aan wie) ik het
cadeau gaf ? Dat is mijn baas.
- Der Herr, dem ich das Geschenk gab ? Das ist mein Chef.
- Het bedrijf, waarvoor ik gewerkt heb, is failliet gegaan.
- Der Betrieb, für den ich gearbeitet habe, ist in Konkurs
geraten.
-
De apparaten, waarmee ze moesten werken, waren stokoud.
- Die Geräte, mit denen sie arbeiten mussten, waren uralt.
-
Het antwoord waarop ik hoopte bleef uit.
- Die Antwort, auf die ich hoffte, blieb aus.
Als VRAGENDE voornaamwoorden vertaal je waaraan, waarvoor,
waarmee, waarop, enz. met woran, wofür, womit, worauf enz.:
- Waaraan denk je ? - Woran denkst du ?
-
Waarvoor interesseer je je ? - Wofür interessierst
du dich ?
-
Waarmee kan ik je helpen ? - Womit kann
ich dir helfen ?
-
Waarop wacht je ? - Worauf wartest
du ?
|