|
werkwoorden
onregelmatige
zwakke
sterke
met haben/sein
met vaste naamval
Konjunktiv
lijdende vorm
naamvallen
wanneer welke?
DER-groep
EIN-groep
bijvoeglijk naamwoord
voorzetsels
bijzonderheden
zelfstandig
naamwoord
hoofdletter
of niet ?
der, die of das ?
meervoud maken?
verkleinvormen
voornaamwoorden
betrekkelijk
persoonlijk
wederkerend
vragend
getallen
hoofdtelwoorden
rangtelwoorden
breuken
één:
ein of eins?
meervoudsvorm
procenten
overige
trappen
van vergelijking
vergelijken
briefregels:
persoonlijke /
zakelijke
brief
overige diversen
(VEEL!)
|