|
|
| Geschiedenis van de Duitse literatuur: |
Jeugdboeken |
Boeken voor bovenbouw havo/vwo
|
In het Duits: Das junge Deutschland und Biedermeier.
Historische achtergrond: Restauratie, Romantiek en Revolutie
'Junges Deutschland' was als literaire jeugdbeweging in de negentiende eeuw vooral verbonden met de namen van Georg Büchner (1813-1837) en Heinrich Heine (1797-1856). Hoewel de postkoets het straatbeeld nog volledig beheerste, ondanks de aandacht voor sprookjes en volksverhalen, voor huiselijke degelijkheid en vlucht in de natuur, was de periode tussen 1815 en 1880 een turbulente tijd in Duitsland. Technische vernieuwing, industriële ontwikkeling en de bloei van een nieuwe geldeconomie kondigden diepingrijpende veranderingen aan. Nieuwe maatschappelijke klassen van economische betekenis, de burgerij en het proletariaat, zouden weldra meer politieke invloed eisen.
|
|
Congres van Wenen
|
Bij de Romantiek heb je kunnen lezen, dat, na de overwinning op Napoleon, op het Congres van Wenen in 1815 over de herinrichting van Europa werd gesproken. Voor Duitsland en de omringende landen betekende dit de 'restauratie' (= het herstel) van het absolutisme, van de alleenheerschappij van de Duitse vorsten. Van hervormingen en van het streven naar een Duitse eenheid kwam niets terecht.
Duitsland bleef verdeeld in meer dan dertig verschillende staten met elk hun eigen vorst. Liberale tendensen, het streven naar een eenheidsstaat en democratie werden de kop ingedrukt. Met de restauratie is de naam van de Oostenrijkse vorst Metternich onlosmakelijk verbonden. Universiteiten en studentenverenigingen werden nauwlettend gecontroleerd en er werd een strenge censuur ingevoerd. Al te vrijzinnige docenten werden ontslagen.
|
Oppositie - Wartburgfest en Hambacher Fest
|
De oppositie tegen de restauratiepolitiek van Von Metternich had op 18 oktober 1817 een feest op de Wartburg georganiseerd, het Wartburgfest. In naam was het feest een herinnering aan de Reformatie (Maarten Luther, 1517) en aan de slag bij Leipzig (tegen Napoleon, 1813), maar feitelijk ging het om een politieke demonstratie van studenten, die een democratische staat met vrijheid van pers en meningsuiting eisten. Tegen deze eisen werd door de Duitse Bond fel opgetreden met de besluiten van Karlsbad (1819). Lees hier meer over de besluiten van Karlsbad. Hambacher Fest In 1832 kwamen op het Hambacher Schloss bij Neustadt an der Weinstraße in de Palts meer dan 30.000 mensen bijeen uit protest tegen de heersende machten in Europa. Deels bestond de massa uit Fransen en Polen die gevlucht waren na mislukte revoluties in 1830/31 in hun landen. Daarnaast waren er veel vertegenwoordigers uit de Duitse burgerij die vrijheid, burgerrechten en nationale eenheid eisten. Het was hier voor het eerst dat de huidige Duitse vlag - schwarz-rot-gold - als symbool van hun progressieve eisen werd gezwaaid. De Duitse Bond - een samenwerkingsverband van 35 Duitse vorstendommen en vier stadsstaten - reageerde op de bijeenkomst met nog meer repressie en censuur. Zo werden het recht van vergadering en de persvrijheid in veel staten nog verder beperkt.
|
|
Hoffmann von Fallersleben
|
Niet alleen de huidige Duitse vlag vindt zijn oorsprong in de revolutionaire beweging tegen onderdrukking, maar ook het Duitse volkslied. De dichter August Heinrich Hoffmann von Fallersleben schreef het volkslied op Helgoland, een eiland in de Duitse Bocht dat destijds tot Engeland behoorde. Fallersleben was namelijk uit het land verbannen. De eerste strofe met de regels 'Deutschland, Deutschland über alles' dient begrepen te worden als een roep om nationale eenheid. Later maakten de Nazi's onder Hitler daar een roep om wereldheerschappij van. Om die reden wordt tegenwoordig alleen de derde strofe nog gezongen.
|
|
Ferdinand Freiligrath
|
|
Lees hier het gedicht van de schrijver Ferdinand Freiligrath over de kleuren van de Duitse vlag, geschreven in het revolutiejaar 1848. De schrijver vluchtte in 1844 uit Duitsland en woonde in verschillende landen in Europa. In 1867 keerde hij terug naar Duitsland, waar hij in 1876 stierf. Lees hier de biografie van Ferdinand Freiligrath.
