|
|
| Geschiedenis van de Duitse literatuur: |
Jeugdboeken |
Boeken voor bovenbouw havo/vwo
|
In het Duits: Literatur der Jahrhundertwende
|
Deze regels zijn onderdeel van een reeks gedichten met titels
als Weltschmerz, Weltflucht en Weltende.
Ze zijn kenmerkend voor de periode rond de eeuwwisseling aan het begin van de vorige eeuw. |
Historische achtergrond
|
Duitsland en de Dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije maakten in economisch opzicht een snelle inhaalslag ten opzichte van Engeland en Frankrijk. Dit had grote gevolgen voor politiek en cultuur. In die tijd was het gevoel, dat men aan het einde van een voorgoed afgesloten periode leefde, in een fin-de-siècle, even sterk als de hoop op het begin van iets totaal nieuws. In kunst en literatuur kwam dit tot uitdrukking in het naast elkaar bestaan van een veelheid van nieuwe en soms aan elkaar tegengestelde artistieke stromingen. Het waren allemaal pogingen om een antwoord te vinden op een nieuwe en in velerlei opzicht ook onzekere tijd. De culturele centra van die tijd waren met name het zich snel ontwikkelende Berlijn en in mindere mate de stad München in Duitsland en verder steden als Wenen, Praag en Budapest in de Oostenrijks-Hongaarse Dubbelmonarchie. Duitsland Na de Frans-Duitse oorlog (1870-1871) wordt in het paleis van Versailles het Duitse keizerrijk opgericht. Tussen 1871 en 1914 maakt Duitsland een periode van snelle industrialisering, verstedelijking en technische vooruitgang door. Ook een moderne bewapening komt dankzij nieuwe technologieën, zoals de ontwikkeling van het gifgas, snel op gang. De dominerende sociale klasse in het leger en in bestuursorganen is nog steeds de adel. Intussen neemt de invloed van burgers en arbeiders via liberale en socialistische bewegingen toe. Steeds grotere groepen arbeiders werken en leven in de steden onder mensonwaardige omstandigheden. De rechten van het proletariaat (d.w.z. de arbeiders, die alleen proles (Latijn voor kinderen) en geen kapitaal bezitten, worden door de heersende klasse slechts schoorvoetend geëerbiedigd. Er komt in deze kring geleidelijk aan verzet op gang tegen een ongebreideld kapitalisme, tegen uitbuiting en tegen kinderarbeid. Het culturele en politieke centrum van dit Duitsland onder de keizers Wilhelm I en II, het zogenaamde wilhelminische Duitsland, is in de eerste plaats de stad Berlijn, op afstand gevolgd door München.
Oostenrijk Anders dan in Duitsland is er in de Oostenrijks-Hongaarse Dubbelmonarchie eerder sprake van politieke stilstand. Na de militaire nederlaag tegen Duitsland in Königgrätz (1866) is Oostenrijk uit de Deutscher Bund gestoten, waardoor de Oostenrijkse keizer Franz-Joseph niets meer te vertellen heeft over de Duitse eenwording. De Donaumonarchie zoekt uitbreiding in het Oosten, met name op de Balkan. Het land komt zo in conflict met Rusland. Oostenrijk-Hongarije bestaat uit vele verschillende landen en nationaliteiten en is steeds moeilijker als staat bij elkaar te houden. Als in 1914 Franz Ferdinand - de troonopvolger - door een Servische nationalist in Sarajevo doodgeschoten wordt, is dit de aanleiding voor de Eerste Wereldoorlog. In de Donaumonarchie is er intussen wel sprake van snelle industrialisering en verstedelijking. Steden als Wenen, Praag en Budapest breiden zich in hoog tempo uit. Er worden grote boulevards aangelegd. De Ringstraße in Wenen wordt het grote voorbeeld voor de andere twee steden. De nieuwe ring wordt volgebouwd met luxe theaters, prachtige concertzalen en pronkerige musea. De trek naar de stad vraagt verder om de aanleg van nieuwe wijken met goedkopere huurwoningen voor de arbeiders. Het grote aantal zogenaamde Mietskasernen (sociale woningbouw) neemt vooral in de tijd rond de eeuwwisseling enorm toe. Ondanks verstedelijking en industrialisering is Oostenrijk nog veel sterker feodaal en agrarisch van karakter dan Duitsland. De adel en de hogere burgerij maken er, zonder dat zij veel politieke visie op de toekomst hebben, de dienst uit. Het gevoel van onzekerheid, die deze paradoxale situatie met zich mee brengt, wordt door Robert Musil (1880-1942) in zijn roman Der Mann ohne Eigenschaften nauwgezet onder woorden gebracht: Niemand wusste genau, was im Werden war... Iedereen voelt dat de Dubbelmonarchie ten onder zal gaan. Door Musil wordt de oude monarchie