Geschiedenis van de Duitse literatuur:

 Jeugdboeken | Boeken voor bovenbouw havo/vwo
Literatuurlinks | Literaire begrippen
Boekverslagen | Wie - wat - wanneer? | Musea
Taalgeschiedenis

Poëtisch realisme (1850-1880)

In het Duits: Poetischer Realismus

Een nieuw verlangen


Standbeeld van Theodor Fontane in zijn geboortestad Neu-Ruppin.

... die Welt ist des Spekulierens müde und verlangt nach jener "frischen grünen Weide", die so nah lag und doch so fern.

... de wereld is het speculeren moe en verlangt naar frisse groene weiden, die binnen handbereik lagen, maar toch zo ver verwijderd.

Theodor Fontane in: Unsere lyrische und epische Poesie seit 1848

Verlangen als centraal begrip zou je eerder bij de romantici verwachten dan bij de schrijvers uit de tweede helft van de 19e eeuw, die zich realisten noemden. De realisten stelden zich niet ten doel de wereld te veranderen of te verbeteren. Zij wilden veeleer de relatie van het individu tot de maatschappij inventariseren en doorgronden. Hun werk moest een Widerspiegelung, een getrouwe weergave van de werkelijkheid om hen heen zijn. Zij hielden zich verre van bespiegelingen over hoe de wereld er ideaal gesproken uit zou kunnen zien. Deze aan zich zelf opgelegde beperking om zich geheel bij het hier en nu te houden, was karakteristiek voor de realisten.

Kennis van de werkelijkheid stond centraal en in deze tijd werden dan ook de daarbij behorende literaire genres, zoals documentaire, dagboek en het feuilleton druk beoefend. Veel realisten waren ook als journalist werkzaam. Aanvankelijk werd het woord 'realisme' ook wel als scheldwoord gebruikt. Voor een plaatje van de werkelijkheid is maar weinig fantasie nodig, het realisme is geen kunst, zo zeiden sommige tijdgenoten.

Bijna alle grote realisten waren in hun jonge jaren aanhangers van de idealen van de vernieuwingsbeweging geweest, waarin men streefde naar vrijheid, burgerrechten en de eenheid van Duitsland. Dit streven mondde uit in de burgerlijke revolutie van 1848, die echter jammerlijk mislukte. De gevestigde orde, de adel, behield zijn macht. Volgens de realisten had het geen zin om achterom te kijken naar vervlogen politieke idealen.

Want wie nu goed om zich heen keek, zag reeds een nieuwe tijd in bloei staan. De economie, de techniek - denk aan de stoommachine - en de wetenschap - met name de ontdekkingen op het terrein van de natuurwetenschappen - waren volop in ontwikkeling. Een nieuwe lente lag in het verschiet.

Maar na de mislukte revolutie was wel enige voorzichtigheid geboden. Voor de groeiende klasse van burgers was het immers ook een onzekere tijd. Waar was hun plaats tussen de oude in verval zijnde adel en het opkomende revolutionaire proletariaat in een snel veranderende maatschappij? Men zocht naar waarden en tradities, die houvast konden bieden in nieuwe tijden. De tijd van politieke experimenten leek in elk geval voorbij, je moest realistisch zijn, je zegeningen tellen en de ontwikkelingen in de maatschappij nuchter onder ogen zien. Het verlangen zou bescheidener geformuleerd gaan worden.

                                      

Theodor Fontane

Een van de grootste schrijvers onder de Duitse realisten was Theodeor Fontane (1819-1898), die als volgt uitlegde wat hij onder realisme verstond:

 

Der Realismus in der Kunst ist so alt als die Kunst selbst, ja, noch mehr: er ist die Kunst. Unsere moderne Richtung ist nichts als eine Rückkehr auf den einzig richtigen Weg, die Wiedergenesung eines Kranken, die nicht ausbleiben konnte, solange sein Organismus noch überhaupt ein lebensfähiger war. (...) Vor allen Dingen verstehen wir nicht darunter das nackte Wiedergeben alltäglichen Lebens, am wenigsten seines Elends und seiner Schattenseiten. Traurig genug, dass es nötig ist, derlei sich von selbst verstehende Dinge noch erst versichern zu müssen. Aber es ist noch nicht allzu lange her, dass man (namentlich in der Malerei) Misere mit Realismus verwechselte und bei Darstellung eines sterbenden Proletariers, den hungernde Kinder umstehen, (...) sich einbildete, der Kunst eine glänzende Richtung vorgezeichnet zu haben. Diese Richtung verhält sich zum echten Realismus wie das rohe Erz zum Metall: die Läuterung fehlt.

'Realisme in de kunst is zo oud als de kunst zelf, sterker nog: het is de kunst. Onze moderne richting is niets anders dan een terugkeer naar de goede weg, de genezing van een zieke, die wel plaats moest vinden, op het moment dat zijn lichaam nog levensvatbaar was. (...) Voor alles verstaan wij onder realisme in elk geval niet het zuivere weergeven van het alledaagse leven en zeker niet de weergave van de ellende en de schaduwkanten ervan. Het is al treurig genoeg, dat men zich van zulke voor zich sprekende zaken eerst nog verzekeren moet. Maar het is niet zo heel lang geleden, dat men (vooral in de schilderkunst) ellende met realisme verwisselde en bij de weergave van een stervende proletariër, met daar omheen staande uitgehongerde kinderen (...), meende iets schitterends in de kunst tot stand te hebben gebracht. Deze stroming verhoudt zich tot het echte realisme als het ruwe erts tot het metaal: het is niet gelouterd.' (Theodor Fontane in: Unsere lyrische und epische Poesie seit 1848) - Vertaling J. Kleemans....
 

 


Meer informatie over Theodor Fontane

[naar boven]

Realisme is geen fotografie


Gustave Courbet, De steenkloppers


Caspar David Friedrich, Frau vor untergehender Sonne

Voor een simpele afspiegeling van de werkelijkheid waren er door de fotografie inmiddels betere technieken voorhanden dan een schilderij of een verhaal. Niet alleen de beeldende kunst, maar ook de Dichtung, de kunst van het woord, had er sinds de uitvinding van de fotografie in 1839 een concurrent bij gekregen. Maar een foto op zich was nog geen kunst: die Läuterung fehlt. Hiermee gingen de realisten tegen de bezwaren van hun critici in, die niet bij afbeelden alleen wilden blijven staan.

De kernvraag was voor de realisten, hoe zij de werkelijkheid die het ruwe materiaal en de basis van hun werk uitmaakte, zouden moeten weergeven. Als een soort provocatie en een protest tegen enerzijds de romantiek, maar ook tegen de regels van het classicisme, had de Franse schilder Gustave Courbet (1819-1877) een tentoonstelling georganiseerd met de titel: Le Réalisme.

Wie zijn schilderijen vergelijkt met die van bijvoorbeeld Caspar David Friedrich uit de tijd van de romantiek, ziet direct dat het Courbet niet om het wonderbaarlijke, diepere of fantastische ging dat afgebeeld moest worden, maar om een helder verband tussen kunst en werkelijkheid. Caspar David Friedrich laat op zijn schilderijen iets zien, dat er niet is en afwezig is, Courbet geeft juist een realiteit weer en schildert wat er werkelijk te zien is.

Dit verband tussen kunst en werkelijkheid is echter niet als op een foto een directe weergave van de werkelijkheid. De werkelijkheid wordt er in een bepaald perspectief geplaatst en naar de hand van de kunstenaar gestileerd. Zo ontstaat pas wat realisten onder kunst verstaan.

 

Het realisme in de literatuur

De realisten waren het 'speculeren' en de idealisering van de werkelijkheid moe, zoals zij dat in de romantiek bij hun voorgangers zagen. Zij namen hun uitgangspunt consequent in de materiële werkelijkheid, maar bleven daarbij niet simpelweg staan, zoals dat in de fotografie gebeurde. Vanuit het ruwe materiaal dat de werkelijkheid nog is, wilden ze de sprong maken naar de kunst.

De realisten wilden de werkelijkheid dus niet zomaar afbeelden. Ze wilden geen pure mimesis - nabootsing van de natuur - naar het ideaal van de kunst volgens Aristoteles en zoals zij dat bij de naturalisten in hun tijd weer terug zagen komen: de naturalisten probeerden de werkelijkheid zo getrouw mogelijk weer te geven, ook met haar lelijke kanten. De realisten daarentegen probeerden de werkelijkheid mooier te maken, te poëtiseren (naar het griekse poesis = maken). Vandaar ook de naam voor deze stroming: Poëtisch Realisme.

In Frankrijk was er al veel vroeger dan in Duitsland een realistische stijl in kunst en literatuur ontstaan. Met Gustave Flaubert (1821-1881) waren de realisten van mening, dat de werkelijkheid slechts de trampoline, het springkussen was en het kunstwerk het product dat daaruit als vanzelf tevoorschijn kwam (Gustave Flaubert: La réalité, selon moi, ne doit être qu’un tremplin. In een brief aan Iwan Turgenjew, 8.12.1877).

