EIN-groep

schema EIN-groep

m
mannelijk

v
vrouwelijk

o
onzijdig

mv
meervoud

1 HIJ
onderwerp
nominatief
ein Mann eine Frau ein Kind keine Kinder
2 VAN
bezit
genitief
eines Mannes einer Frau eines Kindes keiner Kinder
3 AAN
meew. voorwerp
datief
einem Mann einer Frau einem Kind keinen Kindern LET OP:
hier een n toevoegen!
4 HEM
lijd. voorwerp
accusatief
einen Mann eine Frau ein Kind keine Kinder

Behalve ein(e) en kein.. krijgen ook de bezittelijke voornaamwoorden de met zwart hierboven aangegeven uitgangen:

mein.. = mijn
dein.. = jouw
sein.. = zijn
ihr.. = haar
unser.. = onze
euer.. = jullie
ihr = hun
Ihr = Uw

terug naar boven

EIN-groep: voorbeeldzinnen met uitleg

voorbeeld 1
Eén hond is ziek geworden.
UITLEG: een hond is onderwerp: 1e naamval. Verder is hond in het Duits mannelijk. In de zin krijg je dus: mannelijk, eerste naamval: ein
Ein Hund ist krank geworden.

voorbeeld 2
Ik heb een hond gevonden aan de kant van de weg.
UITLEG: een hond is lijdend voorwerp: 4e naamval. Verder is de hond in het Duits mannelijk. In de zin krijg je dus: mannelijk, vierde naamval. Een stukje van het antwoord weet je ook al: een is in het Duits iets met ein... . Alleen moet daar nog een uitgang achter: In het schema boven zie je staan einen. De laatste letters, de en geven aan dat je die uitgang achter ein moet zetten:
Ich habe einen Hund gefunden am Straßenrand.

voorbeeld 3
Ik heb de bestelling aan uw dochter gegeven.
UITLEG: uw dochter is meewerkend voorwerp (er staat aan voor): 3e naamval. Verder is dochter natuurlijk vrouwelijk. In de zin krijg je dus: vrouwelijk, derde naamval. Een stukje van het antwoord weet je ook al: uw is in het Duits iets met Ihr.. . Alleen moet daar nog een uitgang achter: In het schema boven zie je staan einer. De laatste letters, de er geven aan dat je die uitgang achter Ihr moet zetten. Dat wordt dan dus:
Ich habe die Bestellung Ihrer Tochter gegeben.

terug naar boven

-s of -es in de tweede naamval? (alleen bij mannelijk en onzijdig)

  • als het woord uit één lettergreep bestaat: -es
    bijv. das Land:
    de vlag van een land - die Fahne eines Landes
  • als het woord op een s-klank (-s, -ss, -ß, -x, -z, -tz) eindigt: -es
    bijv. das Gesetz:
    de tekst van een wet - der Text eines Gesetzes
  • in alle andere gevallen: -s
    bijv. der Lehrer:
    de opmerking van een leraar - die Bemerkung eines Lehrers
    bijv. das Auto :
    de kleur van een auto - die Farbe eines Autos

terug naar boven