Luisteren


Spreken

Lezen

Schrijven

Woordenschat

Grammatica

Rollenspellen 2

  • Hier vind je korte beschrijvingen van een dagelijkse situaties.
  • Je moet aan de hand van de trefwoorden met zijn tweëen een uitgebreid gesprek kunnen voeren.
  • Zorg dat elk gesprek een duidelijk begin en einde heeft.
  • Je mag er geen blaadje bij houden, alleen deze beschrijvingen.

Beschrijvingen

1

sport
Je ontmoet iemand van jouw leeftijd. Je raakt met elkaar aan de praat over sport. Mogelijke onderwerpen:
  • op welk niveau
  • wanneer, hoe vaak, hoe lang
  • kosten
  • wanneer mee begonnen
  • lid van vereniging?
  • tijdstippen training
  • vragen naar uitslagen of resultaten
  • volgende wedstrijd of training
  • meningen over bepaalde sporten uitwisselen
  • plannen

2

iets kopen in sportwinkel
Je praat met iemand van het winkelpersoneel.
  • medewerker aanspreken
  • vragen of je iets passen
  • informeren naar de maat
  • naar de prijs van een artikel informeren
  • vragen hoe het staat
  • zeggen dat je het wilt kopen
  • kun je ruilen?
  • anders nog iets?
  • plastic zakje?

3

het weer
Gisteren was er een zware storm, je belt je Duitse vriend(in) om te vragen hoe het bij hem/haar was.
  • over gisteren beginnen
  • hoe was het bij je vrined(in)
  • gevolgen noemen
  • uitnodigen
  • diegene wil wel komen, maar hangt van weer af
  • weersverwachting (wind, temperatuur)
  • je plannen vertellen voor de komende tijd

4

over je kamer, huis en woonomgeving vertellen
Je hebt laatst op vakantie iemand van jouw leeftijd ontmoet. Aan de telefoon raak je in gesprek over jullie woonsituatie.
  • uitnodigen naar Nederland te komen
  • informatie over ligging woonplaats, 
  • wat er in de buurt te zien/doen is
  • beschrijving huis
  • beschrijving kamer
  • vertellen waar de gast slaapt

5

vakantie
Je belt je Duitse vriend(in) op en je raakt aan de praat over de afgelopen vakantie. 
  • waar naartoe geweest
  • wat je allemaal gedaan hebt
  • hoe overnacht
  • hoe lang
  • met wie
  • hoe gereisd
  • plannen voor volgend jaar: 
    - wanneer (Kerst/Paas/zomervakantie?), wat , hoe lang enz.
  • uitnodigen om nu iets leuks te gaan doen

6

inlichtingen treinreis
Tijdens je vakantie informeer je bij een loket van de spoorwegen naar je treinreis
  • medewerker aanspreken
  • om inlichtingen vragen
  • hoe laat vertrek naar Zürich?
  • overstappen?
  • kaartje kopen
  • aansluitend busvervoer naar camping
  • waar uitstappen?
  • informatiemateriaal
  • vragen naar uitleen ski's
  • kosten

7

persoon kwijt!
Tijdens het winkelen in Oberhausen ben je je vriend(in) kwijtgeraakt! Je gaat in een warenhuis naar de klantenservice, waar je een beschrijving achterlaat
  • leg het probleem uit
  • beschrijf de persoon: naam, uiterlijk, lengte, kleding, haarkleur.

Ook je Hektor, je Bullterrier is ondertussen "ontsnapt"!

  •  beschrijf je hond ook...

8

gezondheid
Je bent met een vriend(in) op vakantie. Helaas voelt diegene zich niet zo goed. 
  • vraag wat er aan de hand is
  • waar het pijn doen
  • koorts?
  • aan iemand om hoofdpijntabletten vragen
  • beterschap wensen

 

<<< vorige pagina


Copyright © 1997-2012 www.duits.de is een niet-commerciële site voor leerlingen en docenten in het voortgezet onderwijs  Onderdeel van de Stichting Digitale School   Contact en colofon   

 

Google Custom Search