Lees hier meer over de geschiedenis van de Duitse vlag. |
Industrialisering
|
Door de uitvinding van de stoommachine kwam de industrialisering goed op gang. Dit bracht een toenemende economische macht van de bezittende klasse, veelal de burgerij, met zich mee. Zij eiste meer politieke invloed. In 1848 kwam het tot een revolutie in Duitsland. De weg naar deze revolutie wordt aangeduid met de term Vormärz - de revolutie van 1848 vond namelijk in de maand maart plaats. De jonge generatie schrijvers, die deze revolutionaire beweging steunde, heette Junges Deutschland. In vele steden in Duitsland brak in 1848 een revolutie uit zoals hier in Berlijn. Deze revolutie mislukte uiteindelijk. Daarnaast ontstond door de industrialisering het fabrieksproletariaat, dat bijna helemaal rechteloos en sterk verarmd was. Hun zaak werd onder andere gediend door de filosoof en econoom Karl Marx, die in 1848 samen met zijn vriend Friedrich Engels het Kommunistisches Manifest (eigenlijke titel: Manifest der kommunistischen Partei) uitgaf.
|
Karl Marx
|
Nog altijd beroemd is de openingszin uit het Kommunistisches Manifest:
Marx en Engels analyseren in het manifest de machtsverhoudingen in de wereld die volgens hen gekenmerkt wordt door een klassenstrijd van de bezitlozen tegen de bezitters. In hun voorstelling zou de overwinning van de arbeiders op het kapitalisme leiden tot een klassenloze maatschappij waarbij het bezit van de productiemiddelen met elkaar gedeeld zou worden. Vanwege de censuur moest Marx in 1845 Duitsland verlaten en leefde hij enige jaren in Brussel. Tijdens de revolutie in 1848 verbleef hij weer enige tijd in Duitsland, maar week in 1849 naar Londen uit. Daar schreef hij onder andere zijn beroemd geworden Das Kapital. Marx stierf in 1883. Karl Marx is in het huidige Duitsland nog steeds populair. In de televisieverkiezing Unsere Besten uit 2003 belandde Marx op de derde plaats.
|
|
|
Aan literatuur en kunst gingen de maatschappelijke veranderingen niet onopgemerkt voorbij. We onderscheiden twee tegengestelde literaire stromingen in deze tijd: Junges Deutschland Met Junges Deutschland wordt vooral de literaire jeugdbeweging bedoeld, die met name tussen 1830 en 1848 in de landen van de Duitse Bond actief was. Hun streven was om door middel van hun geschriften een omwenteling (= revolutie) in de maatschappij te bewerkstelligen. Maar er was binnen de Duitse Bond ook een ander literair geluid te horen: Das Biedermeier. Deze schrijvers hielden zich verre van het politieke en maatschappelijke debat, zij trokken zich terug in hun eigen privé-bestaan. Biedermeier Sommige schrijvers wilden de traditie van de Klassiek en de Romantiek voortzetten. Hun levensstijl werd gekenmerkt door bescheidenheid, tevredenheid met het burgerlijke bestaan en door aandacht voor de natuur. Deze brave, apolitieke en nette burgerlijkheid werd gekscherend das Biedermeier (bieder = braaf, netjes) genoemd. De naam was ontleend aan de in het humoristische tijdschrift Fliegende Blätter optredende schoolmeester Gottlieb Biedermaier.
|
Annette von Droste-Hülshoff
|
Typerend voor deze literaire richting zijn de
gedichten van Annette Droste-Hülshoff (1797-1848) en Eduard
Mörike (1804-1875).
Klik hier voor enkele voorgedragen gedichten van Droste-Hülshoff bij www.vorleser.net.
|
|
Eduard Mörike
|
Een andere bekende Biedermeier-dichter was Eduard Mörike. In zijn gedichten spreekt hij zich vaak voor een bescheiden opstelling van de mens uit. Lees hier de biografie van Eduard Mörike.