De loutering van het ruwe erts tot metaal mocht niet ontbreken, wilde er van echte realistische kunst sprake zijn, zo vonden de realisten. Samengevat zijn de kenmerken van het poëtisch realisme:

  • De realisten nemen hun uitgangspunt in de realiteit, zij willen menselijke ervaringen verwerken.
  • Net als in de schilderkunst gaat het bij hen niet om een afspiegeling van de werkelijkheid, maar om een weergave ervan, vanuit een bepaald perspectief.
  • De kunstenaar ziet af van het wonderbaarlijke en het fantastische, hij wil geen romantische sprookjeswereld of ideale werkelijkheid symboliseren.
  • De werkelijkheid is de concrete wereld van de kunstenaar. Zijn stad, dorp of landstreek staan dan ook vaak centraal (en niet de geïdealiseerde romantische natuur).
  • Ontwikkelingen op politiek (streven naar democratisering), op sociaal (nieuwe klasse van burgers, naast in verval zijnde adel), economisch (industriële revolutie) en wetenschappelijk gebied (natuurwetenschap) zijn van invloed op het werk van de poëtisch realisten.

Gustave Flaubert (1821-1881)

[naar boven]

Einigkeit und Recht und Freiheit


In de Spiegelzaal van het paleis in Versailles bij Parijs wordt op 18 januari 1871 het tweede keizerrijk gesticht. De Pruisische koning Wilhelm I. wordt uitgeroepen tot Duits keizer. Bismarck (in het witte uniform in het midden) werd Rijkskanselier.


Naast de keizer was de Siegessäule (overwinningszuil) in Berlijn een symbool van de Duitse eenheid. De Siegessäule werd naar aanleiding van de overwinning op Frankrijk met omgesmolten oorlogsbuit (de loop van kanonnen) opgericht en werd in 1873 onthuld. Later is de Siegessäule naar de grote rotonde op de Straße des 17. Juni verplaatst. Lees hier meer over de Siegessäule.
 

In Duitsland ontstond het realisme later dan in Frankrijk, Rusland of Engeland. In deze landen hadden grote realisten als Honoré de Balzac , Gustave Flaubert, Stendhal, Fjodor Dostojewski, Lew Tolstoj, Charles Dickens en Walter Scott al naam gemaakt.

Hun werken waren ook in het Duits vertaald en oefenden grote invloed uit op de Duitse realisten. Een school of een hechte vereniging met een centrum van schrijvers, zoals in de tijd van de romantiek bestond, kenden de realisten niet. Zij hadden alleen dezelfde idealen gemeen, die hun oorsprong vonden in de burgerlijke revolutie van 1848. De meesten van hen hadden de revolutie meegemaakt toen ze jong waren en de idealen ervan van harte onderschreven.

 
Duitse geschiedenis:  Meer info over wat er in Duitsland in deze tijd gebeurde. Klik hier voor achtergrondinformatie

August Heinrich Hoffmann von Fallersleben

De dichter August Heinrich Hoffmann von Fallersleben (1798-1874) had de idealen van deze generatie in zijn Duitslandlied kernachtig onder worden gebracht: Einigkeit und Recht und Freiheit, für das deutsche Vaterland. De derde strofe van dit Duitslandlied werd later het Duitse volkslied, zie ook de periode Biedermeier. De Kleinstaaterei van 39 afzonderlijke ondemocratisch bestuurde staatjes was de nieuwe opkomende klasse van burgers een gruwel. Hun ideaal van eenheid stond gelijk aan de roep om invloed op het landsbestuur (algemeen kiesrecht) en om meer economische macht.

Toen Hoffmann von Fallersleben zijn lied schreef was de tijd daarvoor echter nog niet rijp. Pas veel later, na drie oorlogen, met Denemarken (1864), Oostenrijk (1866) en Frankrijk (1871) gevoerd, konden de eisen van 1848 ingewilligd worden. Niet van onderen af, langs democratische weg, maar als het ware van bovenaf opgelegd door het imperialistische machtsstreven van Bismarck werd in elk geval het ideaal van Einigkeit uit de revolutie van 1848 gerealiseerd.

Na de winst op Frankrijk werd de koning van Pruisen, Wilhelm, in 1871 in de Spiegelzaal in Versailles gekroond tot keizer Wilhelm I. van Duitsland.

 

Industrialisatie en veranderingen in de maatschappij

Intussen maakte Duitsland een snelle industriële ontwikkeling door. De stad Berlijn groeide van 236.0000 inwoners in 1833 tot meer dan 1,7 miljoen inwoners in 1890. De burgerij die zich in de jaren vijftig teleurgesteld uit de politiek had teruggetrokken, raakte enthousiast over de nieuwe ontwikkelingen op het gebied van industrie en techniek, waar steeds meer mensen werk vonden en zich voor inzetten.

Het zelfbewustzijn van een nieuwe klasse burgers werd hierdoor versterkt. In deze tijd ontstonden industrieën als Krupp, Hanomag, MAN, Zeiss en Siemens. Het verlies van de idealen van vroeger werd door deze ontwikkelingen en de daarbij behorende verbeterde positie van de burgers enigszins gecompenseerd.

De snelle economische ontwikkelingen hadden ook hun keerzijde. Naast chique boulevards met ruime woningen en parken voor de gegoede burgerij ontstonden er ook wijken met woningen, waar arbeiders als in kazernes opeengepakt in donkere ruimtes op binnenhoven leefden, de zogenaamde Mietskasernen.

 


De kunstenaar Adolph Menzel (1815-1905) schetste in zijn schilderijen tamelijk precies de toenmalige ontwikkelingen in de maatschappij. Op het schilderij Het vertrek van koning Willem I naar het leger neemt de koning geen centrale plaats meer in, maar is hij slechts één van de vele burgers.


Mietskasernen, huurkazernes.

[naar boven]


Lees hier meer over Karl Marx

Das Kapital

Karl Marx en Friedrich Engels probeerden een antwoord te vinden op het nieuw ontstane sociale vraagstuk. Das Kapital, een analyse van het kapitalisme door Karl Marx, werd in 1867 gepubliceerd. Marx voorspelde een steeds grotere kloof tussen rijk en arm.

De toenemende Verelendung (toename van ellende) van de proletariërs - de arbeider, die alleen proles, dat zijn kinderen, bezit - zou uiteindelijk leiden tot revolutie en ineenstorting van het kapitalisme. De eerste vakbond en een socialistische partij werden in deze tijd in Duitsland opgericht.


Karl Marx

 

 


Standbeeld van Goethe en Schiller voor het Nationaltheater in Weimar.

Nationale voorbeelden

In deze turbulente tijden probeerde de nieuwe klasse van gegoede burgers hun oude waarden veilig te stellen. De nieuwe zekerheid die zij zochten, vonden zij vooral bij de Duitse klassieken. De bandjes van de beroemde Reclam-bibliotheek werden in deze tijd voor het eerst in massaoplages uitgegeven. Deel 1 ervan was Goethes Faust.

Ook de karakteristieke standbeelden van Goethe en Schiller werden in deze tijd in Berlijn, Weimar en tal van andere steden opgericht. Het zijn allemaal uitdrukkingen van een naarstig zoeken naar zekerheid, naar traditionele waarden en een duidelijke oriëntatie en houvast in een politiek en economisch zeer onzekere tijd.

 

 

Vernieuwing in de literatuur

In de literatuur werd er intussen ook naar een voorzichtige en bescheiden vernieuwing gestreefd. Voorzichtig moet hier benadrukt worden. Tegen de achtergrond van de hierboven geschetste ontwikkelingen was er voor utopische fantasieën of revolutionaire idealen bij een nieuwe generatie schrijvers, die er in 1848 al bij was, in elk geval geen plaats meer. Alleen een voorzichtig aftasten van de alledaagse werkelijkheid zou oprechte vernieuwingen kunnen brengen. Eén van hen formuleerde het zo:

'Wir fordern vom Roman, dass er eine Begebenheit erzähle, welche, in allen ihren Teilen
verständlich, durch den inneren Zusammenhang der Teile als eine geschlossene Einheit
erscheint und deshalb eine bestimmte einheitliche Färbung in Stil, Schilderung und in
Charakteristik der darin auftretenden Personen möglich macht. (...) Dadurch entsteht dem Leser das behagliche Gefühl der Sicherheit und Freiheit (...).'
Gustav Freytag, aus einer Rezension in den 'Grenzboten' 1854

Van een roman vragen we, dat hij ergens over gaat, dat hij op elk vlak begrijpelijk is, zich door een innerlijke samenhang der delen als een afgesloten geheel aan de lezer presenteert en daardoor een bepaalde uniforme kleur in stijl, beschrijving en karakterisering van de daarin voorkomende personen mogelijk maakt. (...) Zo zal er bij de lezer een behaaglijk gevoel van veiligheid en vrijheid ontstaan (...). Vertaling J. Kleemans.

 


Gustav Freytag

 

[naar boven]

 

Theodor Fontane (1819-1898)


Theodor Fontane (1819-1898)

Gymnasium in Neuruppin

 

Theodor Fontane wordt wel als de grootste Duitse schrijver onder de realisten beschouwd. In 1819 wordt hij in Neuruppin in Brandenburg als zoon van een apotheker uit een Frans geslacht geboren. Hij volgt zelf ook de opleiding tot apotheker en oefent daarna geruime tijd dit beroep uit. Eerst in Magdeburg, later in Leipzig en Dresden. Hij voelt zich echter steeds meer aangetrokken tot het schrijverschap. In 1844 vestigt hij zich in Berlijn, hij bezoekt London en hij zoekt werk als journalist.

