de geschiedenis van het Rijksdag-gebouw

Misschien als geen ander gebouw in Duitsland staat het Rijksdaggebouw in Berlijn symbool voor het lot van de democratie in Duitsland.

Het woord "Rijksdag" stond tot 1945 ook voor het toenmalige Duitse parlement, dat na de oorlog "Bundestag" (in West-Duitsland en in het huidige verenigde Duitsland) en "Volkskammer" (in Oost-Duitsland) genoemd werd. 

Ten tijde van het ontstaan van de Reichstag waren de machthebbers allesbehalve democratisch gezind. De grondwet bepaalde dat de volksvertegenwoordigers van de Rijksdag vrijwel geen echte macht konden uitoefenen. De regering en de rijkskanselier (in het begin Bismarck) waren alleen verantwoording verschuldigd aan de keizer. Het parlement van het relatief jonge keizerrijk kende eerst diverse noodhuisvestingen.

Uiteindelijk gunde keizer Wilhelm I. het in 1884 een eigen gebouw, zij het buiten de toenmalige stadsgrenzen. De architect, Paul Wallot, moest voortdurend concessies doen aan de persoonlijke wensen van de keizer.

reichstag1895.jpg (19669 Byte)

Ook Wilhelm II. was alles behalve gecharmeerd van een werkelijk democratisch parlement. Hij noemde de Rijksdag het "Reichsaffenhaus" (Rijksapenhuis) en vond de glazen koepel een onding.

In 1894 werd het gebouw tijdens een plechtige ceremonie in aanwezigheid van de nieuwe keizer Wilhelm II. en talrijke geuniformeerde vertegenwoordigers van het door Pruisisch gedachtengoed gedomineerde keizerrijk geopend.  Maar door de toegenomen invloed van het parlement verscheen in 1916 toch nog de inscriptie boven de hoofdingang, die de architekt al bij de bouw gepland had: "Dem Deutschen Volke" ("Aan het Duitse volk").

 

Ten tijde van de Weimarer Republik werd het parlement voor het eerst democratisch gekozen, maar na de verkiezingen van 1932 werd de NSDAP, de partij van Adolf Hitler, de grootste partij. Al snel verschenen de "bruinhemden", de aanhangers van Hitler, in hun uniformen in de plenaire zaal en deinsden er niet voor terug hun tegenstanders te intimideren en met geweld te verjagen.

reichstag1933.jpg (12395 Byte)

In 1933, enkele weken na de machtsovername door Adolf Hitler brandde de plenaire zaal van het Rijksdaggebouw volledig uit. De brand was aangesticht door een jonge Nederlandse communist: Marinus van der Lubbe. Nog steeds onduidelijk is of hij de brand alleen aanstak, of dat Nazi's hem hierbij geholpen hebben. Dit laatste ligt volgens velen voor de hand, omdat Hitler de brand dankbaar aangreep om parlementsleden die hij als tegenstanders beschouwde op te laten pakken. Van der Lubbe werd geëxecuteerd.
In de Tweede Wereldoorlog werd het gebouw niet gebruikt, of het moet het luchtafweergeschut zijn dat men op de hoektorens aanbracht. In 1945 veroverden Russische soldaten Berlijn en beschoten het Rijksdaggebouw met een grote hoeveelheid granaten en hesen als teken van de overwinning de rode Sowjetvlag op het dak van de ruïne.

reichstag1945.jpg (35637 Byte)

reichstag1948.gif (33074 Byte) Ten tijde van de Koude Oorlog werd het gebouw in het begin niet gebruikt. De koepel werd opgeblazen wegens instortingsgevaar. Het gebouw stond net in het gebied van de Westerse geallieerden. De West-Duitse politici besloten het weer op te bouwen in de hoop dat het ooit weer het parlementsgebouw van het verenigde Duitsland zou kunnen worden. In september 1948 protesteerden ca. 350.000 inwoners van Berlijn tegen de luchtblokkade van de stad. In een toespraak richtte de burgemeester van de stad, Ernst Reuter, zich tot de wereld met de uitspraak: "Völker der Welt, schaut auf diese Stadt!".

Van 1961-1973  herstelde architect Paul Baumgarten het gebouw, zij het zonder de typische glazen koepel. Ook haalde hij allerlei oorspronkelijke versieringen weg. Hoewel er een plenaire zaal aanwezig was, vergaderde de Westduitse Bundestag hier maar hoogst zelden. Jaren lang bood het gebouw plaats aan de tentoonstelling van het Duitse parlement: "Fragen an die Deutsche Geschichte".


reichstag1990.jpg (10474 Byte)

In 1990 haalde het gebouw weer de wereldpers: Op 3 oktober vond hier de ceremonie van de Duitse hereniging plaats. De dag daarna kwam het het nieuwgekozen parlement, nu van heel Duitsland, bijeen in de plenaire zaal.

In 1992 besloot de Bundestag dat Berlijn weer hoofdstad en regeringszetel van het verenigde Duitsland zou worden. Dit betekende ook dat het parlement zou verhuizen van Bonn naar Berlijn.

reichstag1995.jpg (33403 Byte)


reichstag.jpg (11438 Byte)

Kort voor de verbouwingen, in de zomer van 1995, mocht de Hongaars-Amerikaanse kunstenaar Christo na 20 jaar touwtrekken zijn plan om het gebouw "in tepakken" in een soort zilverkleurig doek uitvoeren. Sommigen vonden deze manier van kunst de geschiedenis onwaardig, anderen zagen er een soort afsluiting met het verleden en een symbool van het nieuwe, herenigde Duitsland in. Het trok in elk geval vijf miljoen bezoekers naar de nieuwe hoofdstad.
Voor de verhuizing van het parlement naar de Rijksdag moest het gebouw drastisch verbouwd worden. De Britse architekt Sir Norman Foster won de race voor de verbouwing, die 600 miljoen Mark zou gaan kosten. Door diverse constructies bracht hij binnen meer daglicht dan ooit in het gebouw. Alleen de buitenmuren bleven staan.

reichstag1999_b.jpg (44977 Byte)

adler.gif (728 Byte)Ook hij had soms last van een eigenzinnige bouwmeester; ditmaal niet meer de keizer maar de bouwcommissie van het parlement. Die eiste een koepel op het gebouw. Ook binnen moest Sir Foster soms beslissingen dulden. Zo hangt er in de plenaire zaal een uitvergrote versie van de Duitse adelaar, die ook al in de plenaire zaal in Bonn ophing, in de volksmond de "Fette Henne" genoemd. Deze adelaar, die duidelijk vriendelijker overkomt dan menige voorganger,  werd in de loop der jaren het symbool van een vreedzaam Duitsland. Op 19 april 1999 werd het vernieuwde Rijksdag-gebouw officieel in gebruik genomen. Vanaf september 1999 zal de Bundestag er standaard vergaderen.

De glazen koepel is het meest in het oog springende deel van de verbouwde Rijksdag geworden. De koepel bevat een enorme spiegelzuil, die het licht naar beneden in de plenaire zaal projecteert. Bezoekers hebben vrij toegang tot de koepel. Via een soort grote spiraalvormige ringen kun je tot bovenin lopen en zo letterlijk het parlement op de vingers kijken. Foster wilde het verleden niet achter moderne veranderingen laten verdwijnen: in een deel van het gebouw zijn de kogelgaten en graffiti van Russische soldaten blootgelegd en blijvend zichtbaar gemaakt.