|
Kinderen tijdens de Hitler-dictatuur |
|
De nationaal-socialistische opvoeding
Poging tot totale controle
|
|
Vanaf het begin van de dictatuur probeerde het regime de jongeren en hun omgeving onder controle te brengen. En aangezien men de situatie thuis niet kon controleren, was de Hitlerjeugd de manier bij uitstek om de kinderen buiten de ouders om tot trouwe nationaal-socialistische volgelingen te maken, die later in een oorlog bereid zouden zijn zich op te offeren. Zoveel mogelijk moesten de jongeren hun vrije tijd doorbrengen in de HJ, zodat de greep op hen optimaal was. Buiten "diensttijd" was vanaf 1935 de "HJ-Streifendienst" actief. Dit was een soort jeugdpolitie, die nauwlettend in de gaten hield, wat kinderen en jongeren deden.
Op school
Behalve de gezinnen werd ook de school gewantrouwd door de nazi's. Kritische geluiden of leraren die er een eigen mening op na hielden waren al snel verdacht. Vanaf 1933 werden "onbetrouwbare" leraren ontslagen en vervangen door trouwe partijgenoten. De beïnvloeding van de jeugd miste zijn uitwerking niet. De leraren kregen te maken met een generatie kinderen, die nauwlettend in de gaten hielden of wat er in de les verteld werd wel overeenkwam met de nazi-ideeën. En als hen iets niet zinde werden de leraren soms op forse toon terechtgewezen. Er waren kinderen, die er niet voor terug deinsden om hun leraren, zelfs hun ouders aan te geven bij de politie.
|
"In onze ogen moet de Duitse jongen van de
toekomst slank en rank zijn, flink als een windhond, taai als leer en
zo hard als Krupp-staal." |
Het schoolbestaan werd al snel omgevormd volgens de nationaal-socialistische ideeën. Tijdens de geschiedenisles werd bijvoorbeeld verteld, dat het Duitse volk behoefte had aan "Lebensraum" en dat "grote mannen en veldslagen" het lot van Duitsland bepaald hadden. En bij biologie werd de rassen- en erfleer van de nazi's behandeld. In rekensommen ging het om het uitrekenen van vliegafstanden van bommenwerpers e.d. In 1934 werd de Hitlergroet voor leraren en leerlingen, binnen en buiten de school verplicht.
De zaterdag, in die tijd een gewone schooldag, werd voortaan "Staatsjugendtag". Dat wil zeggen, dat alle HJ-leden die dag voortaan geen school meer hadden, maar "dienst" bij de HJ. De kinderen die (nog) geen lid waren, hadden op zaterdag wel verplicht school en kregen les in de nationaal-socialistische denkbeelden.
Maar toch slaagde het regime er niet altijd in, het onderwijs volledig te beheersen. Niet alle "onbetrouwbare" docenten konden in een keer vervangen worden. En er waren leerkrachten die soms voorzichtig lieten blijken, dat zij Hitler niet of met tegenzin steunden. Ook waren er soms grote verschillen tussen de steden en het platteland.
Nazi-denkbeelden
Er waren duidelijke verschillen in de opvoeding tussen jongens en meisjes.
Meisjes hadden volgens de nazi's een dienende en verzorgende rol als huisvrouw en aanstaand moeder. Zij moesten vooral mooi zijn, zich ondergeschikt opstellen aan de man en zich voorbereiden op het moederschap.
De jongens waren degenen, die als dappere strijders de wereld zouden veroveren. Zij moesten moedig, hard, gedisciplineerd en meedogenloos zijn en zich willen opofferen voor "het hoogste doel", sterven voor volk en vaderland.
Tijdens de "HJ-Heimabende", het eigen onderwijs van de HJ, besteedde men veel aandacht aan de denkbeelden van de nazi's. Onderwerpen waren "de gezonde familie", "het gezonde volk", "nakomelingen met erfafwijkingen", "de Germanen", "de dwangvrede van Versailles" enz. Langzaam maar zeker werd de kinderen ingegeven, dat het Germaanse ras superieur was ten opzichte van andere rassen. En dat in de wereld alleen het "sterkste ras" zou zegevieren. Joden, zigeuners, homosexuelen, gehandicapten en anderen die niet tot het "sterke ras" behoorden, hadden geen recht op leven. Ook werd er gelezen uit "Mein Kampf", het boek dat Hitler schreef en waarin hij zijn zieke denkbeelden beschreef. Veel kinderen vonden deze "Heimabende" behoorlijk saai en probeerden soms weg te blijven. Ook niet overal in het land werd er even veel aandacht aan besteed.
|
Führer-verering De verering van Adolf Hitler, de "Führer" van het "Duizendjarige Rijk" nam groteske vormen aan. De propaganda zette het beeld in de wereld, dat de Führer dag en nacht leefde voor zijn volk en als een soort vaderfiguur eenzaam zware beslissingen nam voor de toekomst van Duitsland. Regelmatig deed Hitler een beroep op de jeugd en liet hen weten, dat zij erg belangrijk waren voor de toekomst van het land. Veel kinderen, maar ook volwassenen, vereerden hem als een soort god. En als er dingen gebeurden, die mensen lieten twijfelen, werd er vaak gezegd: "Als de Führer dat zou weten...", waarmee men aangaf dat de Führer niet alles kon weten en soms slechte adviseurs had. Maar de Führer zelf was onaantastbaar. |
Dit gebedje op de kleuterschool (vertaald), illustreert dat de Führer-verering religieuze trekken kreeg: "Handjes vouwen, hoofdjes buigen |
naar de inhoudsopgave KINDEREN TIJDENS DE HITLER-DICTATUUR is een project van de Stichting Digitale School - vaklokaal Duits Paul Goossen © 2000-2002