In Berlijn teruggekeerd, wordt hij lid van verschillende literaire kringen, waaronder de zondagskring Tunnel über der Spree. Engeland is voor velen in Duitsland een voorbeeld van economische en technische vooruitgang, een toonbeeld van progressiviteit op vele gebieden. De naam van de literaire kring in Berlijn is dan ook niet voor niets gekozen. In London werd in die tijd als technisch hoogstandje een tunnel onder de Theems gegraven. Dat sprak sterk tot de verbeelding. Zou een tunnel over de Spree niet nog mooier zijn?

Vele schrijvers sympathiseren met de progressieve bewegingen in Europa. Maar de mislukte revolutie van 1848 tekent vaak hun verdere loopbaan en denken. Fontanes levensloop is nauw verbonden met de lotgevallen van Duitsland in de negentiende eeuw. Als hij in 1850 getrouwd is, laat hij zich in 1852 uiteindelijk voor de conservatieve Preußische Zeitung als journalist naar Engeland sturen.

'Ich habe mich ... der Reaction für monatlich 30 Silberlinge verkauft', geeft hij als commentaar ('Ik heb mij voor een maandelijkse som van 30 zilverlingen aan het conservatieve kamp uitgeleverd' Vert. J. Kleemans).

Van zijn novellen, gedichten en eerste romans kan hij op dat moment nog niet leven. Teruggekeerd in Duitsland legt hij zich toe op beschrijvingen van zijn tochten door de Mark Brandenburg: Wanderungen durch die Mark Brandenburg. In veel gedichten van Fontane speelt dit gebied, dat hij goed kende, een rol. Een voorbeeld daarvan is Herr von Ribbeck auf Ribbeck im Havelland.

 

Herr von Ribbeck auf Ribbeck im Havelland

 



Herr von Ribbeck auf Ribbeck im Havelland,
Ein Birnbaum in seinem Garten stand,
Und kam die goldene Herbsteszeit
Und die Birnen leuchteten weit und breit,
Da stopfte, wenn's Mittag vom Turme scholl,
Der von Ribbeck sich beide Taschen voll.
Und kam in Pantinen ein Junge daher,
So rief er: 'Junge, wiste 'ne Beer?'
Und kam ein Mädel, so rief er: 'Lütt Dirn,
Kumm man röwer, ick hebb 'ne Birn'.

So ging es viel Jahre, bis lobesam
Der von Ribbeck auf Ribbeck zu sterben kam.
Er fühlte sein Ende. 's war Herbsteszeit,
Wieder lachten die Birnen weit und breit;
Da sagte von Ribbeck: 'Ich scheide nun ab.
Legt mir eine Birne mit ins Grab.'
Und drei Tage drauf, aus dem Doppeldachhaus,
Trugen von Ribbeck sie hinaus,
Alle Bauern und Bündner mit Feiergesicht
Sangen 'Jesus meine Zuversicht'.
Und die Kinder klagten, das Herze schwer:
'He is dod nu. Wer giwt uns nu 'ne Beer?'

So klagten die Kinder. Das war nicht recht -
Ach, sie kannten den alten Ribbeck schlecht;
Der neue freilich, der knausert und spart,
Hält Park und Birnbaum strenge verwahrt.
Aber der alte, vorahnend schon
Und voll Mißtrauen gegen den eigenen Sohn,
Der wußte genau, was er damals tat,
Als um eine Birn' ins Grab er bat,
Und im dritten Jahr aus dem stillen Haus
Ein Birnbaumsprößling sproßt heraus.

Und die Jahre gehen wohl auf und ab,
Längst wölbt sich ein Birnbaum über dem Grab,
Und in der goldenen Herbsteszeit
Leuchtet's wieder weit und breit.
Und kommt ein Jung' übern Kirchhof her,
So flüstert's im Baume: 'Wiste 'ne Beer?'
Und kommt ein Mädel, so flüstert's: 'Lütt Dirn,
Kumm man röwer, ick gew' di 'ne Birn.'

So spendet Segen noch immer die Hand
Des von Ribbeck auf Ribbeck im Havelland.

Beklijk hier de voordracht van dit gedicht door Lutz Görner, een bekend voordrachtskunstenaar. [Wir danken www.rezitator.de für die freundliche Genehmigung.]

De bedoeling is duidelijk. De oude Von Ribbeck vertegenwoordigt nog de oude maatschappij, waarin goedheid en vrijgevigheid hoog staan aangeschreven. Maar met de nieuwe, jonge generatie lijken hebzucht en het grote graaien het te gaan winnen van deze oude deugden.

 

Fontanes realisme

Kenmerkend voor Fontane is, dat alle nieuwe stormachtige ontwikkelingen in binnen- en buitenland grote indruk op hem maken. Maar nergens laat hij zich er door meeslepen. Als journalist verslaat hij zakelijk de drie oorlogen, die Duitsland met zijn buurlanden voert. Hij wil de wereld nemen zoals zij is. Dat is realisme: 'die Widerspiegelung alles wirklichen Lebens', een nauwkeurige inventarisatie van wat er gebeurt. Hij is wars van utopieën en illusies, hij legt zich volledig toe op kritische waarneming. Der Realismus ist das Wahre, schließt die Lüge, das Forcierte, das Nebelhafte aus (Realisme is het ware, sluit leugen, gezochte en vage voorstellingen uit. - Vertaling J. Kleemans)

Dit gedicht is kenmerkend voor zijn realisme.

Ja, das möcht’ ich noch erleben

 


Eigentlich ist mir alles gleich,
Der eine wird arm, der andre wird reich,
Aber mit Bismarck, – was wird das noch geben?
Das mit Bismarck, das möcht’ ich noch erleben.

Eigentlich ist alles so so,
Heute traurig, morgen froh,
Frühling, Sommer, Herbst und Winter,
Ach, es ist nicht viel dahinter.
Aber mein Enkel, so viel ist richtig,
Wird mit Nächstem vorschulpflichtig,
Und in etwa vierzehn Tagen
Wird er eine Mappe tragen,
Löschblätter will ich in’s Heft ihm kleben –
Ja, das möcht’ ich noch erleben.

Eigentlich ist alles nichts,
Heute hält’s, und morgen bricht’s,
Hin stirbt alles, ganz geringe
Wird der Werth der irdschen Dinge;
Doch wie tief herabgestimmt
Auch das Wünschen Abschied nimmt,
Immer klingt es noch daneben:
Ja, das möcht’ ich noch erleben.

Beluister hier de voordracht van dit gedicht door Lutz Görner, een bekend voordrachtskunstenaar. [Wir danken www.rezitator.de für die freundliche Genehmigung.]


Bismarck, Rijkskanselier van Duitsland.

 


Het laatste woonhuis van Fontane, aan de Potsdamer Straße in Berlijn. Meer informatie over Theodor Fontane

Klik hier voor een schoolradiouitzending over Fontane. Onder Manuskript kun je de levensbeschrijving ook meelezen.

Fontane is niet alleen als journalist een goed waarnemer van zijn tijd. Ook als dichter heeft hij oog en oor voor details en wetmatigheden in natuur en maatschappij, zoals uit dit gedicht Mittag blijkt.

 

Mittag

Beluister hier dit gedicht, met dank aan Vorleser.net

Am Waldessaume träumt die Föhre,
am Himmel weiße Wölkchen nur;
es ist so still, dass ich sie höre,
die tiefe Stille der Natur.

Rings Sonnenschein auf Wies' und Wegen,
die Wipfel stumm, kein Lüftchen wach,
und doch, es klingt, als ström' ein Regen
leis tönend auf das Blätterdach.

Fontanes leven verloopt overigens niet zonder zorgen. Zijn vrouw baart zeven kinderen, waarvan er drie al vroeg sterven. Het kost hem veel moeite om voldoende geld te verdienen en zijn gezin te onderhouden. Hij moet regelmatig verhuizen. Pas als hem een baan aangeboden wordt bij de koninklijke academie voor de kunsten, gaat het hem in materieel opzicht wat beter. Later lukt het hem ook van zijn boeken te leven. Fontane blijft tot het eind van zijn leven, ondanks zijn grote successen op latere leeftijd, gebukt gaan onder ziekte, zenuwinzinkingen en slechte stemmingen. Op 20 september 1898 sterft Fontane.

 

Geloof in de vooruitgang: Die Brücke am Tay

In 1879 kwamen 200 mensen om het leven bij het instorten van een spoorwegbrug in Schotland. Dit was de grootste spoorwegramp van de negentiende eeuw. Fontane bezoekt de plek en hij schrijft er een jaar later een indrukwekkend gedicht over.

 

Die Brücke am Tay

Beluister hier het gedicht, voorgedragen door Christoph Maasch. [Wir danken www.sprechbude.de für die freundliche Genehmigung.]