in zijn roman gekscherend Kakanië genoemd, als parodie op de toen veelvuldig gebruikte aanduiding 'kaiserlich und königlich': k.u.k., de vorst was namelijk keizer van Oostenrijk en koning van Hongarije. In de Cafés en in de literaire salons wordt in die tijd druk gediscussieerd over het nieuwe dat op handen is: een nieuwe mens, een nieuwe kunst, een nieuwe moraal, een nieuwe politieke visie. In elk geval overheerst bij velen een gevoel van grote onzekerheid. Maar op het gebied van de muziek, de literatuur, taal en kunst, de medische wetenschap en de filosofie, kondigen revolutionaire vernieuwingen zich reeds aan. Sommigen spreken dan ook over Wenen rond 1900 als over een stad, die een vrolijke eindtijd beleeft. Hermann Broch schrijft: Wien - die fröhliche Apokalypse. |
|
Veelheid van denkbeelden
|
De artistieke uitingen in deze woelige periode van veranderingen, laten zich moeilijk onder één noemer brengen. In elk geval was een vast omschreven mensbeeld of een vast vertrouwen in de mens als centrum van de wereld behoorlijk aan het wankelen gebracht. Drie of vier namen en belangrijke visies moeten hier genoemd worden:
|
Marx en Darwin
|
Karl Marx (1818-1883) en Charles Darwin (1809-1892) vatten de mens als niet meer dan een product van de materie op. Dat wil zeggen: in laatste instantie wordt de mens bepaald (gedetermineerd) door zijn erfelijke aanleg, door zijn milieu en door de plaats die hij in het productieproces inneemt. Is hij heer of knecht; kapitalist of arbeider? Dit determinisme liet weinig ruimte voor een autonome mens met een vrije wil. |
|
Friedrich Nietzsche
|
Een andere aanval op de mens als machtig middelpunt van de beschaving deed Friedrich Nietzsche (1844-1900). Hij had god dood verklaard en de traditionele zingevende kaders van hun zeggingskracht ontdaan. Van Nietzsche is de uitdrukking 'God is dood' . De mens moet zijn bestaan hier en nu nuchter onder ogen zien. Het vertrouwen op een god of op een zin van de geschiedenis is onredelijk en dient te worden afgewezen. Nietzsche heeft een boek geschreven over de goden Apollo en Dionysos. Hierin pleit hij voor het volgen van de god Dionysos, de god van de wijnoogst, die het buitensporige, de roes en de levenslust tot zin van het bestaan verheft. Hieraan schrijft hij meer waarde toe, dan aan de christelijke leer van de verheerlijking van lijden, zelfopoffering en armoede, die hij een slavenmoraal noemt. De oude mens met zijn slavenmoraal zou plaats moeten maken voor een nieuwe mens, de Übermensch. Deze gedachte werd later door Hitler, zonder veel kennis van de werkelijke bedoelingen van Nietzsche, ernstig misbruikt. |
Sigmund Freud
|
Verder was er de arts en de grondlegger van de psychoanalyse: Sigmund Freud (1856-1939). Hij beschouwde de mens niet als een rationeel en vrij denkend wezen. Maar veeleer als een wezen, dat zich in zijn gedrag liet leiden door onbewuste en onredelijke (irrationele) drijfveren. In de mens was volgens Freud een voortdurende strijd gaande tussen een door de cultuur opgelegde, soms verstikkende moraal, het Über-Ich en de natuurlijke (sexuele) driften, het Es. Met deze tegenstrijdige krachten moest het Ich in het reine zien te komen. Maar al te vaak zag Freud patiënten in zijn praktijk, die dit niet klaarspeelden en zenuwziekten ontwikkelden (neurosen), soms zelfs met duidelijk aanwijsbare verlammingen. Via zijn methode van de Traumdeutung (analyse en uitleg van dromen) probeerde hij zijn patiënten meer inzicht in deze inwendige en onbewuste strijd te verschaffen en zo via bewustwording te genezen. |
|
![]()
Tegen de achtergrond van een tamelijk verwarrende en onzekere tijd moet je
bijvoorbeeld ook het kunstwerk van Paul Gaugin uit 1897-1898 plaatsen,
getiteld: D’où venons nous? Qui sommes nous? Où allons nous? |
|
Of zoals Else Lasker-Schüler (1869-1945) het formuleerde: "Es ist ein Weinen in der Welt, Als ob der liebe Gott gestorben wär, …". Het was allemaal de uitdrukking van een diepgevoelde crisis, waar een nieuwe generatie kunstenaars rond de eeuwwisseling een oplossing voor zocht. De wereld en de plaats van de mens daarin, waren hun een raadsel geworden. Hun antwoorden, hoe verschillend ook, hadden gemeen dat zij een breuk, een secessio, eine Sezession ten opzichte van het verleden waren. Ze zochten naar iets nieuws. De één ging daarin verder dan de ander.