Klik hier voor enkele voorgedragen gedichten van Mörike bij www.vorleser.net.
|
Biedermeier en Oostenrijk: Franz Grillparzer en Adalbert Stifter
|
Biedermeier vond vooral onder Oostenrijkse en andere schrijvers uit het zuiden veel aanhang. Twee namen moeten hier genoemd worden: Franz Grillparzer (1791-1872) en Adalbert Stifter (1805-1868). De populariteit van het apolitieke en burgerlijke Biedermeier in de staten in het zuiden van de Duitse Bond zou je kunnen verklaren uit de verschillende tradities van de Reformatie en de Contrareformatie. In het noorden van Duitsland was sinds de zestiende en zeventiende eeuw de protestbeweging van Maarten Luther - het Protestantisme - steeds sterker geworden. Luther wilde de bijbel in de volkstaal vertalen en het volk daarover aan het woord laten. De hiërarchie in de kerk, met een Paus aan het hoofd, vond hij niet bij het democratische karakter van het evangelie passen. Deze protestbeweging kon in het zuiden maar moeilijk terrein winnen en werd regelmatig onderdrukt (Contrareformatie). Bovendien waren Verlichting en Sturm und Drang aan het gebied van de Donaumonarchie en Duitse staten als Bayern vrijwel geheel voorbij gegaan. Grillparzer verwerkt in zijn drama’s klassieke thema’s. Zijn bewerking van de zoektocht naar het Gulden Vlies, met de tragische rol van Medea, die haar kinderen doodt en het drama over het leven van de Griekse dichteres Sappho, hebben hem ook onder tijdgenoten beroemd gemaakt. Een mooi en tot in onze tijd toegankelijk verhaal is het enigszins autobiografische Der arme Spielmann (1848). Grillparzer was nogal zwaar op de hand en hij kon zijn plaats in de maatschappij maar moeilijk vinden. In de beschrijving van het leven van de arme violist en buitenstaander Jakob, geeft hij vorm aan dit thema.
|
|
Adalbert Stifter
|
Ook zijn tijdgenoot Adalbert Stifter was onder de indruk van dit verhaal. Hij verwerkte dit thema in zijn vertelling Kalkstein. ‘Kalkstein’ is opgenomen in de bundel Bunte Steine. Dit is een verzameling verhalen, waarin de natuur een belangrijke rol speelt. Tegen de achtergrond van landschappen als ruige bergen, hard stromende beken en donkere wouden, waar soms gevaarlijke dreiging vanuit gaat, schetst Stifter het leven van eenvoudige en brave burgers, die zich allen opgenomen weten in een veilige en morele wereldorde. Politiek protest is in deze wereld ver te zoeken. Vooral Bergkristall is een graag gelezen verhaal uit deze bundel. Stifter heeft ondanks zijn aandacht voor het detail, een niet al te moeilijke schrijfstijl, met bondige formuleringen, vlot lopende zinnen en fraaie woorden. Zo is het woord Habseligkeiten, onlangs door de Duitsers als mooiste woord in het Duits gekozen, regelmatig in Bunte Steine te vinden. Hoewel Stifter over het algemeen tot in onze tijd graag gelezen wordt, zal niet iedereen zich bij hem thuis voelen. De sfeer in zijn verhalen vind je weerspiegeld in de inrichting van zijn huiskamer. Om daar een indruk van te krijgen, kun je in Linz in Oostenrijk het vroegere woonhuis van Stifter bezoeken (Adalbert-Stifter-Gedenkraum).