When shall we three meet again? Macbeth

'Wann treffen wir drei wieder zusamm'?'
'Um die siebente Stund', am Brückendamm.'
'Am Mittelpfeiler.'
'Ich lösche die Flamm'.'
'Ich mit.'
'Ich komme vom Norden her.'
'Und ich vom Süden.'
'Und ich vom Meer.'
'Hei, das gibt ein Ringelreihn,
und die Brücke muß in den Grund hinein.'
'Und der Zug, der in die Brücke tritt
um die siebente Stund'?'
'Ei, der muß mit.'
'Muß mit.'
'Tand, Tand
ist das Gebild von Menschenhand.'

Toon | Verberg het vervolg

De keerzijde van alle technische vooruitgang is het natuurgeweld, dat sterker is dan mensenhand. Je zou verwachten dat Fontane in dit gedicht voor menselijke overmoed waarschuwt. Toch geeft het gedicht een andere kijk op dit ongeluk. Fontane heeft grote sympathie voor Engeland als land van de vooruitgang en lichtend voorbeeld voor het op dat moment nogal achterlijke Duitsland. Onder verwijzing naar het drama Macbeth van Shakespeare, geeft hij niet de techniek of de mens de schuld, maar het noodlot in de gedaante van drie heksen, die verantwoordelijk zijn voor het aangerichte onheil. Het is zinloos om terug te verlangen naar de tijd van paard en wagen. Met vooruitgang en vernieuwing gaan altijd ook problemen gepaard, zo realistisch moet je zijn, daaraan valt niet te ontkomen.

                                                            

 

Viel Freud, viel Leid, das alte Lied

Fontane heeft niet alleen de gevolgen van de snelle technische veranderingen onder de loep genomen. Hij heeft ook veel oog voor de sociale problematiek, die hieruit voortvloeit. In de roman Irrungen, Wirrungen uit 1888 - één van zijn mooiste romans - laat hij zien hoe de oude standenmaatschappij onder druk komt te staan. Uit de eerste zin van de roman kun je al opmaken dat wat er beschreven wordt, zich afspeelt in het nieuwe Berlijn uit de tijd van de Reichsgründung (1871), ook wel de Gründerzeit geheten.

An dem Schnittpunkte von Kurfürstendamm und Kurfürstenstraße, schräg gegenüber dem „Zoologischen“, befand sich in der Mitte der siebziger Jahre noch eine große, feldeinwärts sich erstreckende Gärtnerei, deren kleines, dreifenstriges, in einem Vorgärtchen um etwa hundert Schritte zurückgelegenes Wohnhaus, trotz aller Kleinheit und Zurückgezogenheit, von der vorübergehenden Straße her sehr wohl erkannt werden konnte.

Op de kruising van de Kurfürstendamm en de Kurfürstenstraße, schuin tegenover de dierentuin, bevond zich midden in de jaren zeventig nog een grote, zich veld inwaarts uitstrekkende tuinderij, waarvan het kleine, zich op honderd meter naar achteren in de voortuin bevindende huisje met drie raampjes, ondanks alle kleinheid en bescheidenheid, vanaf de weg die er langs liep, heel goed te zien was. - Vertaling J. Kleemans.

Tegen de achtergrond van het nieuwe Berlijn schetst Fontane in dit boek heel nauwkeurig een romantische liefdesgeschiedenis met tragische afloop. De hoofdpersonen, die elkaar liefhebben, de eenvoudige Lene Nimptsch en Botho von Rienäcker, die van adel is, kunnen door het standsverschil nu eenmaal niet met elkaar trouwen. Fontane laat zien, dat de adel nog gevangen zit in de normen en waarden van een voorbije tijd. Onmiskenbaar neemt hij het op voor de nieuwe klasse van burgers, waar Lene toe behoort. Zij trouwt uiteindelijk uit liefde met een andere man, Gideon Franke, nadat zij door Botho aan de kant is gezet. Botho, die zich regelmatig, veelzeggend op zijn schommelstoel - symbolisch voor twijfel en onzekerheid, misschien ook voor de geslachtsdaad - aan zelfbespiegelingen over vrijheid, authenticiteit, leugen en schijn overgeeft, sluit de roman af met de woorden: Gideon ist besser als Botho. De adel leeft nog in een wereld van schijn, verborgen achter een masker. Geluk en vrijheid zijn alleen te vinden in de nieuwe op handen zijnde maatschappij, waarin de knellende banden van de oude standenmaatschappij opgeheven zijn, zo lijkt Fontane met deze prachtige Berlijnroman te willen zeggen.

Midden in het boek, in hoofdstuk 14 verzucht Botho:

Wer bin ich? Durchschnittsmensch aus der sogenannten Obersphäre der Gesellschaft. Und was kann ich? Ich kann ein Pferd stallmeistern, einen Kapaun tranchieren und ein Jeu machen. Das ist alles, und so hab' ich denn die Wahl zwischen Kunstreiter, Oberkellner und Croupier.

Tegen het eind van het verhaal verzucht Botho nog een keer:

Viel Freud, viel Leid. Irrungen, Wirrungen. Das alte Lied. (Hoofdstuk 22)

Waarom zouden we Fontane nog lezen, zou je kunnen denken? Dit zijn toch thema’s, uit een voorbije tijd? Fontane weet steeds op originele wijze en haarscherp te beschrijven, dat wensen en verlangens van een individu maar al te vaak botsen met de eisen die de maatschappij stelt. Dit thema is van alle tijden en maakt de romans van Fontane, niet in de laatste plaats door zijn heldere en eenvoudige schrijfwijze, tot de mooiste boeken uit de Duitse literatuurgeschiedenis. Van zijn romans worden regelmatig nieuwe verfilmingen gemaakt.

[naar boven]

 

Das ist ein zu weites Feld - Effi Briest

Aan de beroemde Duitse literatuurcriticus Marcel Reich-Ranicki werd in 2005 de vraag gesteld: Wie bedeutend war Fontane? Ist er wirklich der bedeutendste deutsche Dichter zwischen Goethe und Thomas Mann?

Reich-Ranicki: In der Tat habe ich dies unlängst im Fernsehen gesagt. Aber ich habe nicht von 'Dichtern' gesprochen, sondern von deutschen Romanciers. Ja, ich sehe zwischen den 'Wahlverwandtschaften' (Goethe, 1809) und den 'Buddenbrooks' (Mann, 1901) keinen schöneren und wichtigeren Roman als 'Effi Briest'.

Inderdaad heb ik dit onlangs voor de televisie gezegd. Maar ik heb niet over Dichters gesproken, maar over Duitse romanschrijvers. Inderdaad, ik zie tussen Goethes Wahlverwandtschaften en Thomas Manns Buddenbrooks geen mooiere en belangrijkere roman dan Effi Briest. - Vertaling J. Kleemans.

Effi Briest (1895) is de bekendste roman van Fontane. Baron von Instetten, een man met een goede carrière die er ook nog goed uitziet, vraagt zijn vroegere vriendin, die hij eigenlijk had willen trouwen, om de hand van haar dochter: Effi. Effi droomt van een nieuw leven in een vooraanstaand milieu in de stad. Het verloopt echter helemaal anders: het paar verhuist naar Kessin aan de oostzeekust in Pommern en haar huwelijk verloopt zonder spanningen. Effi voelt zich geleidelijk aan steeds meer gevangen in de saaie regels en voorgeschreven omgangsvormen, die in haar nieuwe milieu gewoon zijn. Door de drukke werkzaamheden van baron Von Instetten voelt ze zich ook behoorlijk verwaarloosd.

Zij leert de aardige majoor Von Crampas kennen, met wie zij goed bevriend raakt en een geheime liefdesrelatie begint. Intussen wordt haar man overgeplaatst en het paar verhuist, waarna de relatie met Von Crampas wordt beëindigd. Pas veel later vindt Effi’s man de brieven van zijn echtgenote van veel vroeger. Hij scheidt direct van haar, daagt Von Crampas uit voor een duel, waarbij deze omkomt. Effi wordt ziek, keert terug naar haar ouders maar wordt door hen verstoten omdat ze met de burgerlijke moraal heeft gebroken. Effi slijt haat verdere leven op een Hinterhof in een Mietskaserne in Berlijn. Op haar stefbed echter verzoent zij zich met haar omgeving. In het laatste hoofdstuk vraagt Luise, Effis moeder, zich af of de ouders geen fouten gemaakt hebben. Het boek eindigt met de woorden van vader Briest: Ach, Luise, lass … das ist ein zu weites Feld.

Lees hier het slothoofdstuk in zijn geheel.

Op zich zijn overspel en echtbreuk niet zulke spannende, eerder nogal banale thema’s. Dit boek van Fontane is eigenlijk ook zonder grote hoogtepunten. Maar Fontane weet de stof zodanig te ordenen dat hij, ver uitgaand boven de eigenlijke handeling, op geraffineerde wijze overleefde conventies en dwingende regels, die vooral in hogere kringen in de tijd van Bismarck golden, ter discussie stelt.

Kenmerkend voor de stijl van Fontane is het begin van zijn romans. Zelf zegt hij hierover:

Das erste Kapitel ist immer die Hauptsache und in dem ersten Kapitel die erste Seite, beinah die erste Zeile. (...) Bei richtigem Aufbau muss in der ersten Seite der Keim des Ganzen stecken.

