Duitsland, april 1945. Jachtvlieger Erich Kreul krijgt het bevel om zichzelf
met zijn vliegtuig op een brug te laten neerstorten. In een laatste wanhopige
poging om de Russen tegen te houden. Opgevoed om blind te gehoorzamen vertrekt
hij.
Een reportage over de waanzin van oorlog en over een generatie, die leerde
om het nadenken aan anderen over te laten. De Tweede Wereldoorlog lijkt nu lang
geleden. Maar de lessen daaruit blijven gelden, zeker als je bedenkt dat nog
steeds mensen tot zelfmoordaanslagen (bijv. in het Midden-Oosten) aangezet
worden.
Helden sterven jong
Het bevel moest door iemand uitgevoerd worden. Het liefst door iemand,
waarvan bekend stond, dat hij niet alles met zich liet doen. Al helemaal niet
iemand die lichtzinnig met een vliegtuig uit een hoogte van 6000 meter op een
brug zou willen neerstorten. Het zou een heldendaad worden, met erkenning voor
de getoonde moed en eer achteraf. Maar helden sterven jong en Erich Kreul is nu 83 jaar oud.
De televisie is het eerste dat we horen. Het geluid van knallen en
mitrailleurschoten vult de huiskamer. Een geschiedenisprogramma, over de oorlog.
Voordat Kreul het bezoek ontvangt, informeert hij: "Koffie of thee?". Hij kan ook een stuk vlees braden, misschien met een ei erop. Het theewater
dat hij opzet, vergeet hij de komende uren. Pas als de pan gloeiend heet is zal
hij er weer aan denken.
Zijn eigen huis. Hij heeft alles zelf gedaan, de verbouwing enzo. Het is zijn
ouderlijk huis, hier in Selm bij Dortmund. Kreul ploft in een van de grote leren
fauteuils. Voor hem op de salontafel ligt de TV-gids, daarnaast een mobiele
telefoon, een zwart boek met een gouden hakenkruis en een adelaar - zijn oude
pilotenlogboek - en de post.
Oorlog of niet, hij had de tijd van zijn leven.
Erich Kreul vloog in de Tweede Wereldoorlog bij het jachtesquadron Udet. Hij
vloog missies in Duitsland, Rusland en Frankrijk. Stettin, Mackfitz, Kamenz,
Stalingrad, Makejevka, Chateaureoux, Metz, Parow, Stargard. Hij somt ze op
zoals mensen uit de daaropvolgende generatie de titels van Beatles-songs kunnen
opnoemen. En overal had Kreul een meisje. Soms de dochter van de apotheker, waar
hij zeep voor een officier moest ophalen, soms eentje uit de kantine van het
vliegveld. Met een van hen is hij in Magdeburg getrouwd. Kreul haalt een
fotoalbum uit de slaapkamer. Op een van de foto's zit hij in een soort ligstoel.
Net 23, met zonnenbril. Hij lacht in de camera. Een stemming zoals tijdens een
skivakantie. Oorlog of niet, hij had de tijd van zijn leven. Een tijd van
kameraden ook. De jongens heetten Süßer of Eros, Schlips of Blubberbacke. Hem
noemden ze de Schot.
Doden komen in zijn herinneringen niet voor. Hoewel de meeste van zijn
kameraden in de oorlog omgekomen zijn. Maar het idee om te stoppen kwam niet in
hem op. "Op dat idee was ik nooit gekomen", zegt hij. "Niemand van
ons." Toen steeds vaker medepiloten niet meer terugkeerden uit hun
aanvalsmissies, omdat de Russen en de Amerikanen eenvoudigweg meer vliegtuigen,
munitie en brandstof hadden, werd er gewoon nog meer gedronken dan anders. Dan
ging het wel weer. Wie het snelste vergat, leefde het langst. Pas toen Kreul
voor het volk, voor de hele zaak zelfmoord zou moeten begaan, toen was er voor
hem een grens bereikt.
