2e naamval
Waar in het Nederlands van de, van het, van deze, van
sommige, van mijn, enz. staat, gebruik je in het Duits een tweede naamval. In het Duits verdwijnt dan het woordje von en komt de naamval die daar speciaal
voor is: de tweede naamval.
De tweede naamval komt voor:
De portemonnaie van mijn broer [bezit van mijn broer dus] was gestolen.
- Die Brieftasche meines Bruders war gestohlen worden.
- als iets bij iets anders hoort:
Bij de explosie sneuvelden alle ramen van het huis.
- Bei der Explosion gingen alle Fenster des Hauses zu Bruch.
TIP 1:
De 2e naamval komt meestal voor tussen twee zelfstandige naamwoorden:
bijv.
de auto |
van de |
buurman |
de klacht |
van deze |
klant |
de veters |
van mijn |
schoenen |
zelfstandig
naamwoord |
hier krijg je in het
Duits een 2e naamval |
zelfstandig
naamwoord |
TIP 2:
Meestal waar wij van gebruiken krijg je in het Duits dus de
tweede naamval.
Toch kun je veel ook zeggen met von, maar dat klinkt vooral bij het schrijven al
snel een beetje "steenkolerig"!!
Alleen bij getallen moet je altijd von gebruiken:
Ik heb folders van twee reisbureaus besteld.
- Ich habe Kataloge von zwei Reisebüros angefordert. |