Het eerste hoofdstuk is altijd het belangrijkste en in het eerste hoofdstuk de eerste bladzijde, bijna de eerste regel. (...) Voor een goede opbouw moet op de eerste bladzijde het geheel in de kiem aanwezig zijn. - Fontane in 1880 in een brief aan Gustav Kerpeles. - Vertaling J. Kleemans.

Zowel Irrungen, Wirrungen als Effi Briest zijn goede voorbeelden van deze stelling. In de eerste bladzijden ligt de hele verdere problematiek besloten. Als in een spannend toneelstuk neemt Fontane je vanaf het begin van zijn romans mee in een avontuur, waarin stap voor stap alles wat op de eerste bladzijde in symbolen en motieven nog verborgen aanwezig is, onthuld wordt. In Irrungen, Wirrungen staat expliciet de verwijzing naar de coulisse genoemd, waarachter nog veel verborgen is dat in de loop van het verhaal onthuld gaat worden. In Effi Briest wordt op de eerste bladzijden een subtiel net van verwijzingen gesponnen, dat gaandeweg verduidelijkt wordt. In motieven als het rondeel, waar Effi later begraven wordt, de zonnewijzer (symbool voor de vanitas, de zinloosheid) en de schommel, waar Effi op zit (de beweeglijkheid en de gevaren van seksualiteit symboliserend) wordt op de eerste bladzijde al naar de afloop van de hele geschiedenis verwezen. Misschien worden door Fontane banale thema’s aangesneden, die je eerder in dokterromans zou verwachten. Kenmerkend echter is de manier waarop hij het gekozen thema in een poëtisch perspectief weet te plaatsen en het zo tot ongeëvenaarde vertelkunst weet te verheffen.

Door Fontane wordt de kunst van het verhalen vertellen weer volledig in ere hersteld. Later zou Thomas Mann (1875-1955) met zijn werk weer bewust bij deze traditie van Fontane aansluiten.

Trailer van Effi Briest, de verfilming uit 2009.

 

Klik hier voor de laatste verfilming van Effi Briest uit 2009. Op deze website van de film kun je fragmenten bekijken en meer over de achtergronden van dit boek vinden.

Bekijk hieronder een video van de verfilming van Effi Briest door de beroemde regisseur Rainer Werner Fassbinder uit 1974. Effi Briest wordt gespeeld door de eveneens beroemde actrice Hanna Shygulla en de video geeft tevens uitleg bij de bijzondere cameraposities die Fassbinder hanteerde:

 


Filmposter van de Effi Briest-verfilming uit 2009

Lees hier meer over Fontane en een samenvatting van zijn werken.

 


Meer informatie over Theodor Storm 


Storms gedicht Die Stadt, verbeeld door de Italiaanse kunstenaresse Siri Pasina.


Theodor Storm Hotel in Husum, de geboortestad van de dichter.

 

Am grauen Strand, am grauen Meer: Theodor Storm (1817 – 1888)

In de gedichten van Theodor Storm komt zijn liefde voor het Noord-Duitse landschap als bij geen ander tot uitdrukking. In een opvallend nuchtere en beschrijvende taal probeert hij innerlijke ervaring en natuur tot een harmonieus geheel te maken. Het grijs van het landschap voert in zijn gedichten hierbij de boventoon. Dat is toch wel heel iets anders dan gedweep met idyllische en lieflijke landschappen, zoals je dat bij de romantici nog kon vinden.

 

Die Stadt

Am grauen Strand, am grauen Meer
Und seitab liegt die Stadt;
Der Nebel drückt die Dächer schwer,
Und durch die Stille braust das Meer
Eintönig um die Stadt.

Es rauscht kein Wald, es schlägt im Mai
Kein Vogel ohne Unterlass;
Die Wandergans mit hartem Schrei
Nur fliegt in Herbstesnacht vorbei,
Am Strande weht das Gras.

Doch hängt mein ganzes Herz an dir,
Du graue Stadt am Meer;
Der Jugend Zauber für und für
Ruht lächelnd doch auf dir, auf dir,
Du graue Stadt am Meer.

Bekijk hier de voordracht van dit gedicht door Lutz Görner, een bekend voordrachtskunstenaar. [Wir danken www.rezitator.de für die freundliche Genehmigung.]

Storm had alle reden voor deze wat ingehouden stijl. De Denen hadden in 1850 Schleswig-Holstein bezet. In 1852 schrijft Storm, woonachtig in de stad Husum, dit gedicht op een manier alsof hij vast wil houden wat hem dierbaar is, maar verloren dreigt te gaan.

Storm had rechten gestudeerd. Hij nam deel aan de democratische beweging van 1848 in Kiel, die zich verzette tegen overheersing door de Denen. Vanaf 1853 vestigt hij zich meer of minder gedwongen door de vreemde overheersing liever in Pruisen (Potsdam). Pas in 1864 keert hij terug naar zijn vaderstad Husum, waar hij tot 1880 als jurist werkzaam is.

Heimweh en Heimat zijn belangrijke en steeds terugkerende thema’s bij Storm. Heel bekend is zijn lofzang op de waddenzee. In het gedicht Meeresstrand staat respect voor de natuur centraal. Het individu past bescheidenheid, de mens is uiteindelijk onderworpen aan de macht van de natuur, aan 'die Stimmen, die über der Tiefe sind'.

 

Meeresstrand


Ans Haff nun fliegt die Möwe,
Und Dämmrung bricht herein;
Über die feuchten Watten
Spiegelt der Abendschein.

Graues Geflügel huschet
Neben dem Wasser her;
Wie Träume liegen die Inseln
Im Nebel auf dem Meer.

Ich höre des gärenden Schlammes
Geheimnisvollen Ton,
Einsames Vogelrufen -
So war es immer schon.

Noch einmal schauert leise
Und schweiget dann der Wind;
Vernehmlich werden die Stimmen,
Die über der Tiefe sind.

Beluister hier de voordracht van dit gedicht door Lutz Görner, een bekend voordrachtskunstenaar. [Wir danken www.rezitator.de für die freundliche Genehmigung.]

 

"Het leven is lijden"


Lees hier meer over de filosoof Arthur Schopenhauer.

Een enigszins melancholische stemming kan de realisten vaak niet ontzegd worden. Het menselijk verlangen naar geluk loopt steeds weer stuk op de realiteit, zo kan men bij hen lezen. In deze tijd was het werk van de filosoof Arthur Schopenhauer (1788-1860) erg populair geworden.

In zijn belangrijkste werk Die Welt als Wille und Vorstellung (1818/1819 verschenen, maar pas veel later van grote invloed), verdedigt hij de stelling dat leven lijden is. De generatie schrijvers die teleurgesteld was in de mislukte revolutie van 1848, voelde zich tot Schopenhauers pessimistische filosofie zeer aangetrokken.

 

[naar boven]

 

Novellen van Theodor Storm

In 1881 schreef Storm:

De novelle is de meest zuivere en omvattende vorm van prosa, een directe geestverwant van het drama; en het komt er voor de schrijver op aan, daarin het hoogste aan dichtkunst te verwezenlijken.

- Vertaling J. Kleemans

Theodor Storm voelde zich in de eerste plaats dichter, maar hij is vooral ook bekend geworden door de vele mooie novellen die hij schreef. De bekendste en misschien ook mooiste zijn Immensee (1850) en Der Schimmelreiter (1888).

Immensee

In Immensee, een raamvertelling, denkt een oude man terug aan zijn jeugd, waarin hij door aarzelend en niet erg krachtdadig optreden zijn jeugdliefde aan een vroegere vriend verliest. Storm weet een thema, waarvan er misschien dertien in een dozijn gaan, door een subtiel spel met symbolen en motieven (net als Fontane), in een meesterlijke vertelling weer te geven. Het is bepaald geen droge weerspiegeling van een werkelijkheid die we hier lezen, maar een fraaie weergave van een bekend thema, die ver boven het alledaagse uitgaat. Storms novellen zijn echte Dichtung. Met behulp van de veelzeggende symboliek van de onbereikbare witte waterlelie verplaatst Storm ons in een sprookjeswereld, die tegelijkertijd door en door realistisch is:

Die Wälder standen schweigend und warfen ihr Dunkel weit auf den See hinaus, während die Mitte desselben in schwüler Mondesdämmerung lag. Mitunter schauerte ein leises Säuseln durch die Bäume; aber es war kein Wind, es war nur das Atmen der Sommernacht. Reinhard ging immer am Ufer entlang. Einen Steinwurf vom Lande konnte er eine weiße Wasserlilie erkennen. Auf einmal wandelte ihn die Lust an, sie in der Nähe zu sehen; er warf seine Kleider ab und stieg ins Wasser. Es war flach, scharfe Pflanzen und Steine schnitten ihn an den Füßen, und er kam immer nicht in die zum Schwimmen nötige Tiefe.

(Immensee, hoofdstuk 8.)

Lees hier de volledige tekst van Immensee.

