de geschiedenis van het Duitse volkslied

"Eenheid en recht en vrijheid!" Dit drieluik uit het lied van de dichter gaf uitdrukking aan het verlangen van alle Duitsers in tijden van binnenlandse versnippering en onderdukking." Met deze woorden verklaarde Rijkspresident Ebert in augustus 1922 het "Deutschlandlied" tot nationaal volkslied.

Ontstaan

Het "Deutschlandlied" onstond in 1841. De dichter August Heinrich Hoffmann von Fallersleben schreef tijdens een verblijf op het toenmalige Brise eiland Helgoland de tekst. Deze tekst werd verbonden met de melodie van "Gott erhalte Franz den Kaiser" (bedoeld werd de Oostenrijkse keizer) van de componist Joseph Haydn.

Duitsland bestond destijds niet als één land, maar als "Deutscher Bund", een verzameling van 39 onafhankelijke staten van verschillende grootte en politieke betekenis. Deze politieke situatie vormde voor Hoffmann von Fallersleben de aanleiding  om in zijn lied het verlangen van zijn landgenoten naar eenheid in vrijheid uit te drukken.

Het "Lied der Deutschen" werd in de daaropvolgende decennia weliswaar als symbool van de saamhorigheid van het volk graag gezongen, maar elke souvereine Duitse staat had als eigen volkslied een "Fürstenhymne", een loflied op de vorst. Het "Deutschlandlied" was een tegenhanger van deze "Fürstenhymnen".   De oproep in het lied, "Deutschland, Deutschland über alles" richt zich niet tegen andere volken, noch   wilde het een heerschappij over andere volken ten uitdrukking brengen, maar bezwoer de wens, een vereend Duitsland boven de belangen van de vorsten te stellen. Kernpunt was het verlangen naar een nationale eenheid, die bij de meeste buurlanden van Duitsland al verwezenlijkt was.

volkslied Bondsrepubliek Duitsland

luister hier naar het Duitse volkslied

Einigkeit und Recht und Freiheit
für das deutsche Vaterland!
Danach laßt uns alle streben
brüderlich mit Herz und Hand!
Einigkeit und Recht und Freiheit
sind des Glückes Unterpfand -
blüh im Glanze dieses Glückes,
blühe deutsches Vaterland!

 

In de tweede strofe gebruikte Hoffmann von Fallersleben motieven uit een lied van de middeleeuwse dichter en zanger Walther von der Vogelweide auf. In derde strofe tenslotte worden burgerlijke rechten, vrijheid en gelijkheid voor iedereen in een verenigd Duitsland geëist.

Daarmee stond Hoffmann von Fallersleben in de democratische traditie van de Duitse geschiedenis, die door de kleuren zwart-rood-goud gesymboliseerd word.

Populair werd het "Deutschlandlied" vooral bij nationaal georiënteerde burgers. Het werd vaak gezongen in de oorlog tegen Frankrijk (1870/1871) en vooral ook tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918). Bij de overdracht van Helgoland aan het Ruitse Rijk in 1890 werd het voor de eerste keer officieel gezongen. De volken in de buurlanden zagen echter de eerste strofe als uitdrukking van nationalistische arrogantie, wat destijds ook met de stemming in brede lagen van de Duitse bevolking overeenkwam.

Tijdens de Weimarer Republiek en het Derde Rijk

In 1922 nam rijkspresident Friedrich Ebert de gelegenheid te baat en verklaart het "Deutschlandlied" tot volkslied. Onder het nationaalsocialistische regime bleef het lied bestaan, maar alleen de eerste strofe. Hieraan toegevoegd werd het nationaalsocialistische "Horst Wessel Lied". De geallieerden verboden na de Tweede Wereldoorlog beide delen van het nationaalsocialistische volkslied.

Lied der Deutschen - Hoffmann von Fallersleben

Deutschland Deutschland über alles,
über alles in der Welt,
wenn es stets zum Schutz und Trutze
brüderlich zusammenhält,
von der Maas bis an die Memel,
von der Etsch bis an den Belt -
Deutschland, Deutschland über alles,
über alles in der Welt!

Deutsche Frauen, deutsche Treue,
deutscher Wein und deutscher Sang
sollen in der Welt behalten
ihrer alten schönen Klang,
uns zu edler Tat begesitern
unser ganzes Leben lang -
deutsche Frauen, deutsche Treue
deutscher Wein und deutscher Sang!

