Geschiedenis van de Duitse literatuur:

 Jeugdboeken | Boeken voor bovenbouw havo/vwo
Literatuurlinks | Literaire begrippen
Boekverslagen | Wie - wat - wanneer? | Musea
Taalgeschiedenis

Hoge middeleeuwen (1170 - 1350)

In het Duits: Hohes Mittelalter

 

 

Rond de elfde eeuw kwam het ridderwezen in Europa op. Dat veranderde ook de literatuur, waarin ridderlijke deugden als avontuur, moed, daadkracht, trouw en liefde een belangrijke rol gingen spelen. Deze literatuur wordt 'hoofse' literatuur genoemd. De dichters trokken langs de verschillende adellijke hoven en droegen daar hun werken voor, veelal begeleid door muziek.

Vanwege de grote hoeveelheid bewaard gebleven werken en de hoge literaire kwaliteit ervan geldt deze periode als het eerste hoogtepunt van de Duitse literatuur. De taal waarin geschreven werd, heet het Middelhoogduits (Mittelhochdeutsch).

Ridderromans

Mede door de kruistochten, die bedoeld waren om het Heilige Land uit handen van de moslims te houden, komen de ridders in contact met verschillende culturen. In de literatuur is dat merkbaar door de ridderepen (het meervoud van "epos", een heldendicht) die gebaseerd zijn op de stof van de Keltische vorst Koning Arthur en zijn ridders van de ronde tafel. Een ander belangrijk voorbeeld was de Franse schrijver Chrétien de Troyes (tweede helft twaalfde eeuw) die prachtige verhalen schreef over o.a. Lancelot en Perceval.

Ridderepos

Belangrijke Duitse ridderepen waren 

  • Parzival (1200-1210) van Wolfram von Eschenbach, 
  • Tristan und Isolde (rond 1210) van Gottfried von Straßburg 
  • Erec (rond 1190) van Hartmann von Aue.


Riddergevechten. Toen een bloedbad, nu een toeristische attractie in veel oude steden.
Duitse geschiedenis:  Meer info over wat er in Duitsland in deze tijd gebeurde. Klik hier voor achtergrondinformatie

 

 

Heinrich von Veldeke

 

 
In het Belgische Hasselt staat een standbeeld van Hendrik van Veldeke, zoals hij in het Nederlands heet.

Een bijzondere schrijver was Heinrich von Veldeke.

Deze rekent men ook wel tot de Nederlandse literatuur omdat hij uit de buurt van Maastricht stamt en zowel in varianten van het Nederlands als het Middelhoogduits schreef. 

Hij schreef onder andere de Eneas en de Servaaslegende.

 

 

Parzival 

 


Middeleeuwse afbeelding van de schrijver van Parzival, Wolfram von Eschenbach.

Parzival, van Wolfram von Eschenbach

Parzival is een ridder aan het hof van koning Artur (ook: Artus). Hij valt op door zijn grote moed. Hij beleeft vele avonturen en krijgt van een oude, wijze ridder de raad nooit te veel te vragen. Op zekere dag komt hij bij de graalburcht waar de heilige graal wordt bewaard. De graal is de schaal waarin het bloed van Jezus werd opgevangen, toen hij aan het kruis stierf. Ook is het de beker waar Jezus tijdens het laatste avondmaal uit dronk. Volgens een legende ontvangt de bezitter van de graal het hoogste geluk op aarde en in de hemel. Parzival is op de burcht onder de indruk van de processie met de graal. Hij wordt er opgenomen in de Tafelronde, de ronde tafel, waar de vijftig beste ridders uit het rijk van Artur aan mochten zitten.

De graalkoning Amfortas is ernstig ziek en hoewel Parzival ziet dat de koning zwaar lijdt, vraagt hij Amfortas niet naar de oorzaak van zijn lijden. Maar door openlijk medelijden te tonen, had Parzival Amfortas juist kunnen helpen en zou hij zelf de graalkoning zijn geworden. Parzival wordt daarom vervloekt door de vrouw Kundry, de graalbode. Daarop verliest hij zijn vertrouwen in God. Vele jaren later, gerijpt door vele ridderavonturen, komt Parzival bij zijn zeer vrome oom Trevrizent die hem weer vertouwen in God weet te geven. Parzival verzoent zich met God en hoort van Kundry, dat hij tot koning van de graal gekozen is. Hij gaat terug naar Amfortas. Hij laat zich dopen en hij trouwt. Zo vindt hij dan uiteindelijk na een lange en moeizame 'queeste' (zoektocht) het grote geluk.