Het was de tijd van de kritiek op al het oude, de tijd van vernieuwing van de heersende cultuur. Een nieuwe generatie schrijvers en kunstenaars stond klaar om alles anders te gaan doen. Uit de veelheid van stromingen en denkbeelden volgt hieronder een kleine selectie:
|
![]() Zelfportret van Heinrich Zille | Heinrich-Zille-Museum in Berlijn. |
Naturalisten gingen wetenschappelijk te werk. Zij vonden dat literatuur als exacte wetenschap bedreven moest worden. Concreet betekende dit dat zij de ideeën van het realisme voortzetten en radicaliseerden. De werkelijkheid, zoals hij zich aan hen voordeed, wilden zij zo getrouw mogelijk weergeven en beschrijven. Niet als een vrijblijvende bezigheid, puur omdat zij dat mooi vonden, maar vooral met het doel om de nieuw ontstane misstanden, armoede, eenzaamheid, alcoholisme en woningnood aan de kaak te stellen. In deze tijd ontstonden de indringende tekeningen van Käthe Kollwitz (1867-1945) en de foto- en tekenkunst van Heinrich Zille (1858 – 1929). In de literatuur is Gerhart Hauptmann (1862-1946) een belangrijke vertegenwoordiger van deze richting. |
![]() Käthe Kollwitz, Ein Weberaufstand. | Kollwitzmuseum in Keulen. |
|
De bekendste vertegenwoordiger van het naturalisme in Duitsland is Gerhart Hauptmann (1862-1946). Zijn toneelstuk Vor Sonnenaufgang uit 1889 luidt de doorbraak van het naturalisme in Duitsland in. Later wordt hij ook beroemd door zijn drama Die Weber, waarin de ellende van het Silezische proletariaat op indrukwekkende wijze wordt beschreven. Gerhart Hauptmann kreeg in 1929 de Nobelprijs voor literatuur. Vor Sonnenaufgang Vor Sonnenaufgang heeft vijf bedrijven. In het midden, hier in het tweede bedrijf, staat de climax. Alfred Loth, één van de hoofdpersonen, komt er uitgebreid aan het woord. Hij bekritiseert de misstanden in de maatschappij: 'Es ist zum Beispiel verkehrt, wenn der im Schweiße seines Angesichts Arbeitende hungert und der Faule im Überflusse leben darf.' Alfred Loth bezoekt een oude schoolvriend, die op het landgoed van zijn schoonouders, de familie Krause, woont. Als zijn vriend door heeft, dat Loth een onderzoek doet naar de sociale omstandigheden op het platteland, verandert hun relatie plotseling. De fijngevoelige jongste dochter van de familie Krause, Helene, wordt intussen verliefd op Loth. Loth verbreekt echter de relatie met haar als hij de winzucht en het alcoholisme in haar familie gewaar wordt. Hij wijst Helene op de tragiek van haar bestaan. Als zij en Loth nakomelingen zouden krijgen, dan is de kans immers groot, dat zij zich net zo ontwikkelen als haar familie. De appel valt nu eenmaal niet ver van de boom. Voor Loth is geheel in de geest van die tijd, de erfelijke aanleg alles bepalend. Helene kan dit allemaal niet begrijpen en verwerken. Voor haar zal de zon dan ook niet meer opgaan. Kort voor zonsopgang pleegt zij zelfmoord als enige uitweg om aan de ellende van haar omgeving te ontsnappen. De eerste opvoering van dit stuk in 1889 heeft voor een groot schandaal gezorgd. Nog maar weinigen hadden het in de tijd van Hauptmann gedurfd om de steeds groter wordende tegenstelling tussen arm en rijk en het morele verval in sommige, met name de rijkere milieus, zo duidelijk aan de orde te stellen. De treurigheid, de decadentie en de ellende worden zo scherp door Hauptmann getekend, dat dit in wezen doodernstige stuk, bijna lachwekkend wordt. Vor Sonnenaufgang is ook in onze tijd nog goed leesbaar. Ondanks dat wordt het niet vaak meer als theaterstuk opgevoerd. Opvallend