|
|
Brave biedermeier versus 'Politisierung'
|
De gegoede burgerij had er geen belang bij, dat de maatschappij snel zou veranderen ten gunste van het groeiende fabrieksproletariaat. Zij voelde zich bij deze figuur van de Biedermeier wel thuis. Geheel anders was dit voor een jonge generatie studenten en intellectuelen. Zij kritiseerden de vroegere generatie schrijvers en wilden de 'Poetisiering der Natur' uit de Romantiek vervangen door een Politisierung der Literatur. De nieuwe tijd vroeg om een nieuw geluid, om een literatuur, waarin het debat zou plaatsvinden over politieke vrijheden en over economische onderdrukking, over de klassenstrijd en over de juiste politieke ideologie. In plaats van romantisch gedweep met een diepere zin, komt bij de jonge schrijvers de nuchtere beschrijving van de werkelijkheid op de eerste plaats. Zij staan dichtbij het burgerlijke realisme, een stroming die in Duitsland in de negentiende eeuw vrij laat tot bloei komt, maar in het buitenland al vroeg vertegenwoordigd wordt door schrijvers als Honoré de Balzac, Gustave Flaubert of Charles Dickens. Revolutionaire vrouwen Het was in deze tijd niet gewoon voor vrouwen om zich aan de huiselijke taak die hun toebedacht was, te onttrekken. Met name twee van hen moeten genoemd worden, die zich met succes voor de emancipatie van de vrouw hebben ingespannen. De eerste is Fanny Lewald (1811-1889). Zij was de oudste van acht kinderen en groeide op in Königsberg. Ondanks de taken die zij thuis kreeg opgelegd, wist zij in de jaren veertig van de negentiende eeuw met haar romans door te breken. Van haar eigen met schrijven verdiende geld kocht zij een huis in Berlijn. Toen zij trouwde eiste zij een samenlevingscontract, waarin geregeld werd dat zij in elk geval financiëel onafhankelijk zou blijven van haar man. Een andere eigenzinnige vrouw was Louise Aston (1814-1871). Zij kleedde zich van tijd tot tijd in mannenkleren en rookte. In 1848 stond zij in Berlijn en later in Frankfurt op de barricaden om aan de revolutie deel te nemen. Zij werd vanwege haar blasfemische gedichten uit Berlijn verbannen. In Hamburg verscheen haar autobiografie. Zij nam het in haar geschriften op voor de arbeiders en zij protesteerde tegen de corruptie onder de bourgeoisie. Andere thema’s van haar waren de strijd tegen het gearrangeerde en niet vrije huwelijk en de onderdrukking van de vrouw in de maatschappij.
|
Angst voor een vrije pers
|
Na de val van Napoleon (1814) had Duitsland de kans zich tot een moderne en vrije democratie te ontwikkelen. Duitsland kende echter sinds de opheffing van het Heilige Roomse Rijk in 1806 geen centraal gezag meer. De vele verschillende vorsten, die het in 35 staatjes versnipperde land bestuurden, streefden naar een restauratie van de situatie van voor de Franse Revolutie. Een scherpe censuur en een inperking van vrijheden van alle liberale stromingen, met name van revolutionaire studenten, schrijvers en dichters werden toegepast.
|
Verbot der Schriften des 'Jungen Deutschland'
|
Een revolutionaire mentaliteit
|
Das Junge Deutschland was voor de Duitse vorsten een soort spookbeeld geworden en werd de aanduiding voor alle subversieve elementen in de maatschappij, die met kracht bestreden moesten worden. Oorspronkelijk werd het begrip 'Junges Deutschland' in 1834 gebruikt in een rede van de liberale germanist Ludolf Wienbarg (1802-1872). Toon | verberg hier een fragment met vertaling uit deze rede Wienbarg vond dat de literatuur zich onverkort in dienst van de Verlichting moest stellen. Hij verzamelde politieke liberalen en republikeinen om zich heen. Het 'Jonge Duitsland' was echter geen georganiseerde beweging, maar eerder de aanduiding van een liberale en revolutionaire mentaliteit. Hierin stonden de volgende ideeën centraal:
|
Het einde van de Kunstperiode
|