De queeste, de zoektocht van de mens naar 'het goede, het schone en het ware' is sinds de oudheid regelmatig onderwerp van literatuur en filosofie. Denk bijvoorbeeld aan de omzwervingen van Odysseus, door Homerus als zoektocht van de mens naar zichzelf in de Odyssee verwoord. In onze tijd komt het motief van de queeste naar de graal op originele wijze ook heel duidelijk terug in thrillers als de Da Vinci Code van Dan Brown. Een bijzondere belangstelling voor dit thema, vooral in de vorm van de klassieke middeleeuwse vertellingen, had de componist Richard Wagner.

 

 

Tristan und Isolde

 

Tristan und Isolde is geschreven door Gottfried von Straßburg 

Tristan und Isolde vertelt het verhaal van een onbedoelde en ongelukkige liefde. De ridder Tristan is door zijn koning Marke uitgezonden om Isolde uit Ierland te halen. 

Tristan en Isolde krijgen per ongeluk een drankje dat hen hopeloos verliefd op elkaar maakt. Beide worden verbannen, hoewel Isolde later toch bij koning Marke terugkeert.

Zonder zijn Isolde leidt Tristan een ongelukkig leven.


Gottfried von Straßburg (in blauw gewaad). Middeleeuwse afbeelding.

 

Nibelungenlied

 

Bibliothecaresse toont een van de oeroude handschriften van het Nibelungenlied.

[klik op het plaatje voor een vergrote versie]

Een heel bekend werk uit deze periode is het 'Nibelungenlied'. Dit heldenepos, waarvan de dichter onbekend is, gaat terug tot de tijd van de Germaanse volksverhuizing rond 500 en berust op mondelinge overlevering. 

Er zijn 32 verschillende handschriften bekend, waarvan er tien volledig zijn. De meeste handschriften werden in Zuid-Duitsland en Zwitserland gevonden. Men gaat ervan uit dat de uiteindelijke versie rond 1190/1200 ontstond.

In het eerste deel van de tekst wordt de held Siegfried bedrogen en vermoord door Hagen. In het tweede deel neemt Siegfrieds vrouw Kriemhilde, die inmiddels met de Hunnenkoning Atilla is getrouwd, bloedig wraak op Hagen en zijn familie van de Nibelungen.

 

Nibelungenlied (beginfragment)

Beluister hier hoe dit in het Middelhoogduits geklonken zou kunnen hebben.

Uns ist in alten mæren
von helden lobebæren,
von vröuden hôchgezîten,
von küener recken strîten

Ez wuohs in Búrgónden
daz in allen landen
Kriemhilt geheizen:
dar umbe muosen degene

 

wunders vil geseit:
von grôzer arebeit,
von weinen und von klagen,
muget ir nû wunder hoeren sagen.

ein vil édel magedîn,
niht schoeners mohte sîn,
si wart eine scoene wîp.
vil verlíesén den lîp.

 

Lees meer achtergrondinformatie over het Nibelungenlied of bekijk de moderne vertaling van Karl Simrock (1802-1876) 

 

 

 

Richard Wagner

 

De componist Richard Wagner heeft veel middeleeuwse heldenepen tot Musikdramen, een soort opera's verwerkt. Zijn werken worden elk jaar over de hele wereld in de operatheaters van de grote steden opgevoerd. Hij had een grote voorliefde voor de middeleeuwse vertellingen.

In de tijd waarin Wagner leefde, de romantiek, waren de middeleeuwen erg populair in Duitsland. Naast de hierboven genoemde Parsifal (1882) en Tristan und Isolde (1859) componeerde hij ook naar middeleeuwse voorbeelden Tannhäuser (1845), Lohengrin (1850) en bovenal Der Ring des Nibelungen (1876).