9 april 1945. Kreul had zojuist de aanvallen van de Amerikanen op het
vliegveld van München overleefd. De Amerikanen waren over de Rijn, de Russen
waren klaar om Berlijn aan te vallen. De Duitse luchtmacht was zo goed als
verslagen, industrie en steden lagen in puin. Hitler zou aan het einde van die
maand zelfmoord plegen. Maar de propaganda had de leuzen die de bevolking moed
in moesten spreken. Over de
beslissende eindstrijd, over de laatste overwinning, die in het verschiet lag.
Ook kinderen en ouden van dagen werden intussen overal ingezet om de
"Endsieg" binnen te halen.
Kreul meldde zich aan voor de "Rammjäger", vliegers die met hun toestel
vijandelijke vliegtuigen zouden rammen, om daarna met hun parachute te landen.
Hoe zwakker het Duitse leger werd, des te waanzinniger werden de ideeën ter
verdediging. Met vrachtwagens, de trein en natuurlijk een meisje was Kreul drie
dagen onderweg naar Pasewalk in Vorpommern. Van zijn oude kameraden trof hij
niemand aan, alleen een kennis uit zijn russische tijd, waarmee hij meteen ter
herinnering aan de goede oude tijden een avond doorzakte.
"De gezellige leertijd is nu voorbij"
De volgende morgen kwam de majoor en sprak de aangetreden piloten toe.
Behalve Kreul waren ze allemaal onervaren. Het was gemakkelijk om druk op hen
uit te oefenen. "De gezellige leertijd is nu voorbij", zei de majoor.
Nu moesten ze eindelijk hun plicht doen daar in de lucht. Voor dit uur van de
waarheid kon men zich vrijwillig aanmelden. Het bleef stil. De majoor
schreeuwde: "Vrijwilligers!". Maar niemand wist precies waar het om
ging. Toen deed Kreul een stap naar voren. Hij vertelde dat hij zich voor de
Rammjäger had gemeld. "Dat gaan we hier ook doen", zei de majoor.
Toen meldden zich nog drie soldaten. Ze kregen een toestel aangewezen en de
opdracht om naar de basis Jüterbog, ten zuiden van Berlijn, te vliegen.
Het was 16 april 1945, drie weken voor het einde van de oorlog. In Jüterbog
gingen de piloten weer aan de drank. Toen 's avonds om half zes het alarm klonk,
had Kreul driekwartliter cognac op. De majoor brulde tien namen. De opdracht:
alle bruggen over de rivier de Oder in een klap vernietigen, om de Russen tegen
te houden. Kreuls brug was een pontonbrug bij Kalenzig. "En toen zei de
majoor zelfopoffering.". Kreul heeft de hele tijd, terwijl hij zijn verhaal
doet, op het puntje van zijn stoel gezeten, de handen tussen de knieën
gevouwen. Nu pauzeert hij voor het eerst. "Je kon een speld horen
vallen." zegt hij. "Zelfopoffering, dus zelfmoord? Dat was toch
waanzin?" Om er zeker van te zijn, dat de bruggen werkelijk vernietigd
werden, moesten ze zich zoals de Japanse kamikaze-piloten dat deden met vliegtuig en bom en
al op het doel storten. Een van de jongens stortte na het bevel in, begon te
snikken en zei telkens, dat hij dat niet kon. Kreul zei zoiets als: "Kom,
draai niet door". Iemand anders nam de plaats van de jongen in. Kreul schreef nog snel
een afscheidsbrief aan zijn vrouw. Zijn hoofd was leeg. Tijd om te denken was er
niet. Over een uur zouden ze vertrekken.
De verheerlijking van de "heldendood" was een
belangrijk onderdeel van de opvoeding tijdens het nationaal-socialisme.
Leuzen als "Jij bent niets, je volk is alles." en "De vlag is
meer dan de dood" kende elk kind. Sommigen geloofden er op een
gegeven moment heilig in. En hoewel niet iedereen zich een leven in een
"germaans hiernamaals" kon voorstellen, was de vrijwillige
heldendood tijdens het Derde Rijk toch voor menigeen een uitzonderlijk
moedige daad.