Goethe was in 1832 gestorven met de legendarische woorden 'meer licht' op de lippen. Heinrich Heine gaf als commentaar, dat nu een definitief einde was gekomen aan wat hij die Kunstperiode van de Duitse literatuur noemde. De nieuwe dichters zouden in tegenstelling tot de oude generatie geen onderscheid meer maken tussen leven en schrijven, bedreven geen politiek meer los van wetenschap, kunst en religie. In dienst van de actualiteit De nieuwe thema’s van de literatuur lagen op straat en de literatuur moest bij voorkeur in dienst staan van de actualiteit. De realiteit moest op voor iedereen begrijpelijke wijze en kritisch aan de orde gesteld worden. Zo stelde de nieuwe generatie schrijvers hun taak voor. Het werkelijke licht moest volgens hen nog steeds over Duitsland opgaan. Taal De Duitse taal veranderde intussen sterk. Onder invloed van technische en industriële vooruitgang kregen ook de wereld van de uitgevers, van de boekhandelaren en het krantenwezen een totaal ander aanzien. Bovendien werd de positie van de schrijvers vrijer. Vroeger waren zij nog afhankelijk van toevallige rijke opdrachtgevers, nu konden zij vaak zelfstandig hun brood verdienen door middel van journalistieke arbeid. Grote steden als Keulen, Berlijn en Hamburg werden, in plaats van de oude vorstenhoven, de nieuwe literaire centra. Een nieuw realisme ontstond. Kranten en tijdschriften publiceerden over de maatschappelijke realiteit van naar vrijheid strevende burgers en over de miserabele omstandigheden van het nieuwe stadsproletariaat. De schrijver was in de eerste plaats journalist. Het proza kwam steeds meer in zwang en drong de lyriek, in de voorafgaande tijd nog het meest beoefende literaire genre, steeds meer naar de achtergrond. Censuur Intussen hield de staat de pers nauwlettend en angstvallig in de gaten. Censuur was sinds 1819 aan de orde van de dag. Soms konden schrijvers hun boeken in het buitenland laten drukken, maar meestal zat er niets anders op dan de censor voorzichtig belachelijk te maken, zoals Heinrich Heine deed in Ideen. Das Buch Le Grand (1827; het boek gaat over Heine’s visie op Napoleon). Teksten werden meestal pas gecensureerd als ze (met de hand) gezet waren. Verscheurdheid Heinrich Heine was één van de schrijvers, die te lijden hadden onder de culturele en politieke verwarring in zijn tijd. Hij sprak van een zekere verscheurdheid, waaronder zich engagerende schrijvers vaak leden. Enerzijds waren schrijvers en intellectuelen gevormd door het denken uit de tijd van Goethe en de romantiek, anderzijds vroeg de nieuwe tijd om een radicaal ander en nieuw geluid. Deze verscheurdheid hing samen met snelle veranderingen op economisch en politiek gebied. Op deze veranderingen werd door de verschillende maatschappelijke klassen ook anders gereageerd. De kern van het moderne liberale, nationalistische en socialistische gedachtegoed ontstond in deze periode. Een bont palet van nieuwe ideologieën, dat tot het einde van de twintigste eeuw de politiek zou gaan beheersen, vindt in deze tijd zijn oorsprong. |
Omgang met de censuur. Vaak kon de drukker dan niets anders doen, dan woorden of regels door middel van streepjes vervangen. Het zou te duur worden om het zetwerk volledig over te doen. Heine drijft hier de spot met het belachelijke effect, dat censuur zelfs op de concrete vorm van gedrukte teksten had: Caput XII
Die deutschen Zensoren — – — – — – — – — – — – — –– |
Strijd om vrijheid: Hegel en Schopenhauer
|