In dit laatste Musikkdrama verwekte hij motieven uit het Nibelungenlied en uit de Edda, de oud-Noorse godenliteratuur.

De complete Ring bestaat uit vier delen - Das Rheingold, Die Wallküre, Siegfried en Götterdämmerung - en duurt in totaal meer dan 16 uur. In de stad Bayreuth staat een speciaal voor de opvoering van zijn Musikdramen ontworpen Festspielhaus.

Beluister hier een fragment uit de Ring des Nibelungen. Klik hier voor de tekst (scroll helemaal naar beneden). Je hoort Brünnhilde vanaf "Fliegt heim, ihr Raben! Raunt es eurem Herren".

Je hoort de finale van Götterdämmerung (= Godenschemering) - en daarmee van de hele Ring - waarin Wodans dochter Brünnhilde zich op een brandstapel verenigt met haar vermoorde geliefde Siegfried.

Aan de hemel staat ook Walhalla - de godenburcht - in brand. De ring, waarom het allemaal begonnen is, keert terug bij de Rheintöchter, die van Wodan de opdracht hadden gekregen om op het Rheingold te passen, maar daar in het begin lichtzinnig mee waren omgesprongen.

Lees hier meer over de Richard Wagner of over de Ring des Nibelungen.


Richard Wagner

Het Festspielhaus in Bayreuth.

Lord of the Rings

Een hedendaagse bewerking van motieven uit de Ring des Nibelungen en het Nibelungenlied zijn te vinden in The lord of the rings (In de ban van de ring) van de Engelse schrijver J.R.R. Tolkien en in de verfilmingen van deze boeken. Op zijn beurt gaf het boek van Tolkien de aanzet tot de hoge vlucht van het Fantasy-genre.

Klik hier voor meer informatie over In de ban van de ring en de verfilmingen ervan.


In de Ban van de ring.

 

 

Minnezang

 

De hoofse literatuur kende naast de ridderepen ook de minnezang. Minne staat voor hoge liefde, de hartstocht voor een onbereikbare, adellijke dame.

De bekendste minnezanger was Walther von der Vogelweide.  Meer informatie over de minnezang

 

Walther von der Vogelweide: Under der linden

 

Beluister hier hoe dit in het Middelhoogduits geklonken zou kunnen hebben.

Under der linden
an der heide,
dâ unser zweier bette was,
dâ mugt ihr vinden
schône beide
gebrochen bluomen unde gras.
vor dem walde in einem tal,
tandaradei,
schône sanc diu nahtegal.

Ich kam gegangen
zuo der ouwe:
dô was mîn friedel komen ê.
dâ wart ich enpfangen,
hêre frouwe,
daz ich bin saelic iemer mê.
kuster mich? wol tûsentstunt:
tandaradei,
seht wie rôt mir ist der munt.

Dô het er gemachet
alsô rîche
von bluomen eine bettestat.
des wirt noch gelachet
inneclîche,
kumt iemen an daz selbe pfat.

Das er bi mir laege, wesses iemen,
- nu enwelle got - so schamt ich mich, 
wes er mit mir pflaege,
niemer niemen
bevinde das, wan er unt ich,
und ein kleines vogellin!
tandaradei!
das mac wol getriuwe sin.

Moderne vertaling:

Auf der Heide
unter der Linden
da könnt ihr uns finden.
In unserem Bett 
aus gebrochenen Blumen und Gras,
vor dem Wald in einem Tal,
schön sangst du, liebe Nachtigall.

Ich kam
zu unserem Platz gegangen,
da wurde ich von meinem Geliebten empfangen.
Ganz selig bin ich vor lauter Freud!
Küsst er mich wohl heut'?
Hoffentlich wohl tausend' Stund,
seht, wie rot mir ist der Mund.

Da hat er also aus Blumen
eine Bettsatt gemacht.
Darüber wird wohl gelacht
wenn jemand kommt auf diesen Pfaden
und an den Rosen sieht,
wo er und ich lagen.

Wenn jemand wüßte, dass er bei mir läge
und mit mir der Liebe pflege,
so schämte ich mich.
Wissen soll's nur er und ich
und ein kleines Vögelein,
das mag wohl treue sein.