Der Schimmelreiter

In de Schimmelreiter, Storms laatste novelle, vertelt hij het verhaal van de arme boerenzoon Hauke Haien, die zich op weet te werken tot dijkgraaf. Hij maakt zich sterk, tegen de conservatieve mentaliteit van zijn omgeving in, voor de ontwikkeling van de arme streek en hij pleit voor technische vooruitgang en een nieuwe manier van dijken bouwen. Maar tijdens een stormvloed breekt de oude dijk door en komen Haien en zijn familie om het leven. In de raamvertelling wordt de hoofdpersoon als held geëerd. De schoolmeester, die zijn leerlingen dit verhaal op heel spannende wijze weet te vertellen, prijst de inzet, de kennis en het geloof in de vooruitgang van de hoofdpersoon Hauke Haien. Der Schimmelreiter is verschillende keren verfilmd.

Bekijk hier de spannende slotscene van Der Schimmelreiter in een oude zwartwitversie.

 

[naar boven]

 

 


Lees hier meer over Adalbert Stifter.

Adalbert Stifter (1805 – 1868)

Naast Storm moet ook Stifter als vertegenwoordiger van het Duitse poëtisch realisme genoemd worden. Stifter komt uit Bohemen en is eigenlijk Oostenrijker. Niet ongewoon voor deze streek maakt hij in 1868 in Linz een eind aan zijn leven. Van jongs af aan interesseert hij zich voor natuurwetenschap, literatuur en schilderkunst.

Om zijn werk te karakteriseren kun je het beste enkele van zijn schilderijen bekijken. Zijn Wasserfall im Hochgebirge of Bauerngehöft am Bergsee laten zien dat hij diep onder de indruk is van de overweldigende kracht van de natuur. Dit vind je ook terug in het beroemde voorwoord bij zijn verhalen Bunte Steine (1853). Daarin legt hij uit, dat de mens behalve aan de onveranderlijke wetten van de natuur, gelukkig ook aan andere onderworpen is, waar hij wel invloed op kan uitoefenen: de zachte wet, das sanfte Gesetz. Hieronder verstaat hij dat de mensheid zich veel leed kan besparen door zich enige matiging op te leggen en door in familie- en vriendenkring medemenselijkheid en harmonie na te streven. Van politiek en van de nieuwe industriële maatschappij verwacht Stifter maar weinig heil. Dan is het altijd nog beter om naar de natuur te kijken, waar ondanks het natuurgeweld, voldoende schoonheid als oriëntatiepunt te vinden is.


Wasserfall im Hochgebirge

Bauerngehöft am Bergsee

Het mooiste verhaal uit Bunte Steine is Bergkristall. Hierin vertelt hij over twee kinderen, die op Kerstavond op het ijs van een gletscher verdwalen, maar toch op wonderbaarlijke wijze gered worden. Lees hier de volledige tekst van Bergkristall.

Bekijk hier een gedeelte uit de film Bergkristall uit 2004:

Brigitta

Alles war nun gut, met deze woorden eindigt Stifters beroemde novelle Brigitta. Stephan Murai, de hoofdpersoon in dit verhaal, trouwt met de niet zo mooie, maar sterke vrouw Brigitta. Het huwelijk loopt spaak en Stephan verlaat zijn vrouw en zoon. Na jaren keert hij echter terug en vestigt zich in de directe omgeving van het landgoed van Brigitta. Door een zware ziekte van Brigitta komen zij weer nader tot elkaar, maar zij besluiten niet weer te trouwen en slechts bevriend te blijven. Pas als Stephan zijn zoon, die door wolven wordt aangevallen, gered heeft, verdwijnt de onderlinge afstand. Bij het ziekbed van de zoon vinden Stephan en Brigitta elkaar definitief en het verhaal eindigt met: Alles war nun gut.

Soms wordt Stifter als wereldvreemd en conservatief beschouwd en daarom ook wel een echte Biedermeier genoemd. Het is waar dat hij zich, anders dan Fontane, in zijn werk alleen aan kunst en niet aan actuele politieke vraagstukken wijdt. Toch mag niemand die zich voor het Duitse realisme interesseert genoemde werken ongelezen laten. Stifter weet in zijn verhalen personages goed te karakteriseren en zijn beschrijvingen van de natuur zijn heel gedetailleerd en uniek.

 

Ich verstehe die Welt nicht mehr - Friedrich Hebbel (1813-1863)

Maria Magdalene

Ich verstehe die Welt nicht mehr - Dit beroemd geworden citaat stamt uit de burgerlijke tragedie Maria Magdalene (1844) van Friedrich Hebbel, die geldt als de belangrijkste toneelschrijver uit de tijd van het poetisch realisme.

Centraal in zijn stukken staat de mens in crisissituaties, waarbij het gaat om individuen die met veranderingen in de maatschappij geen raad weten en niet weten waar ze zich op moeten richten. Tegelijkertijd hield Hebbel de kleinburgerlijke wereld een spiegel voor en poogde met zijn stukken de achterhaalde voorstellingen van eer en fatsoen aan de kaak te stellen.

In Maria Magdalene treft Klara, de dochter van meubelmaker Anton, een vergelijkbaar noodlot als dat van de bijbelse persoon Maria Magdalena. Klara is zwanger geraakt van haar verloofde Leonhard maar deze weigert Klara te trouwen omdat haar broer van diefstal wordt beschuldigd. In werkelijkheid is Leonard echter blij een reden te hebben gevonden om niet met Klara te hoeven trouwen, want Klara's vader heeft zijn geld verloren in een faillissement van een vriend van hem.

Klara zoekt haar heil bij een andere man van wie ze echt houdt, maar deze wijst haar vanwege de zwangerschap af. Klara wil haar vader de schande van een buitenechtelijk kind besparen en pleegt zelfmoord, ook al doet ze haar best om dit als een ongeluk te laten overkomen. Haar vader, die gevangen zit in zijn starre moraal, is bang voor de praatjes van de mensen. De dood van zijn dochter laat hem in volledige ontreddering achter: hij begrijpt de wereld niet meer.

Klik hier voor de volledige tekst van Maria Magdalene.

Agnes Bernauer

Het toneelstuk Agnes Bernauer (1852) is gesitueerd in de vijftiende eeuw. De Beierse hertog Albrecht III treedt in het huwelijk met Agnes Bernauer, een meisje uit burgerlijke kringen in Augsburg. Door dit huwelijk verliest Albrecht zijn aanspraak op de Beierse troon. En omdat de troonsopvolging in gevaar komt, spreekt de vader van Albrecht, hertog Ernst, een doodvonnis over Agnes uit en laat dit ook voltrekken door verdrinking in de Donau. Daarop ontstaat een burgeroorlog tussen vader en zoon, die beëindigd wordt als de zoon de schuld op zich neemt en de vader in ruil daarvoor afstand doet van de troon. De vader trekt zich terug in een klooster om boete te doen. Hij is tot deze stap bereid om zijn land niet verder in gevaar te brengen.

De spanning tussen de loop van de geschiedenis en het streven van het individu, is waar het in dit stuk vooral om draait. De wil van de mens is weliswaar de motor van de geschiedenis, maar diezelfde geschiedenis verzet zich tegen verandering en vernietigt het individu. Of zoals Hebbel het in 1843 in zijn dagboek noteerde:

Es gibt nur eine Notwendigkeit, die, dass die Welt besteht; wie es den Individuen aber in der Welt ergeht, ist gleichgültig.

Er is maar één noodzaak, namelijk dat de wereld bestaat. Hoe het met het individu in de wereld is gesteld, doet er niet toe. - Vertaling Erwin de Vries.

Klik hier voor de volledige tekst van Agnes Bernauer.

De in het Noord-Duitse Holstein geboren toneelschrijver leidde een leven in armoede en zijn rusteloze bestaan bracht hem in vele Europese steden. Hij stierf in 1863 in Wenen.

Hij schreef in zijn relatief korte leven naast de reeds goemde werken nog een groot aantal andere toneelstukken, waaronder Gyges und sein Ring (1856), Die Nibelungen (1861) en Demetrius (postuum, 1864). Gyges und sein Ring is een bewerking van het mooie verhaal van de Griekse schrijver Herodotos over een ring die de drager onzichtbaar kan maken, en over de schoonheid van de vrouw van de Griekse koning Kandaules.


Lees hier meer over Friedrich Hebbel.

Scène uit Maria Magdalene door het Maxim Gorki Theater Berlin.

[naar boven]

 

Gottfried Keller (1819-1890)

Lees hier meer over Gottfried Keller.

De schrijvers uit de tijd van het realisme zijn vooral sterk in het vertellen van mooie en vaak heel spannende verhalen. Een goed voorbeeld hiervan is de uit Zwitserland afkomstige Gottfried Keller.

Kleider machen Leute

Beroemd is zijn novelle Kleider machen Leute (1855). Als je het begin van dit verhaal leest, waan je je direct in een soort sprookjeswereld:

 

An einem unfreundlichen Novembertage wanderte ein armes Schneiderlein auf der Landstraße nach Goldach, einer kleinen reichen Stadt, die nur wenige Stunden von Seldwyla entfernt ist. Der Schneider trug in seiner Tasche nichts als einen Fingerhut, welchen er, in Ermangelung irgendeiner Münze, unablässig zwischen den Fingern drehte, wenn er der Kälte wegen die Hände in die Hosen steckte, und die Finger schmerzten ihm ordentlich von diesem Drehen und Reiben. Denn er hatte wegen des Fallimentes irgendeines Seldwyler Schneidermeisters seinen Arbeitslohn mit der Arbeit zugleich verlieren und auswandern müssen. Er hatte noch nichts gefrühstückt als einige Schneeflocken, die ihm in den Mund geflogen, und er sah noch weniger ab, wo das geringste Mittagbrot herwachsen sollte. Das Fechten fiel ihm äußerst schwer, ja schien ihm gänzlich unmöglich, weil er über seinem schwarzen Sonntagskleide, welches sein einziges war, einen weiten dunkelgrauen Radmantel trug, mit schwarzem Sammet ausgeschlagen, der seinem Träger ein edles und romantisches Aussehen verlieh, zumal dessen lange schwarze Haare und Schnurrbärtchen sorgfältig gepflegt waren und er sich blasser, aber regelmäßiger Gesichtszüge erfreute.