Immanuel Kant, de filosoof van de Verlichting, was in 1804 gestorven en Napoleon had zich in datzelfde jaar tot keizer gekroond. De Franse Revolutie was allang voorbij, maar het centrale filosofische probleem van de vrijheid en verantwoordelijkheid van de mens, van het autonome subject, was niet opgelost. In 1806 had Napoleon in de slag bij Jena het Pruisische leger verslagen en de stad geplunderd. Berlijn nam sindsdien geleidelijk aan de plaats van cultureel en politiek centrum van de stad Jena over. In Berlijn doceerden aan de nieuwe, door Wilhelm von Humboldt in 1809 opgerichte Humboldt-Universität de filosofen Georg Wilhelm Friedrich Hegel (1770-1831) en Arthur Schopenhauer (1788-1860). Zij zochten een oplossing voor het aloude en sinds de tijd van de Verlichting, met name door de filosoof Kant, opnieuw geformuleerde probleem van de vrijheid van de mens. In populaire bewoordingen samengevat kwam dit vraagstuk neer op de vraag in hoeverre de mens als natuurwezen zich met zijn ratio (= verstand) kon ontworstelen aan de redeloze, immorele en willekeurige natuur. Verlost de cultuurwereld de mens van deze onvrijheid van de natuur? Of is het juist omgekeerd met de mens gesteld? Is niet veeleer de cultuur de oorzaak van het teniet doen van de oorspronkelijke en natuurlijke staat van de vrijheid van de mens (zoals Rousseau dacht)? Aan het begin van de negentiende eeuw nam men steeds meer, geheel in de geest van de romantiek, het laatste standpunt in. Hegel loste dit vraagstuk op in een abstract filosofisch bouwwerk over de ontwikkeling van de geest. De tegenstelling tussen natuur en cultuur moet gezien worden als een onderdeel van een groot proces, waarin de mens betrokken is. Uiteindelijk culmineert dit proces van ontwikkeling van de cultuur in een totale zelfontplooiing van de geest. Hierin is de aanvankelijke tegenstelling tussen natuur en cultuur, materie en geest uiteindelijk op een hoger plan gebracht en zelfs opgeheven. Hegel trok met zijn colleges in Berlijn volle zalen. Zijn eerste grote werk noemde hij Phänomenologie des Geistes (1807; een uiteenzetting over het verschijnen van de geest). Schopenhauer Veel minder optimistisch was Schopenhauer. Hij kan weinig redelijks in de werkelijkheid ontdekken. Voor hem bestaat de ware werkelijkheid uit niets anders dan een blinde, zinloze en onverzadigbare drang, uit de wil om zichzelf te handhaven. Dit willen is bron van eindeloos lijden en van een oorlog van allen tegen allen. Een uitweg ziet Schopenhauer nauwelijks. Deze ligt hooguit in een vlucht uit de wereld of in een streng ascetisch leven. Schopenhauer was sterk beïnvloed door het Boeddhisme. In 1819 verscheen zijn hoofdwerk Die Welt als Wille und Vorstellung. Schopenhauer kon in zijn tijd niet tegen de populariteit van Hegel op. Pas veel later, na zijn dood in 1860, zou hij grote invloed gaan uitoefenen op denkers als Friedrich Nietzsche en op de wiskundige en filosoof Ludwig Wittgenstein. Ook de schrijver Thomas Mann heeft het werk van Schopenhauer diepgaand bestudeerd en in zijn romans verwerkt. Schrijvers en het filosofische debat In dit academische debat wordt een nieuwe, jonge generatie schrijvers en intellectuelen gevormd en tevens uit een romantische sluimer gewekt. Voor een oplossing van concrete en maatschappelijke vraagstukken, zoeken zij de oplossingen elders. Zij wenden zich af van het Berlijnse 'spinnenweb' (het woord is van Heine) en het al te romantische of speculatieve denken. Belangrijke critici zijn de schrijvers Heinrich Heine en Georg Büchner. Het vraagstuk van de sociale ongelijkheid was na de Verlichting verwaarloosd. Anders dan Goethe en Schiller nog deden in de Kunstperiode, maken zij korte metten met abstracte illusies en pseudo-revolutionaire ideologieën uit de tijd van de Duitse romantiek. Heine zoekt hiervoor inspiratie bij de communist Karl Marx (1818–1883), die de abstracte wereldgeest van Hegel vervangt door de concrete klassenstrijd (als motor van de geschiedenis). Büchner houdt zelfs helemaal geen enkele illusie overeind. Hij rekent radicaal af met alle optimistische vooruitgangsfilosofieën:
De autonome mens bestaat volgens hem niet. Büchner wordt samen met Schopenhauer als één van de eerste vertegenwoordigers van het (post)moderne denken beschouwd.
|
|
|
Van Heine krijg je nooit genoeg … 'Heine ähnlich wie Goethe sind Dichter, die man nie satt bekommt...'
