|
|
| Geschiedenis van de Duitse literatuur: |
Jeugdboeken |
Boeken voor bovenbouw havo/vwo
|
In het Duits: das Dritte Reich
|
In de aanloop naar Hitlers "Machterfgreifung" werden schrijvers en andere intellectuelen die tegen de nazi's waren al bespot en bedreigd. Toen de nationaalsocialisten eenmaal aan de macht waren, werden schrijvers die Hitler aangevallen hadden opgepakt en in concentratiekampen opgesloten. Op 10 mei 1933 organiseerden de nationaal-socialisten op diverse plaatsen in Duitsland boekverbrandingen. Er werden onder andere boeken van Heinrich Heine, Heinrich Mann en Erich Kästner verbrand. De Duitse literatuur moest 'gezuiverd' worden van o.a. joodse, socialistische en pacifistische schrijvers. Alle kunstenaars moesten lid worden van de nationaal-socialistische Reichskulturkammer en zich daarmee verplichten om mee te werken aan het regime. Zij die weigerden om lid te worden waren potentieel verdacht en werden door de geheime dienst in de gaten gehouden. Hun schrijversberoep konden ze vergeten, want uitgeverijen was het in de meeste gevallen niet toegestaan om hun boeken uit te geven. Bij de minste of geringste verdachte uitspraak konden zij opgepakt worden en in een concentratiekamp belanden. Aan de andere kant liet het regime sommige schrijvers met rust, mits deze zich maar niet openlijk tegen de nazi's keerden. De nazi's hadden er belang bij dat de indruk dat vrije meningsuiting in Duitsland mogelijk was bleef bestaan. Vooral rond de tijd van de Olympische Spelen in Berlijn (1936) moest Duitsland internationaal een goede sier maken en werd ook de anti-joodse propaganda tijdelijk op een laag pitje gezet of nog meer in het geheim voortgezet dan voorheen.
De literatuur in de nazi-tijd wordt onderverdeeld in:
|
|
Veel auteurs vluchtten - toen het nog kon - uit Duitsland. Onder hen bevonden zich Alfred Döblin, Bertolt Brecht, Heinrich, Thomas en Klaus Mann. Tijdens hun verbanning bevochten deze schrijvers het fascisme. Deze literatuur noemt men de Exilliteratur (verbanningsliteratuur).
|
|
|
Andere schrijvers bleven in Duitsland en probeerden door middel van hun werk oppositie tegen het nazi-regime te voeren. Dit waren bijv. Ernst Wiechert en Werner Bergengruen. Deze literatuur noemt men de literatuur van de Innere Emigration (innerlijke emigratie). Deze schrijvers bleven in de ogen van de nazi's natuurlijk verdacht en werden in de gaten gehouden. Sommige schrijvers vluchtten in veilige, a-politieke onderwerpen, zoals beschrijving van de natuur, om niet in conflict te raken met de machthebbers. Achteraf werd sommigen door de gevluchte schrijvers verweten dat zij gebleven waren, maar het was duidelijk dat blijven en jezelf tegelijkertijd niet verloochenen ook beslist geen gemakkelijke weg was. Ernst Wiechert Ernst Wiechert (1887-1950) verbleef in 1938 enkele maanden in een concentratiekamp. Daarna schreef hij het boek 'Der Totenwald'. Dit boek verscheen pas na de oorlog. In de boeken van Ernst Wiechert zijn menselijkheid, gerechtigheid en verbondenheid met de natuur belangrijke thema's. Werner Bergengruen Werner Bergengruen (1892-1964) bekritiseert het nationaal-socialisme op een versleutelde manier. Dit doet hij door middel van een historische roman; 'Der Großtyrann und das Gericht'. Centrale thema's in zijn boeken zijn de genade van de bevrijding en de goddelijke verlossing.
|
|
|
Andere oppositionele literatuur is de zogenaamde antifascistische verzetsliteratuur. Deze schrijvers keerden zich openlijk tegen de nationaal-socialisten. Hun boeken konden alleen in het geheim gedrukt en verspreid worden. Jan Petersen Jan Petersen (1906-1969) is de bekendste vertegenwoordiger van deze stroming. Deze ondergrondliteratuur werd vooral door socialistische en communistische auteurs gedragen. De roman 'Unsere Straße' laat een goed beeld zien van de nationaal-socialistische terreur en van het verzet van de bewoners van een Berlijnse arbeiderswijk. Wolfgang Langhoff Wolfgang Langhoff schreef het gedicht/lied 'Die Moorsoldaten'. Dit gaat over zijn ervaringen in een concentratiekamp. Het 'Moorsoldaten-lied' werd in het strafkamp, waar Langhoff gevangen zat, tot een heimelijk strijdlied.
|
|
|
Er waren ook schrijvers die pal achter het nationaal-socialisme stonden. Zij schreven boeken over het antisemitisme, de verheerlijking van het Germaanse ras en de verheerlijking van de oorlog. In belangrijke rol in deze literatuur speelt de Heimatdichtung. Deze gaat over de Duitse mens op de Duitse grond (Boden), wiens bloed zuiver gebleven is. Deze literatuur noemt men 'Blut und Boden-literatur' (Blubo-Dichtung). Deze boeken hebben weinig met echte literatuur te maken, omdat zij rechtstreeks in dienst van het regime stonden. Kenmerken van deze literatuur zijn
Hans Grimm (1875 - 1959) schreef al in 1928 het boek 'Volk ohne Raum'. Daarin pleit hij voor een uitbreidingsdrang naar meer levensruimte. Dit zou moeten gebeuren door koloniale veroveringen. Daarmee verkondigt Grimm in feite het Duitse imperialisme. Meer informatie over Hans Grimm. Een andere Blubo-schrijver was Hans Friedrich Blunck.
|
![]() |
© 2004-2010 -
Geschiedenis van de Duits literatuur is een project van de literatuurredactie (Erwin de Vries, Jos
Kleemans en Paul Goossen) van www.duits.de | Reacties naar
literatuur AT duits.de (AT vervangen door het @-teken) | Mit freundlicher
Unterstützung von Vorleser.net
und Studio de Lat |
Colofon
Boek |
<<< vorige pagina
![]()
|