- 7 x (e)n-woorden
- A
- a/ä bij sterke werkwoorden
- aan = an+3+4
- aan de hand van = anhand+2
- aan het lezen, aan het werken enz.
- aanspreekvormen: Sie of du?
- aardig vinden= mögen
- aber of sondern ?
- achter = hinter+3+4
- all.. = alle, iedereen (= woord van de DER-groep)
- alle = all.. (= woord van de DER-groep)
- alleen = in de betekenis eenzaam: allein, in andere gevallen: nur
- als
- an+3+4 = aan / naar / bij
- anders
- anhand+2 = aan de hand van
- auf+3+4 = op / open, zie ook 95, 94
- aus+3 = uit
- außer+3 = behalve
- außerhalb+2 = buiten
- [terug naar boven]
- B
- bedanken = danken+3
- begegnen+3 = tegenkomen
- behalve = außer+3
- bei+3 = bij
- beleefdheidsvorm van werkwoorden
- beneden
- betrekkelijk voornaamwoord
- bezittelijk voornaamwoord: zie EIN-groep
- bij = bei+3 of an+3+4 [:
Kom je bij mij ? = Kommst du zu mir?]
- bijstelling
- bijvoeglijk naamwoord
- bijwoordelijke bepaling van tijd
- binnen
- bis+4 = tot (en met)
- bis an, bis auf, bis unter enz.
- bitten+4 = verzoeken, vragen
- bitten of fragen?
- blijven
- boven
- breuken
- briefregels: zakelijke | persoonlijke brief
- buiten
- [terug naar boven]
- C
- condoleren = kondolieren+3
- [terug naar boven]
- D
- daardoor = dadurch
- daarmee = damit
- daarop = darauf
- daarover = darüber
- dan
- dann = dan, toen
- danken+3 = danken, bedanken
- das of dass?
- dat
- datum
- dein = jouw (woord van de EIN-groep)
- denken aan = denken an+4 39
- denn : plaats van de persoonsvorm bij
gebruik van denn
- DER-groep
- derde naamval | voorzetsels met de 3e | werkwoorden
met de 3e naamval
- dergelijke = solch.. (woord van de DER-groep)
- deze = dies.. (woord van de DER-groep)
- dezelfde
- die = der, die, das of dies.. (woord van de DER-groep)
- dies.. = deze, dit (woord van de DER-groep)
- dit = dies.. (woord van de DER-groep)
- doch = toch
- door
- door ... te
- doordat = dadurch, dass...
- du of man gebruiken ?
- du of Sie gebruiken ?
- durch+4 = door
- dürfen = mogen, toestemming hebben
- [terug naar boven]
- E
- een of andere = irgendein.. (zie EIN-groep
vanwege ein)
- een paar = ein paar / welche
- eerste naamval
- e/i-Wechsel bij sterke werkwoorden
- ein: zelfstandig gebruikt | woord van
de EIN-groep
- ein of eins?
- EIN-groep
- eins of ein?
- einschließlich+2 = inclusief
- elke = jed.. (woord van de DER-groep)
- enkele = einig.. (woord van de DER-groep)
- entgegen+3 = tegemoet
- entlang+4 = langs
- er (is niks aan de hand) = es (ist nichts los)
- er is = es gibt+4
- er omheen
- er waren = es gab+4
- er was = es gab+4
- er zijn = es gibt+4
- erg
- -es of -s achter zelfst. naamw. in de
tweede naamval mnl. en onzijdig ?
- es gibt+4 = er is, er zijn
- Eszett
- euch = jullie (persoonlijk voornaamwoord)
- euer.. = jullie (woord van de EIN-groep)
- even = mal [LET OP: in vergelijkingen (bijv. Hij is even snel )]
- [terug naar boven]
- F
- feliciteren = gratulieren+3
- folgen+3 = volgen
- fragen+4 = vragen
- fragen of bitten?
- für+4 = voor, bestemd voor
- [terug naar boven]
- G
- gaan
- gaan met: (bijv. hoe gaat het met je ?) =
gehen+3 36
- gebiedende wijs: sterke werkwoorden
| zwakke werkwoorden
- gedurende = während+2
- geen = kein.. (woord v.d. EIN-groep)
- gegen+4 = tegen
- gegenüber+3+4 = tegenover
- gehören+3 = zijn van, toebehoren aan
- gelingen+3 = lukken
- geloven = glauben+3 LET OP: geloven in = glauben an+4
- gelukkig
- geslacht van samengesteld woord | van zelfstandig naamwoord
- getallen
- één: ein of eins?
- hoofdtelwoorden
- meervoudsvorm bij procenten
- rangtelwoorden
- gezien = angesichts+2
- glauben+3 = geloven
- glauben an+4 = geloven in
- gratulieren+3 = feliciteren
- grote letter of kleine letter ?
- [terug naar boven]
- H
- haar = bezittelijk voornaamwoord (van de EIN-groep)
| persoonlijk voornaamwoord
- haben i.p.v. sein gebruiken
- hätten = zou hebben
- hebben = haben
- helemaal
- helfen+3 = helpen
- hem = persoonlijk voornaamwoord
- hen = persoonlijk voornaamwoord
- het = es [het regent: es regnet]
- het meest, mooist enz.: trappen van
vergelijking
- hetzelfde
- hinter+3+4 = achter
- hoe ... hoe = je ... desto [je mehr Straßen, desto mehr Autos]
- hoofdletter of kleine letter ?
- hoofdtelwoorden
- hun = bezittelijk voornaamwoord (van de EIN-groep)
| persoonlijk voornaamw.
- [terug naar boven]
- I
- iedere = jed.. (woord van de DER-groep)
- iedereen
- iemand = jemand
- ihr.. = bezittelijk voornaamw. (van de EIN-groep)
| persoonlijk voornaamw.
- Ihr = uw (woord van de EIN-groep)
- in = in+3+4
- indien = wenn
- inclusief = einschließlich+2
- in plaats van = statt+2
- innerhalb+2 = binnen
- interesseren = interessieren+4 39
- i.p.v. = statt+2 [geen afkorting
mogelijk]
- is er = gibt es+4
- [terug naar boven]
- J
- je = persoonlijk | bezittelijk (v.d. EIN-groep)
| wederkerend voornaamwoord
- jed... = iedere, elke, iedereen (woord van de DER-groep)
- jou = persoonlijk voornaamwoord 83
- jouw = dein (woord van de EIN-groep)
- jullie = bezittelijk (v.d. EIN-groep) | persoonlijk | wederkerend voornaamwoord
- [terug naar boven]
- K
- kämen = zou komen
- kleine letter of hoofdletter ?
- komen
- kondolieren+3= condoleren
- können
- könnten = zou kunnen
- Konjunktiv
- koppelwerkwoorden
- kosten = kosten+4
- kunnen = können
- [terug naar boven]
- L
- langs
- leid tun+3 = spijten
- lekker vinden = mögen
- leuk vinden = mögen
- lidwoord: der, die of das? | naamvallen
- liggen te, zitten te enz.
- lijdend voorwerp
- lijdende vorm
- lopen te, zitten te enz.
- lukken = gelingen+3 36
- lusten = mögen
- [terug naar boven]
ga naar letter M t/m Z