SPECIAL: Metropolis
Het verhaal
Metropolis is het verhaal van een futuristische
stad in het jaar 2026. In een 'bovenstad' en een 'onderstad' leven twee klassen
mensen. In de onderstad zwoegt een enorm aantal arbeiders aan grote,
gevaarlijke machines tot ze er - na ploegendiensten van 10 uur - letterlijk
uitgeput bij neer vallen. Ze slapen en leven in de catacomben onder de
machinehallen. In de bovenstad woont een kleine groep mensen, de
"denkers", die de onderstad bestuurt en verder vooral van een luxe
leventje geniet.

Beide groepen zijn in de maatschappij van
Metropolis van elkaar
vervreemd. De arbeiders hebben geen idee waarvoor ze hun werk eigenlijk allemaal
doen, behalve om te overleven. De denkers in de bovenstad hebben nauwelijks contact
weet van het wel en wee van de arbeiders. Maar toch zijn
beide groepen van elkaar afhankelijk: de arbeiders zijn nodig om de
stad Metropolis in stand te houden, maar zonder de denkers - die alles controleren
en organiseren - werkt het ook niet. Freder is de zoon van
Johann Fredersen, de heerser over alle mensen en machines in Metropolis. Hij komt min
of meer toevallig een keertje in de onderstad terecht en schrikt zich rot als
hij het dramatische lot van de arbeiders ziet. Hij ontmoet Maria, een vrouw uit
de groep arbeiders, die een opstand probeert te voorkomen. Ze predikt verzoening
en vrede en zegt tegen de arbeiders dat er ooit een redder zal komen die tussen
"geest" (de denkers) en "handen" (de arbeiders) zal
bemiddelen: iemand die het daarvoor noodzakelijke "hart"
vertegenwoordigt en ervoor zal zorgen dat onder- en bovenstad met elkaar in
harmonie verder kunnen leven.

Maria
Freder, die meteen verliefd
raakt op Maria, gaat snel naar zijn vader om tegen het onrecht in de onderstad te
protesteren. Maar Fredersen, de absolute heerser over Metropolis denkt er
niet aan om het lot van de arbeiders ter harte te nemen en vindt het ook maar
gevaarlijk dat Maria de arbeiders laat hopen op een betere toekomst.
Hij
ervaart dat de geniaal-gekke uitvinder Rotwang een menselijke robot heeft gemaakt. Op
zijn bevel ontvoert de Rotwang Maria en maakt in zijn laboratorium de robot
verder af: die krijgt nu het gezicht van Maria. Zo hoopt Joh Fredersen de
arbeiders te kunnen beïnvloeden. Maar Rotwang haat Fredersen sinds die zijn
geliefde afpakte en programmeert de robot-Maria zo, dat zij de arbeiders
opstookt om in opstand te komen. De robot doet haar werk wel erg goed: de boze
meute arbeiders vernielt de machines die Metropolis voor een overstroming
behoeden. Van alle kanten stroomt de onderstad over en bereikt het de ruimtes
met de arbeiderskinderen. Alleen een snelle actie van de echte Maria samen met
Freder kan voorkomen dat de kinderen verdrinken. De woede van de arbeiders slaat
nu om: Ze zoeken Maria op om haar te doden en slechts door een toeval hebben ze
de robot-Maria te pakken als ze haar als een heks op de brandstapel in de brand
steken. In een laatste gevecht met de gekke Rotwang op het dak
van de kathedraal wint Freder. Voor de ingang van de kathedraal komt het tot een
verzoening tussen Joh., Fredersen en de arbeiders, als Freder de hand van zijn
vader neemt en die op zijn beurt die van de arbeiders aanneemt. Fredersen lijkt
van zijn fouten geleerd lijkt te hebben. De arbeiders op hun beurt leggen zich
neer bij het gezag van Joh Fredersen.
|