Het bekendste gedicht van Heine
In geen enkele verzameling of handboek over de literatuur blijft dit gedicht onvermeld. Ten tijde van Nazi-Duitsland kon men dit gedicht weliswaar ook in de schoolboeken terugvinden, maar Heine’s naam bleef daarbij altijd onvermeld. Waarom eigenlijk? Misschien omdat de nazi’s Heine niet als een echte Duitser wilden beschouwen. In 1831 was hij immers voorgoed naar Frankrijk vertrokken. Daar legde hij zich toe op zijn journalistieke werk. Hij probeerde daar, schrijvend voor Duitse kranten, de Franse en Duitse cultuur dichter bij elkaar te brengen. Heine was in feite een vertegenwoordiger van de Europese gedachte avant la lettre. Daarnaast was Heine van joodse huize, maar hij liet zich dopen en bekeerde hij zich om praktische redenen tot het christendom om betere kansen op een goede betrekking te verkrijgen. Hetgeen hem overigens niet gelukt is. Een eeuw later (in 1933) werden zijn boeken door de nazi’s in Berlijn verbrand. Een gedenkteken bestaande uit een lege bibliotheek in de grond werd in 1994 in Berlijn op de Bebelsplatz opgericht en herinnert aan deze gebeurtenis. Daar staan ook Heine’s profetische en beroemd geworden woorden uit 1820 te lezen:
Kritiek op de censuur, het streven naar vrijheid, zijn spot en ironie als het om kleinburgerlijk denken ging, hebben hem bij de machthebbers in eigen land altijd tot een gevreesd man gemaakt. In Duitsland zou hij zich nooit ten volle geaccepteerd voelen. Behalve op enkele reizen, keerde hij er na 1831 nooit meer voor langere tijd terug. In 1856 stierf Heine in Parijs en werd hij er begraven op het kerkhof Montmartre.
|
|
Met daarin:
Ga naar de Heine special [opent in nieuw venster] |
|
|
Georg Büchner (1813-1837) was een revolutionair. Evenals zijn vader studeerde Büchner medicijnen. In het ziekenhuis van zijn vader had hij van nabij kennisgemaakt met de klassenmaatschappij van zijn tijd. Zijn vader was verantwoordelijk voor de medische verzorging van de armsten in de stad. Via hem kwam hij precies te weten hoe zwaar de gewone lasten voor levensonderhoud en belastingen op de allerarmsten drukten. Van een rechtvaardige verdeling van welvaart was geen sprake. Hiertegen kwam hij in opstand. Zijn maatschappijkritiek schreef hij op in de illegaal gedrukte en verspreide Hessische Landbote. Met medestudenten richtte hij een vereniging voor mensenrechten op. Door de politie werd hij gezocht.
|
Der Hessische Landbote
|
Het Flugschrift (pamflet) Der Hessische Landbote begint met een waarschuwing. Het bezit van het pamflet kan gevaarlijk zijn en voor het geval van ontdekking door de politie wordt de lezer vast een aantal tips gegeven. De revolutionaire oproep Friede den Hütten! Krieg den Palästen! aan het einde van dit 'voorwoord' behoort tot één van de gevleugelde woorden uit de Duitse literatuurgeschiedenis.
Lees hier de volledige tekst van Der Hessische Landbote. Het was vanwege deze tekst dat Büchner door de autoriteiten werd gezocht.
|
|
Dantons Tod
|
Spoedig werd Büchner de Duitse grond te heet onder de voeten. Begin 1835 vluchtte hij naar het Franse Straatsburg. In een periode van vijf weken schreef hij zijn drama Dantons Tod (1835; voor het eerst in 1902 opgevoerd). Büchner stelde hierin de vraag naar de zin van een strijd voor de vrijheid. De idealen van de Franse Revolutie onderschreef hij weliswaar. Maar hoe was het mogelijk, dat de revolutie zo eenvoudig zijn eigen kinderen opat. In plaats van geluk bracht de revolutie terreur voort. Danton moest zijn discussie hierover met Robespierre met de dood bekopen. Intussen bleven de rijken rijk en de armen arm, de revolutie had niets opgeleverd. In de economische omstandigheden was niets wezenlijks veranderd, zo wilde Büchner zijn publiek in dit stuk voorhouden.