zijn de grote passages met zeer uitgebreide regieaanwijzingen. Dit is een kenmerk van het naturalistische toneel. Theaterstukken worden zo bijna romans. Het is niet vreemd, dat Hauptmann in kringen van de socialistische beweging tot en met de voormalige DDR toe, altijd erg populair is gebleven. In de DDR is het stuk ook verfilmd. De getrouwe weergave van de werkelijkheid en van de maatschappelijke omstandigheden, die om verandering vroegen, pasten immers goed in de DDR-ideologie. Meer informatie hierover vind je in de periode over de DDR-literatuur. |
|
|
Hoewel de naturalisten eigenlijk critici van hun tijd waren, lieten zij wel beschouwd maar weinig ruimte voor verandering. Zij deelden namelijk de denkbeelden van bijvoorbeeld Charles Darwin en van de socioloog Auguste Comte. Beiden beweerden, dat de mens vooral een product is van zijn biologische aanleg, van zijn milieu en van zijn tijd. Race, milieu en temps zijn de kernbegrippen in de filosofie van Auguste Comte. Dit determinisme was een belangrijk onderdeel van de filosofie van de naturalistische schrijvers. Hun artistieke program liet geheel in deze lijn ook geen ruimte voor een vrij spel der fantasie. Kunst = Natur – x, zeiden zij. Het was volgens hen noodzakelijk om een wetenschappelijke methode op de literatuur toe te passen. Dit probeerden zij door bij een zo nauwkeurig mogelijke afbeelding van de werkelijkheid te blijven. Maar kunst was altijd minder dan de werkelijkheid, minder dan de natuur zelf, die een diepere, ongrijpbare waarheid in zich verborg. Dit inzicht brachten zij in bovenstaande formule onder woorden. De Duitse naturalisten, die vooral in Berlijn actief waren, stonden hiermee in de traditie van grote Franse en Russische schrijvers. Maar intussen was het tijd geworden voor een geheel andere 'Sonnenaufgang'. In Europa zijn de drie vooraanstaande naturalisten: |
![]() Emile Zola (1840-1902; Frankrijk) |
![]() Henrik Ibsen (1828-1906; Noorwegen) |
![]() Graaf Leo Tolstoi (1828-1910; Rusland) |
|
Gustav Klimt, Beethovenfries Een beroemde wandschildering van Gustav Klimt (1862-1918) heeft als begeleidende tekst: Die Sehnsucht nach Glück findet Stillung in der Poesie. De naam hiervan: het Beethovenfries, verwijst naar de componist Ludwig von Beethoven. Aan hem heeft Klimt zijn muurschildering gewijd. De verwijzing naar Beethoven roept herinneringen op aan de tijd van de romantiek. Met de spreuk: 'Het verlangen naar geluk komt in de poëzie tot rust', verwoordde Klimt het levensgevoel van een generatie schrijvers rond de eeuwwisseling. In tegenstelling tot de naturalisten zochten deze schrijvers hun toevlucht in de kunst omwille van de kunst. In het Frans: L’ art pour l’ art. De enige zekerheid die men had, waren immers de strikt persoonlijke indrukken van een zich voortdurend veranderende werkelijkheid. Deze impressies wilden zij in hun werk, in schilderijen, in literatuur en in muziek, tot uitdrukking brengen. In de schilderkunst was Claude Monet (1840-1926) hier een voorbeeld van. In de muziek Claude Debussy (1862-1918). Wat de dichtkunst betreft kan Detlev von Liliencron gemoemd worden. Meer informatie over Gustav Klimt. Aan het eind van de negentiende eeuw vind je talloze romantische thema’s terug, zoals voorliefde voor het geheimzinnige en het fantastische. Voorliefde voor verre reizen, zwerflust, onvervulde verlangens en dood geven deze periode ook wel de naam 'neoromantiek'. Gustav Mahler In de muziek is Gustav Mahler een goed voorbeeld van dit teruggrijpen op de Romantiek.