Solcher Habitus war ihm zum Bedürfnis geworden, ohne daß er etwas Schlimmes oder Betrügerisches dabei im Schilde führte; vielmehr war er zufrieden, wenn man ihn nur gewähren und im stillen seine Arbeit verrichten ließ; aber lieber wäre er verhungert, als daß er sich von seinem Radmantel und von seiner polnischen Pelzmütze getrennt hätte, die er ebenfalls mit großem Anstand zu tragen wußte.

Lees hier de volledige novelle Kleider machen Leute.


De beroemde acteur Heinz Rühmann in de verfilming van Kleider machen Leute.

In Kleider machen Leute houdt men de arme kleermaker Wenzel Strapinski vanwege zijn mooie mantel voor een graaf. Eerst wil hij dit nog tegenspreken, maar al spoedig ervaart hij de voordelen van dit misverstand. Als hij verliefd wordt op het knappe en rijke meisje Nettchen blijft hij zich definitief voor graaf uitgeven. Maar als tijdens hun verloving een inwoner uit zijn dorp het bedrog van Wenzel ontdekt, verdwijnt Wenzel snel in het nabij gelegen bos. Daar denkt hij na over wat hij fout gedaan heeft. Hij komt tot de conclusie, dat hem eigenlijk geen schuld treft, maar eerder dat hem groot onrecht aangedaan is. Als hij zich langs de kant van de weg te slapen legt in de sneeuw, wordt hij toevallig door Nettchen ontdekt. Dan vertelt hij haar zijn hele geschiedenis.

 

Nach kurzem Schweigen, indem ihre Brust sich zu heben begann, stand Nettchen auf, ging um den Tisch herum dem Manne entgegen und fiel ihm um den Hals mit den Worten: „Ich will dich nicht verlassen! Du bist mein, und ich will mit dir gehen trotz aller Welt!“ So feierte sie erst jetzt ihre rechte Verlobung aus tief entschlossener Seele, indem sie in süßer Leidenschaft ein Schicksal auf sich nahm und Treue hielt.

Na kort gezwegen te hebben en haar borst zich begon te verheffen, liep zij om de tafel heen en viel zij de man om de hals met de woorden: “Ik wil je niet verlaten! Je hoort bij mij en ik wil overal heen waar je ook gaat!” Zo huldigde ze pas echt en vol overtuiging haar verloving, doordat zij in zoete hartstocht voor haar lot tekende en het trouw bleef. - Vertaling J. Kleemans.

Romeo und Julia auf dem Dorfe (1856)


Scene uit de DDR-verfilming van Romeo und Julia auf dem Dorfe uit 1984.

Keller heeft veel van zulke mooie novellen als Kleider machen Leute geschreven. Vaak spelen ze in het fictieve Zwitserse stadje Seldwyla. Ze zijn verzameld in de bundel Die Leute von Seldwyla (1856). Een bekend verhaal van hem is de bewerking van Romeo and Juliet van Shakespeare. Kenmerkend voor zijn realisme is de manier waarop hij deze vertelling inleidt:

 

Diese Geschichte zu erzählen würde eine müßige Nachahmung sein, wenn sie nicht auf einem wirklichen Vorfall beruhte, zum Beweise, wie tief im Menschenleben jede jener Fabeln wurzelt, auf welche die großen alten Werke gebaut sind. (...)
An dem schönen Flusse, der eine halbe Stunde entfernt an Seldwyl vorüberzieht, erhebt sich eine weitgedehnte Erdwelle und verliert sich, selber wohlbebaut, in der fruchtbaren Ebene.

Het vertellen van deze geschiedenis zou een zinloze naäperij zijn, als ze niet op een waar gebeurd voorval berustte, ten bewijze van hoe diep die fabels in ieders mensenleven geworteld zijn, waarop de grote en aloude literatuur zich baseert. (...) Langs de mooie rivier bij het plaatsje Seldwyl strekt zich een lange glooiing vol gewassen uit en gaat in grote vruchtbare vlakte over. - Vertaling J. Kleemans.

Keller pakt een oud thema uit de wereldliteratuur op en vertaalt dat naar een concrete alledaagse realiteit. De tragedie die zich daar in die realiteit afspeelt, wordt in een mooier gemaakte en sprookjesachtige vertelling, met vaak een vleugje humor, tot echte Dichtung, Poesis. Opvallend is de aandacht die de poetisch realisten aan het begin van hun vertellingen hebben voor de plaats en de ruimte, waarin een geschiedenis zich afspeelt. Ze maken de werkelijkheid in hun verhalen wel mooier, maar ze verliezen de alledaagse en concrete leefwereld van de hoofdpersonen nergens uit het oog.

In het meeslepende verhaal Romeo und Julia auf dem Dorfe rest de beide hoofdpersonen niets anders meer dan liefde voor elkaar. Hun vaders zijn in een hopeloze strijd om geld en bezit verwikkeld. Romeo en Julia zien uiteindelijk geen uitweg meer en slaan de hand aan zichzelf.

Dit is het enige verhaal met slechte afloop in deze bundel. Alle andere vertellingen over de mensen uit Seldwyla hebben, zoals in echte sprookjes, bijna altijd een goede afloop. Niet voor niets heeft Keller voor zijn verhalen Seldwyla uitgekozen, dat betekent geluksstad, een zonnig en vrolijk oord: 'Seldwyla bedeutet nach der älteren Sprache einen wonnigen und sonnigen Ort, ...'

Der grüne Heinrich (1855)

In één van de belangrijkste ontwikkelingsromans van de negentiende eeuw Der grüne Heinrich (1855) neemt Keller zijn eigen jeugdervaringen als uitgangspunt. Keller werd in 1819 geboren, maar verloor op jonge leeftijd zijn vader. Door zijn moeder werd hij erg kort gehouden. Eigenlijk wilde hij schilder worden, maar al spoedig kwam hij erachter, dat zijn kracht ergens anders lag. Keller leidde aanvankelijk een onrustig leven met vele omzwervingen.

In Heidelberg kwam hij in aanraking met het werk van de filosoof en atheïst Ludwig Feuerbach (zie foto, 1804-1872), dat diepe indruk op hem maakte. Hij bezocht er ook lezingen van Feuerbach. Volgens Feuerbach is elk spreken over god, een spreken door de mens, daarom is theologie (theos = god; kennis omtrent god) een vorm van anthropologie (anthropos = mens; kennis omtrent de mens). Feuerbach oefende in die tijd veel invloed uit op schrijvers en denkers, onder andere ook op Karl Marx. Zijn hoofdwerk heet Das Wesen des Christentums (1841).

Via Berlijn, waar Keller van 1850 tot 1855 verbleef, keerde hij uiteindelijk weer terug naar zijn vaderstad Zürich. Hier werkte hij als schrijver tot zijn dood in 1890. Der grüne Heinrich schetst de ontwikkeling van een jongeman, een kunstenaar, die moeite heeft zijn plaats in de maatschappij te vinden. Wie het niet lukt om met zijn zichzelf en met zijn familie in het reine te komen, is ook nooit in staat om in de maatschappij een voorname positie in te nemen, zo wil Keller ons met deze meer of minder autobiografische roman voorhouden. De verhouding tussen schijn en werkelijkheid is een terugkerend thema in veel van zijn verhalen en romans.

 

Wilhelm Raabe (1831-1910)

 

Bijna vijftig romans, novelles en verhalen heeft Wilhelm Raabe (1831-1910) geschreven. Met zijn vroege werken als Die Chronik der Sperlinggasse (1857) en Der Hungerpastor (1864) bereikte hij een groot publiek en was hij in zijn tijd een populair schrijver. Raabes opstelling tegenover de wereld werd gekenmerkt door een grote scepsis over de vraag of de mens in staat zou zijn om grote maatschappelijke plannen te realiseren. Daarin werd hij evenals vele anderen geïnspireerd door de pessimistische filosoof Schopenhauer.

Veelal treden zonderlinge personen in zijn verhalen op, zoals ook de hoofdfiguur in zijn werk Stopfkuchen (1891). Stopfkuchen is onlangs in het Nederlands vertaald - door Ard Posthuma - onder de titel Oliebol. Het verhaal is humoristisch, spannend en origineel. Sommigen noemen het zelfs de grootste roman uit de negentiende eeuw.

