bijstelling =
Een bijstelling is een woordgroep die verwijst naar een zelfstandig
naamwoord.
In de zin voegt het iets toe aan de
betekenis van dat zelfstandig naamwoord.
Bijvoorbeeld:
- Mijn oom, toen al een rijke zakenman,
kocht in 1956 een landhuis.
- Mijn auto, een oude Opel, heb
ik moeten verkopen.
Kenmerkend voor de bijstelling is, dat er geen werkwoord in
voorkomt. Anders zou het immers een bijzin zijn !
Welke naamval krijgt een bijstelling?
De bijstelling heeft dezelfde naamval als het zelfstandig naamwoord in de zin waarnaar het verwijst.
voorbeelden:
| Mein Onkel, |
damals schon ein reicher Mann, |
kaufte ein Landhaus. |
onderwerp:
1e naamval |
bijstelling bij "Mein Onkel":
dus ook 1e naamval |
|
| Mein Auto, |
einen alten Opel, |
habe ich verkaufen müssen. |
lijdend voorwerp:
4e naamval |
bijstelling bij "Mein Auto":
dus ook 4e naamval |
|
ook na als:
Na als komt vaak een bijstelling. Ook daar geldt dat de bijstelling dezelfde
naamval krijgt als het woord waar hij naar verwijst:
Ik heb hem als jonge man in Australië leren kennen.
- Ich habe ihn als jungen Mann in Australien kennengelernt.
Hij ging als jonge man naar Azië.
- Er ging als junger Mann nach Asien.