|
Detlev von Liliencron
![]()
|
Een bekend vertegenwoordiger van de impressionistische lyriek is de dichter Detlev von Liliencron (1844-1909)
|
![]() Meer informatie over Stefan George. |
De dichter Stefan George (1868-1933) is een bekend vertegenwoordiger van de neoromantiek. Wat zijn thema’s betreft zoekt George aansluiting bij de Franse symbolist Paul Verlaine. De politiek en de actualiteit interesseren George niet. In zijn gedichten probeert hij de sfeer van de zuivere schoonheid en een paradijselijke wereld op te roepen.
Dit gedicht is niet meteen duidelijk voor iedereen. Je kunt er vele kanten mee op. Het is heel wat anders dan een toneelstuk van Hauptmann met zijn uitvoerige regieaanwijzingen, waar weinig aan vrije interpretatie overgelaten wordt. George speelt hier op geheel eigen wijze met taal en met symbolen. Eigenlijk interesseert het hem niet erg, wat je erin wilt lezen. De dichter voelt zich vrij om iets moois te maken. Hij staat niet in dienst van wie of wat dan ook. De kunst die hij voortbrengt is er volledig ter wille van zichzelf: l’art pour l’art. Deze vorm van poëzie heet ook wel symbolisme. Het is een extreme of radicale vorm van het impressionisme. Als je nog eens zorgvuldig leest, dan zie je dat de dichter wel degelijk iets wil zeggen. Het lyrische ik – de ‘verteller’ - wijst via de herfstsymboliek op de vergankelijkheid van het leven van de mens. Maar dan moet de lezer de symbolen wel willen begrijpen. En wie zegt wat uiteindelijk waar is? Het woord, alleen het woord als symbool, schept hier een nieuwe werkelijkheid en een nieuwe zin. Het verlangen naar geluk wordt zo als het ware gestild in een geheimzinnig verwoorden van een individuele impressie. Van een beschrijving van de realiteit is hier geen sprake. De symbolische taal van de kunst verwijst als het ware naar een hogere, een door de kunstenaar geconstrueerde werkelijkheid.
|
Hugo von Hofmannsthal
|
Tot de kring van George behoorde aanvankelijk ook de dichter Hugo von Hofmannsthal (1874 – 1929). Hij bracht het moderne levensgevoel op deze wijze onder woorden: 'Es ist den Menschen im Allgemeinen nicht gegeben zu sehen was ist.' Nog lastiger is het om de wereld te doorgronden of door middel van taal onder woorden te brengen. In Ein Brief (1902) worstelt hij met dit thema van sprakeloosheid. Hij laat hierin een fictieve succesvolle dichter uit de 16e eeuw, Lord Chandos, aan het woord. Deze verontschuldigt zich voor zijn lange periode van improductiviteit. Maar zwijgen past nu eenmaal beter in een tijd, waarin de dichter geen juiste middelen vindt om de wereld in woorden te vatten. In het gedicht Was ist die Welt kom je hetzelfde thema tegen: de wereld is een boek, dat zich in een mensenleven nu eenmaal niet zo eenvoudig laat doorgronden.