 

 

 

Dû bist mîn

 
Een heel bekend lied over de liefde uit de hoge middeleeuwen is het anonieme Dû bist mîn dat uit de tweede helft van de twaalfde eeuw stamt.

Beluister hier hoe dit in het Middelhoogduits geklonken zou kunnen hebben.

Dû bist mîn, ich bin dîn:
des solt dû gewis sîn.
Dû bist bezlozzen
in mînem herzen:
verloren ist daz slüzzelîn:
dû muost immer drinne sîn.

 

 

Politieke gedichten

 

Naast ridderromans en minnezang spelen ook politieke gedichten een rol in de hoofse literatuur. De grondlegger hiervan was Walther von der Vogelweide. In zijn gedichten en spreuken gaat het voornamelijk om de relatie tussen de keizer en de paus rond het jaar 1200. 

 

Beluister hier hoe dit in het Middelhoogduits geklonken zou kunnen hebben.

Dit is een gezongen versie van dit gedicht door Peter Lips. Men neemt aan dat het als lied in de middeleeuwen ongeveer zo moet hebben geklonken.

Ich saz ûf eime steine (1. Strophe)

Ich saz ûf eime steine
und dahte bein mit beine, 
dar ûf satzt ich den ellenbogen; 
ich hete in mîne hant gesmogen 
daz kinne und ein mîn wange.
dô dâhte ich mir vil ange, 
wie man zer welte solte leben. 
deheinen rât kond ich gegeben, 
wie man driu dinc erwurbe, 
der keines niht verdurbe.
diu zwei sint êre und varnde guot, 
daz dicke ein ander schaden tuot. 
daz dritte ist gotes hulde, 
der zweier übergulde. 
die wolte ich gerne in einen schrîn:
jâ leider desn mac niht gesîn, 
daz guot und weltlich êre 
und gotes hulde mêre 
zesamene in ein herze komen. 
stîg unde wege sint in benomen; 
untriuwe ist in der sâze, 
gewalt vert ûf der strâze, 
fride unde reht sint sêre wunt. 
diu driu enhabent geleites niht, 
diu zwei enwerden ê gesunt.

Vertaling in modern Duits (Eugen Thurnher, 1959):

Ich saß auf einem Felsen,
die Beine übereinandergeschlagen.
Darauf stützte ich den Ellenbogen.
In meine Hand hatte ich das Kinn
und eine meiner Wangen geschmiegt.
So überlegte ich mir angestrengt,
wie man Erden leben solle.
Ich wußte mir keinen Rat,
wie man drei Dinge erwerben könne,
ohne dab eines von ihnen verloren ginge.
Die beiden ersten, die einander Eintrag tun,
sind Ansehen und irdischer Besitz.
Doch höher als der Wert der beiden,
ist als drittes Gottes Huld.
Sie alle wollte ich gern in einem Schrein.
Aber leider, es ist unmöglich,
dass Besitz, weltliches Ansehen
und göttliche Gnade
dazu in ein Herz zusammenkommen.
Steg und Weg sind ihnen versperrt:
Untreue lauert im Hinterhalt.
Gewalttätigkeit kommt auf der Straße her.
Frieden und Recht sind tödlich verletzt.
Die drei haben keinen Schutz,
wenn die zwei nicht vorher gesunden.

Walther von der Vogelweide

Meer over Walther von der Vogelweide vind je hier en ook hier

[naar boven]

 

 

Geschiedenis van de Duitstalige literatuur


© 2004-2010 - Geschiedenis van de Duits literatuur is een project van de literatuurredactie (Erwin de Vries, Jos Kleemans en Paul Goossen) van www.duits.de | Reacties naar literatuur AT duits.de (AT vervangen door het @-teken) | Mit freundlicher Unterstützung von Vorleser.net und Studio de Lat | Colofon

 

Boek
Bij deze website hoort een boek. Boek en website vullen elkaar volledig aan, maar kunnen ook los van elkaar gebruikt worden. Meer informatie en bestellen.

 

<<< vorige pagina


Copyright © 1997-2010 www.duits.de is een niet-commerciële site voor leerlingen en docenten in het voortgezet onderwijs  Onderdeel van de Stichting Digitale School   Contact en colofon   

 

Google Custom Search