Zoals veel novellen uit de tweede helft van de negentiende eeuw is ook dit verhaal een raamvertelling: Stopfkuchens vriend Eduard, die teruggekeerd is van een reis naar Afrika, vertelt de geschiedenis van Heinrich Schaumann, wiens bijnaam Stopfkuchen is. Deze naam dankt hij aan zijn dikte en vraatzucht (Stopfkuchen is een Duits woord voor het laatste restje deeg, waarin de overgebleven rozijnen, boter en suiker worden gestopt). Deze zonderlinge figuur is van kindsbeen een buitenstaander die zich ook alleen voor andere zielsverwanten interesseert. Eén daarvan is een boer die van een moord wordt verdacht. Stopfkuchen weet de boer van alle blaam te zuiveren en de naam van de werkelijke moordenaar noemt Stopfkuchen pas na diens dood.

Raabe vond dit boek zijn beste, wellicht ook omdat zijn eigen leven veel kenmerken met dat van Stopfkuchen gemeen had: het zijn buitenstaanders die met een zeker intellectueel overwicht de rest van de wereld tegemoet treden en door diezelfde wereld niet worden begrepen.

Die Schwarze Galeere (1860)


 

Voor Nederlanders is Raabes novelle Die schwarze Galeere (1860) interessant omdat het de Nederlandse vrijheidsstrijd in de zestiende eeuw thematiseert. De novelle speelt zich af in Antwerpen in 1599, dat bezet is door de Spanjaarden. De Spaanse vloot wordt geteisterd door de Nederlandse geuzen, waaronder door het schip Die schwarze Galeere:

Es war eine dunkle, stürmische Nacht in den ersten Tagen des Novembers, im Jahre 1599, als die spanische Schildwache auf dem Fort Liefkenhoek, an dem flandrischen Ufer der Schelde, das Lärmzeichen gab, die Trommel die schlafende Besatzung wachrief und ein jeder Befehlshaber wie Soldat seinen Posten auf den Wällen einnahm.

Naast beschrijvingen van de strijd zoals in de beginzin hierboven wordt in het eerste van de in totaal zes hoofstukken van de novelle ook het verloop van de Nederlandse strijd tegen de Spaanse overheersing tot dan toe geschilderd. Tevens bevat de novelle een spannend liefdesverhaal.

De stuurman van de Schwarze Galeere, Jan, waagt zich op een avond verkleed als Spaans soldaat in een kroeg. Daar hoort hij van het plan van kapitein Valani en luitenant Leone della Rotta van het Italiaanse schip Andrea Doria om Myga van Bergen te ontvoeren. Myga was Jan als bruid in het vooruitzicht gesteld maar ook Leone della Rota is verliefd op haar. Jan wordt in de kroeg herkend en weet maar ternauwernood te vluchten naar Myga. Haar huis wordt daarop belaagd en in het daaropvolgende handgemeen weet Jan Valani neer te steken en luitenant Leone della Rotta te verwonden. Desondanks worden Jan en Myga door de Spanjaarden en de Italianen overmeesterd en naar de Andrea Doria gebracht. Het lukt Jan echter om wederom te vluchten en later keert hij met de Schwarze Galeere terug naar de Andrea Doria. Hij kaapt het schip, redt Myga en weet Leone della Rota neer te steken.

De novelle is doorspekt met overpeinzingen die doelen op de zinloosheid van een oorlog. De Schwarze Galeere staat symbool voor een dodelijk wapen dat door alles en iedereen wordt gevreesd.


Meer informatie over Wilhelm Raabe 


Oliebol, de vertaling van Raabes Stopfkuchen.

[naar boven]

 

Wilhelm Busch (1832-1908)


Meer informatie over Wilhelm Busch

Max und Moritz: het eerste moderne stripverhaal

Ach, was muß man oft von bösen
Kindern hören oder lesen!
Wie zum Beispiel hier von diesen,
Welche Max und Moritz hießen,
Die, anstatt durch weise Lehren
Sich zum Guten zu bekehren,
Oftmals noch darüber lachten
Und sich heimlich lustig machten.

Zo begint Max und Moritz, Eine Bubengeschichte in Sieben Streichen (1865) door Wilhelm Busch. Dit begin van een langer verhaal, eigenlijk een strip, is kenmerkend voor zijn visie op de mens en zijn schrijverschap. Voor Busch was de mens onverbeterlijk - Max und Moritz wensen zich niet tot het goede te bekeren - en in feite was de mens daar ook nog tevreden mee: hij lacht erom. Het eenvoudige rijmschema en ongecompliceerde woordgebruik, aangevuld met de eigen tekeningen van Busch, maakten zijn werk toegankelijk voor een breed publiek. Zowel kinderen als volwassenen konden hun plezier hebben met de slechte inborst van de beide belhamels.

Max und Moritz - Vierter Streich

Also lautet ein Beschluß:
Daß der Mensch was lernen muß.
Nicht allein das Abc
Bringt den Menschen in die Höh,
Nicht allein im Schreiben, Lesen
Übt sich ein vernünftig Wesen;
Nicht allein in Rechnungssachen
Soll der Mensch sich Mühe machen;
Sondern auch der Weisheit Lehren
Muß man mit Vergnügen hören.

 
Toon | Verberg het vervolg van de Vierter Streich

Het was dit werk van Wilhelm Busch dat model heeft gestaan voor de Amerikaanse stripverhalen en in latere tijd voor de tekenfilm. De Amerikaanse krantenmagnaat William Randolph Hearst ontdekte op zijn reizen door Europa Busch’ strip Max und Moritz. Deze strip verscheen eerst in het tijdschrift Fliegende Blätter en later, vanaf 1865 ook in boekvorm. In Europa werd het snel heel populair. William Hearst gaf Rudolph Dirks de opdracht om een vergelijkbare vorm te bedenken voor ‘The American Humorist’, de zondagse bijlage van de New York Journal. Dat werd Katzenjammer Kids waarin, anders dan bij Busch, de teksten in ballonnen werden weergegeven. Daarmee was het stripverhaal, zoals wij dat nu kennen, definitief geboren.

Klik hier voor de volledige tekst en afbeeldingen van Max und Moritz.

Humor als masker

Eigenlijk zou Wilhelm Busch techniek studeren, maar op 19-jarige leeftijd verruilde hij een studie Maschinenbau voor de kunstacademie in Düsseldorf, later in Antwerpen. Hij interesseerde zich vooral voor de schilderkunst. Die interesse vind je duidelijk terug in zijn tekenwerk, waarin hij de wereld voortdurend op de korrel neemt. Zijn tekeningen zijn vooral spotprenten en karikaturen. Je kunt er om lachen, maar er gaat een diepgeworteld pessimisme achter schuil. Busch kende het werk van Arthur Schopenhauer erg goed. Aan mens en wereld was nu eenmaal weinig te veranderen. Zijn langere beeldverhalen, zoals Die fromme Helene, Fipps, der Affe, Maler Klecksel of Der heilige Antonius von Padua zijn allemaal hoogkomische verhalen. De diepere ondertoon is echter steeds heel ernstig en soms ook bitter.


Die fromme Helene

Fipps, der Affe

Maler Klecksel
 

Der heilige Antonius von Padua

Kort samengevat kwam zijn levenswijsheid hierop neer: ‘Was lebt, das leidet; leidet, weil es lebt, und leben will es’, zoals Busch in een van zijn brieven schreef. Als je daar verder toch niets aan veranderen kunt, dan kun je er maar het beste hartelijk om lachen. Moralisme van ouders, leraren en goed bedoelde wijsheden van oude tantes worden door hem voortdurend op heel komische wijze op de hak genomen. Achter al dit komische en opstandige probeert Busch zijn sombere gedachten over de mens te verbergen. Dat is hem met zijn originele stripverhalen ook heel goed gelukt.

De pessimistische grondtoon van zijn werk vind je duidelijk onder woorden gebracht in zijn gedicht Nicht artig. Misschien wel een hoogtepunt van realistische literatuur.

Nicht artig - Wilhelm Busch

Man ist ja von Natur kein Engel,
Vielmehr ein Welt- und Menschenkind,
Und rings umher ist ein Gedrängel
Von solchen, die dasselbe sind.

In diesem Reich geborner Flegel,
Wer könnte sich des Lebens freun,
Würd' es versäumt, schon früh die Regel
Der Rücksicht kräftig einzubleun.

Es saust der Stock, es schwirrt die Rute.
Du darfst nicht zeigen, was du bist.
Wie schad, o Mensch, daß dir das Gute
Im Grunde so zuwider ist.

[naar boven]

 

 
 

Download hier extra gedichten bij deze stroming
[PDF-bestand]

 

 

 

Geschiedenis van de Duitstalige literatuur


© 2004-2010 - Geschiedenis van de Duits literatuur is een project van de literatuurredactie (Erwin de Vries, Jos Kleemans en Paul Goossen) van www.duits.de | Reacties naar literatuur AT duits.de (AT vervangen door het @-teken) | Mit freundlicher Unterstützung von Vorleser.net und Studio de Lat | Colofon

 

Boek
Bij deze website hoort een boek. Boek en website vullen elkaar volledig aan, maar kunnen ook los van elkaar gebruikt worden. Meer informatie en bestellen.

 

<<< vorige pagina


Copyright © 1997-2010 www.duits.de is een niet-commerciële site voor leerlingen en docenten in het voortgezet onderwijs  Onderdeel van de Stichting Digitale School   Contact en colofon   

 

Google Custom Search