Von Hoffmannsthal was kind aan huis in de voorname Weense cafés Central en Griensteidl. Deze cafés waren belangrijke ontmoetingsplaatsen van de kring van jonge dichters rond de Jahrhundertwende. Later werden deze kringen 'Junges Wien' genoemd. Von Hoffmannsthal ontmoette er Stephan George en Arthur Schnitzler. Operette en toneel Vanaf 1909 werkte hij samen met de componist Richard Strauss. Hij leverde een belangrijke bijdrage aan de nu nog steeds populaire operettes als Der Rosenkavalier en Ariadne auf Naxos. Met Richard Strauss (1864-1949) en met de regisseur Max Reinhardt richtte hij in 1920 de wereldberoemde Salzburger Festspiele op. Bij de opening van dit festival werd zijn toneelstuk Jedermann - te vergelijken met 'Elckerlyc' in het Nederlands - opgevoerd. Jedermann gaat over de rijke man die door de dood gehaald wordt om zich tegenover God te verantwoorden. Klik hier voor een overzicht van het werk van Hofmannsthal.
|
|
Rainer Maria Rilke (1875-1926)
|
De wereld was de dichters van rond de Jahrhundertwende een raadsel geworden. Maar Rainer Maria Rilke (1875 geboren in Praag, 1926 gestorven in Zwitserland) had raadsels lief. Aan zijn veel oudere geliefde Lou Andreas-Salomé - bekend van haar biografie over Nietzsche - schreef hij: 'Ik begin nieuwe dingen te zien' en 'Ik leer zien. Ja, ik begin.' Zijn nieuwe dichtbundel, die in 1908 verscheen, noemde hij dan ook Neue Gedichte. Rilke geeft er raadsels in op. Hij beschrijft de werkelijkheid niet zomaar, maar hij werpt er een nieuw licht op en wil de lezer anders doen zien. Hij plaatst de dingen in een nieuw en verrassend perspectief. Rilke zegt zelf over zijn werk: 'De kunst is de hartstochtelijke omkering van de wereld.' (zie: Paul Claes, Raadsels van Rilke, Amsterdam 1995) Zo brengen de woordkunstenaars uit deze tijd, door wie kunst omwille van de kunst bedreven wordt, beslist niet alleen maar abstracte, onbegrijpelijke en wereldvreemde gedichten voort. Anders dan de naturalisten proberen zij het verrassende te onthullen en een revolutionaire kern te openbaren. Maar dan moet je wel door de dingen, zoals zij zich bij oppervlakkig aanschouwen aan de mens voordoen, heen willen kijken. Rilke had goed leren kijken. Hij had kunstgeschiedenis gestudeerd in Praag, München en Berlijn. Hij maakte twee keer een grote reis naar Rusland, waar hij ook Tolstoi ontmoette. Deze reizen waren van grote invloed op hem. In 1902 sloot hij zich aan bij de kunstenaarskolonie in Worpswede in Noord-Duitsland. Hij trouwde er met de beeldhouwster Clara Westhoff. Dit tot verdriet van de oudere Lou Andreas-Salomé, met wie hij ook goed bevriend was. Daarna ging hij naar Parijs, waar hij als secretaris bij de beeldhouwer Auguste Rodin werkte. Bij hem zou hij minstens tien jaar werken. Cézanne Verder was er de invloed van Paul Cézanne, de grondlegger van de moderne schilderkunst. Rilke leerde het werk van Cézanne in Parijs op een grote tentoonstelling in 1907 kennen. Aan zijn vrouw schreef hij dagelijks brieven over zijn bezoeken aan de tentoonstelling. Daaruit bleek dat Rilke zich niet alleen herkende in de impressionistische kunstopvatting van Cézanne, maar dat hij ook diens Spartaanse levensstijl bewonderde. Na zijn 'Cézanne-Erlebnis' verkoos Rilke ook een leven, dat geheel in dienst zou staan van de kunst, waarin hij afzag van verdere aardse genietingen. Zoals hij in één van de laatste brieven over Cézanne zelf zegt: 'Alle gepraat is misverstand. Inzicht is er slechts binnen het werk.' Vanwege zijn intensieve omgang met de beeldhouwkunst, worden de gedichten van Rilke ook wel eens Dinggedichte genoemd, omdat hij er zo goed dingen in beschrijft. Toch is het beter om van 'raadsels' te spreken. Hij plaatst de dingen in zijn