Einigkeit und Recht und Freiheit
für das deutsche Vaterland!
Danach laßt uns alle streben
brüderlich mit Herz und Hand!
Einigkeit und Recht und Freiheit
sind des Glückes Unterpfand -
blüh im Glanze dieses Glückes,
blühe deutsches Vaterland!

Bondsrepubliek

Bij het onstaan van de Bondsrepubliek Duitsland in 1949 werd in de grondwet niets over een volkslied opgenomen, wat ongetwijfeld ook met de onzekerheid over de toekomst van Duitsland te maken had. Toen de Bondsrepubliek op internationaal weer her en der vertegenwoordigd werd (bijv. tijdens de Olympische Spelen in 1952) ontstond een discussie over het volkslied. Bondskanselier Adenauer wilde als volkslied de 3e strofe van het "Deutschlandlied". Maar Bondspresident Theoder Heuss wilde een nieuw volkslied invoeren, dat de voor Heuss cruciale elementen dichtkunst, stijlvorming, patriottisme, politiek en politieke opvoedkunde zou moeten bevatten. In 1950 werd het lied "Hymne an Deutschland"  voorgesteld. Geschreven door de dichter Rudolf Alexander Schröder, de muziek was van Hermann Reutter. Tijdens de jaarwisseling van 1950/1951 was   het lied voor het eerst op de radio te horen. Onder de bevolking was echter onvoldoende draagvlak voor het lied als volkslied. Ook binnen de politieke partijen stuitte het op grote weerstand. Na een briefwisseling tussen de bondspresident en de bondskanselier bepaalde Heuss in 1952 dat het "Deutschlandlied" het volkslied zou zijn. Sindsdien wordt bij plechtige gelegenheden de 3e strofe gezongen.

Duitse Democratische Republiek

Ook voor de regering van de Duitse Democratische Republiek was het Deutschlandlied onmogelijk geworden. De schrijver en politicus Johannes Robert Becher (1891-1958), vanaf 1954 minster van cultuur van de DDR, schreef een nieuw volkslied, waarin o.a. tot saamhorigheid opgeroepen wordt om zo de geenschappelijke vijand te kunnen verslaan.

 

Duitse hereniging

Door de toetreding van de DDR tot de Bondsrepubliek op 3 oktober 1990 werd Duitsland weer verenigd. In het herenigingsverdrag van 14 september 1990 wordt definitief vastgelegd, dat het verenigde Duitsland geen enkele aanspraak op gebieden van andere staten zal maken". Waarschijnlijk om eventuele misverstanden te voorkomen en tegelijk vast te leggen, dat de wens naar "Eenheid en recht en vrijheid voor het Duitse vaderland" nu werkelijkheid geworden is, legden bondspresident Von Weizsäcker en bondskanselier Kohl in een briefwisseling in augustus 1991 vast, dat "de derde strofe van het "Deutschlandlied" met de melodie van Jospeh Haydn het volkslied voor het Duitse volk is, temeer daar het de waarden tot uitdrukking brent, waartoe wij ons als Duitsers, als Europeëers en als deel van de volkerengemeenschap bekennen."

Bronnen:

  • "Grundgesetz für die Bundesrepublik Deutschland, Bayerische Landeszentrale für politische Bildungsarbeit"
  • "Oh Deutschland, wie bist du zerrissen". - Lesebuch der deutschen Teilung, München 1988
Nationalhymne der Deutschen Demokratischen Republik
luister hier naar het voormalige volkslied van de DDR

Auferstanden aus Ruinen
und der Zukunft zugewandt
laß uns dir zum Guten dienen,
Deutschland, einig Vaterland.
Alte Not gilt es zu zwingen,
und wir zwingen sie vereint,
denn es muß uns doch gelingen,
daß die Sonne, schön wie nie,
über Deutschland scheint.

Glück und Friede sei beschieden
Deutschland, unserm Vaterland.
Alle Welt sehnt sich nach Frieden,
reicht den Völkern eure Hand.
Wenn wir brüderlich uns einen,
schlagen wir des Volkes Feind.
Laßt das Lichts des Friedens scheinen,
daß nie eune Mutter mehr
ihren Sohn beweint.

Laßt uns pflügen, laßt uns bauen,
lernt und schafft wie nie zuvor,
und der eignen Kraft vertrauend
steigt ein frei Geschlecht empor.
Deutsch Jugend, bestes Streben
unsres Volks in dir vereint,
wirst du Deutschland neues Leben,
und die Sonne, schön wie nie,
über Deutschland scheint.