|
Het tragische lot der mensheid
|
Büchner stelt in zijn stukken vooral het tragische lot van de mensheid en met name van de lagere klassen centraal. In zijn verhaal Lenz beschrijft hij de lotgevallen van de psychisch zieke schrijver Jakob Michael Reinhold Lenz (1715-1792). Zie ook: Sturm und Drang Lenz was een vriend van Goethe, bij wie hij enkele weken tijdens zijn ziekte verbleef. Het gestoorde bewustzijn, dat heen en weer geslingerd wordt tussen een naïef vertrouwen op god en een extreem gevoel van verlatenheid en eenzaamheid, is volgens Büchner exemplarisch voor de mensheid in zijn tijd. Het niet zelf gekozen bestaan als last, is het hoofdthema van dit verhaal. Een ander theaterstuk van Büchner, Leonce und Lena lijkt op het eerste gezicht een komisch blijspel. De door verveling geplaagde prins Leonce probeert aan zijn gearrangeerde huwelijk met prinses Lena te ontkomen en gaat op reis naar Italië. Onderweg ontmoeten zij elkaar en worden, zonder dat zij elkaar herkennen, verliefd. Gemaskerd keren zij terug naar het hof, waar tussen hen als vervanging voor het verdwenen paar het huwelijk wordt voltrokken. De geschiedenis neemt toch wel zijn loop, de mens is slechts een automaat, dat door een ander wordt bediend. Dat is de tragiek, die kenmerkend is voor het menselijk bestaan.
|
|
Sociaal drama: Woyzeck
|
Het eerste sociale drama uit de Duitse literatuur is Büchners Woyzeck (1836/37). Hierin baseert hij zich op het waar gebeurde verhaal van de kapper Woyzeck, die in 1821 in Leipzig zijn bruid had neergestoken. In 1824 was hij daarvoor ter dood veroordeeld. Het ging Büchner vooral om de discussie die dit gebeuren had uitgelokt onder artsen over de toerekeningsvatbaarheid van de misdadiger. Het verhaal is snel verteld. Woyzeck leeft samen met zijn geliefde Marie, van wie hij een kind heeft. Om wat bij te verdienen, is hij proefpersoon voor medische experimenten. Marie pleegt echter overspel. Dit wekt bij Woyzeck zo’n grote woede op, dat hij Marie neersteekt. Het mes gooit hij in het water en hij verdrinkt zichzelf. In dit stuk worden de scherpe sociale tegenstellingen in de maatschappij tot uitdrukking gebracht. De maatschappelijke positie van Woyzeck en de uitbuiting van de sociaal zwakkere door de hogere klassen, is het thema van dit stuk. Een belangrijke scène is een gesprek tussen de officier (Hauptmann) die bij de kapper (Woyzeck) zit. De officier stelt grote filosofische levensvragen bij de kapper aan de orde en maant Woyzeck tot een deugdzaam leven. De officier voelt zich verheven boven de arme man, die geen moraal en beschaving heeft. In bedekte termen confronteert Woyzeck aan het eind van het gesprek de officier met zijn onzinnige uitspraken. Het is makkelijk praten over deugd en moraal, maar wie geen geld, eten of goede opleiding heeft genoten, heeft eerst andere zorgen aan zijn hoofd, zo wil Büchner het publiek in dit stuk voorhouden. Hieronder vind je een gedeelte uit deze scène. Toon | Verberg Fragment uit WoyzeckLees hier de volledige tekst van Woyzeck of een uitgebreide analyse van Woyzeck. Woyzeck verwoordt het standpunt van het in de tijd van Büchner steeds groter wordende proletariaat. De kerk heeft de kant van de machthebbers gekozen, terwijl god er eigenlijk voor de gewone man is. Met moraal kunnen arbeiders niets beginnen, als er niet eerst iets te eten is. Een deugdzaam leven hangt van humane omstandigheden af. Een misdadiger is niet uit zichzelf slecht, maar hij wordt door de omstandigheden slecht gemaakt.
|
Radicaler dan Heine
|
Nog radicaler dan Heine had gedaan, zet Büchner een streep door de romantische Poetisierung der Natur. Het is alsof Karl Marx bij hem aan het woord is:
Hiermee is het Berlijnse spinnenweb tot zwijgen gebracht en is een radicaal nieuw geluid in de Duitse geschiedenis aan het doorbreken. Woyzeck werd voor het eerst pas in 1913 opgevoerd. Büchner heeft met dit werk vele schrijvers, naturalisten én expressionisten en niet in de laatste plaats Bertolt Brecht sterk beïnvloed. De schrijver Alfred Döblin zegt over hem:
In 1923 heeft Alban Berg (1885-1935) het stuk onder de titel Wozzeck voor opera bewerkt.
Links over Büchner
|
|