gedichten, geheel anders dan de naturalisten in hun werk deden, voortdurend in een nieuw licht, waardoor hij verrassende en nieuwe aspecten onthult, die bij oppervlakkig kijken verborgen zouden blijven. Vergelijk een willekeurige herfstdag met het perspectief, waar Rilke hem in plaatst in zijn gedicht Herbsttag (1902) of een panter in de dierentuin, met Der Panther (1903) en de draaimolen in het Parc du Luxembourg met Das Karussell (1906). Je vindt de gedichten hieronder. Gedicht: Herbsttag Gedicht: Der Panther Gedicht: Das Karussell Kijk hier voor nog veel meer gedichten van Rilke. Meer voorgelezen gedichten van Rilke vind je bij www.vorleser.net
|
|
Rilke: Die Aufzeichnungen des Malte Laurids Brigge
![]() |
In 1910 ontstaat het enige prozawerk van Rilke: Die Aufzeichnungen des Malte Laurids Brigge. Het boek gaat over een Duitse schrijver - dit mag je autobiografisch opvatten - , die in Parijs in een existentiële crisis raakt. Thema is het 'leren zien', het vragen naar wat achter de oppervlakte van het leven schuilgaat. Concreet worden deze vragen aangesneden tegen de achtergrond van het verloren gaan in het anonieme bestaan van een grote, onbekende en angstaanjagende stad. De stad wordt later door veel expressionistische dichters als thema van hun werk gekozen. Het verhaal van Rilke lijkt gelezen te moeten worden tegen de achtergrond van de parabel van de verloren zoon uit het Nieuwe Testament. Maar bij Rilke is de 'thuiskomst' van de hoofdpersoon eerder het gevonden geluk in een belangeloze arbeid in alle rust, als een soort mystiek opgaan in het hogere, de liefde tot God, dan in een reële en moeizame zwerftocht, zoals in de Odyssee afgelegd. Hevig verlangen naar geluk wordt immers gestild in de poëzie. Klik hier voor de tekst van Die Aufzeichnungen des Malte Laurids Brigge. |
Rilke: Liebeslied
| Wie dit al te abstract in de oren klinkt, leze Rilkes Liebeslied. Hier komt het
hevige verlangen naar geluk, onmiskenbaar tot rust, zoals Klimt dat bedoelde in
zijn Beethovenfries: 'Die Sehnsucht nach Glück findet Stillung in der Poesie.'
|
Hermann Hesse
|
Het werk van Hermann Hesse (1877-1962) doet sterk denken aan dat van de symbolisten, daarom moet hij hier genoemd worden. Hesse was erg geboeid door de oosterse wijsheid en de Indische filosofie. Door zijn opvoeding was hij hiermee goed vertrouwd geraakt, zijn ouders verbleven langere tijd voor werk in India. Zijn vader was predikant. Centrale thema’s in het werk van Hesse zijn het individuele verlangen naar geluk, meditatie en kritiek op de westerse cultuur, waarin respect voor de natuur plaats gemaakt heeft voor ongebreidelde groei van de economie. In de jaren zeventig van de vorige eeuw was Hesse plotseling heel populair bij hippies, de flower-power-beweging en in kringen rond muziekgroepen als de Beatles. Hesse werd ook wel een neo-romanticus genoemd, want op een originele manier werkte hij oude thema’s, die je in de romantiek ook al tegenkwam, verder uit. Zijn mooie, vaak sprookjesachtige verhalen zijn vaak uitwerkingen van de spreuk: 'Wahrer Beruf für den Menschen ist nur zu sich selbst zu kommen.' De werkelijke opdracht voor de mens is, om te ontdekken wie hij ten diepste is en daar heeft hij een heel leven voor nodig. Wie zijn eigen weg gaat, komt vaak in conflict met de oudere generatie en met de vaders. Dit thema komen we in zijn werk ook regelmatig tegen en heeft hij onder andere verwoord in mooie romans zoals Peter Camenzind of Unterm Rad. Twee andere erg bekende verhalen zijn Narziss und Goldmund (over de vriendschap tussen een geleerde monnik en een beeldend kunstenaar) en Demian (een verhaal over een inspirerende jeugdvriendschap). Hermann Hesse kreeg in 1946 de Nobelprijs voor literatuur.
|
|
'Ik worstel eigenlijk met de vraag, waarom ik in al die jaren niet eerder heb geprobeerd contact met u op te nemen en niet een gesprek met u heb gevoerd', schreef Sigmund Freud aan de Weense schrijver en arts Arthur Schnitzler op 14 april 1922. De brief was ter gelegenheid van Schnitzlers (1862-1931) zestigste verjaardag. Hierin stond een opsomming van alles wat Freud van zijn wetenschappelijke theorieën in de toneelstukken en novellen van Schnitzler meende terug te kunnen vinden. Hij noemde allereerst de invloed van omgeving en aanleg, het alles bepalende (seksuele) driftleven en de analyse van een onechte en door de burgerlijke cultuur opgelegde moraal. Hij wees vooral op het belang, dat Schnitzler in zijn stukken toekende aan de rol van het 'onbewuste' en aan de polariteit van liefde (eros) en dood (thanatos). De schrijvers en dichters van café Griensteidl experimenteerden met nieuwe vormen en beelden. Zij zochten een nieuwe taal, die haaks zou staan op het keurslijf van de burgerlijke maatschappij. Kunst omwille van de kunst, die als vanzelf zijn revolutionaire werk zou doen. Maar met Freud en Schnitzler kwamen de artsen aan het woord. Zij diagnostiseerden een zieke samenleving, die werd gekenmerkt door antisemitisme, door een schijnheilige seksuele moraal en door een politiek die door de Oostenrijks-Hongaarse adel in verval en zonder visie, gedomineerd werd.
|
|
Arthur Schnitzler: Leutnant Gustl
|
Een beroemd toneelstuk van Arthur Schnitzler, waarin al deze thema’s aan de orde komen is Leutnant Gustl (1900). Een officier, die uit een soort snobisme naar de opera gaat, wordt door een bakker voor 'domme jongen' uitgemaakt. Hierdoor voelt hij zich zozeer in zijn eer aangetast, dat alleen een duel een uitweg had kunnen zijn. Het duel was in die tijd namelijk, hoewel officieel verboden, een geaccepteerd middel onder officieren om conflicten op te lossen. Maar een bakker is van een te lage stand om een serieus duel mee aan te gaan. Dan is alleen zelfmoord nog een oplossing. Na een nacht door het Prater, een groot park in Wenen, gezworven te hebben, verneemt hij ’s morgens in het café dat de bakker door een hersenbloeding getroffen is. Dan besluit hij de hand niet aan zichzelf te slaan. Die Hauptsach’ ist: er ist tot und ich darf leben, und alles gehört wieder meins. Behalve vanwege de treffende kritiek op en karikatuur van de adel uit die tijd, is het stuk ook vanwege zijn vorm beroemd. Een heel groot deel bestaat namelijk uit een innerlijke monoloog (de weergave van de gedachten van een personage in de directe rede). In de Duitse literatuur doet Schnitzler dat voor het eerst heel consequent in zijn Leutnant Gustl. Lees hier het begin van het toneelstuk, waarin de innerlijke monoloog duidelijk naar voren komt.
|
zo had de schrijver Robert Musil in Der Mensch ohne Eigenschaften geschreven. De antwoorden op de nieuw ontstane situatie waren dan ook heel divers. De naturalisten waren het meest traditioneel gebleven. Met de symbolisten en impressionisten spreken we pas van een echte breuk (die Sezession), zij worden 'modernen' genoemd. Hun antwoorden op de crisis waren echter niet altijd even duidelijk en leken soms op een romantische vlucht uit de werkelijkheid. Anderen kwamen niet veel verder dan een weliswaar geslaagde, maar soms ook al te nuchtere diagnose van deze tijd, zoals de arts Schnitzler in zijn toneelstukken. Er was dan ook een groep kunstenaars, die vond dat de nieuw aangebroken eeuw een radicalere reactie vereiste. 'Es ist ein Weinen in der Welt' en dat vroeg op zijn minst om een literaire revolte, die pas werkelijk bij de Expressionisten zou beginnen.
|
|
![]() |
© 2004-2010 -
Geschiedenis van de Duits literatuur is een project van de literatuurredactie (Erwin de Vries, Jos
Kleemans en Paul Goossen) van www.duits.de | Reacties naar
literatuur AT duits.de (AT vervangen door het @-teken) | Mit freundlicher
Unterstützung von Vorleser.net
und Studio de Lat |
Colofon
Boek |
<<< vorige pagina
![]()
|