Meer informatie en leestips over de opvoeding van kinderen tijdens het Derde
Rijk vind je in het project kinderen
tijdens de Hitler-dictatuur, hier in het vaklokaal Duits van de
Digitale School.
Nee, dat doe je niet!
Toen Kreul in de lucht was, kon hij met zijn bezopen kop voor het eerst
helder nadenken. Wat zou er nu gebeuren? Hij had geen flauw idee. Hij vloog naar
de brug, liet de bom vallen en stortte zichzelf op de brug. En dan dreunde het
plotseling in zijn hoofd: "Nee, dat doe je niet!". Hij trok de machine
boven de brug op het laatste moment omhoog en vloog weg. Maar waar naartoe?
Pasewalk, schoot het door zijn hoofd. Daar schieten ze me dood. Bevel niet
opgevolgd. Magdeburg dan, naar vrouw en kind. Op dat moment ging een rood lampje
aan, geen brandstof meer. Ze hadden slechts brandstof voor een enkele reis
meegekregen, het was immers niet de bedoeling dat ze terugkeerden. Ergens boven
het midden van Duitsland stort het vliegtuig neer, Kreul brengt zich met zijn
parachute in veiligheid.
"Het denken deden anderen. Misschien was dat een fout"
Het moet zoiets als een reflex geweest zijn, een overlevingsinstinct.
Misschien ging zoiets als een zelfmoord ook tegen zijn eer als jachtvlieger in.
Hij weet het niet. Een zelfmoordaanslag, dat ging tegen zijn logica in. Toen de
nazi's hem een beter leven mogelijk maakten, ja, dan zette hij daar ook zijn
leven voor op het spel. Zoals bij roulette, een hoge inzet kan met een grote
winst bekroond worden. Maar welke winst wachtte op hem bij een zelfmoordactie?
Als martelaar sterven? Als held van de kanslozen? Zo dachten ze in de Tweede
Wereldoorlog niet, ook niet aan het eind. Kreul rent naar de keuken en haalt de
drooggekookte pan van het fornuis. Het ging nog net goed.
Kreuls lot bleef een uitzondering. Slechts enkelingen overleefden de
kamikaze-actie. Sommige piloten werden al neergehaald bij het naderen van het
doel, anderen verwaalden in de mist. 17 bruggen over de Oder werden
vernietigd. De meeste konden na een paar uur herstelwerkzaamheden weer gebruikt
worden. De Russische opmars ondervond geen noemenswaardige hinder van de actie.
Zijn leven daarna in sneltreinvaart. Amerikaanse krijgsgevangen, gestolen
katoen verkocht, opgepakt, gevangenis. Technicus in Dortmund geweest, dan een
kledingpers gekocht, voor zichzelf begonnen. Gescheiden van zijn vrouw, maar
nooit alleen geweest. De oorlog is hij vergeten, maar soms maakt zijn vriendin
hem wakker als hij in zijn slaap zijn kameraden roept. "Maar daar merk ik
niks van in mijn slaap."
Je zou kunnen denken, dat iemand met zo'n ervaring een grote haat ontwikkelt.
Tegen Hitler, tegen de nazi's, misschien tegen zichzelf. Omdat hij de waanzin
van de oorlog in zo'n pure vorm beleefd heeft en zich pas in de laatste seconde
daartegen verzet heeft. Dat zou je kunnen denken. Maar dan vergeet je, dat Kreul
uit de generatie van 1919 stamt, een generatie die bijna in zijn geheel uit
Kreuls bestond.
"dat was altijd spannend"
Zijn vader was communist, mijnwerker en werkloos. De kleine Kreul was 14 jaar
oud, net in de laatste klas in 1933, toen hij voor het eerst van de nazi's
hoorde. Die vochten altijd met de communisten op straat, dat was altijd
spannend, daar wilde hij wel aan meedoen. En Kreul had al snel 30 jongens onder
zich. "Ik werd zoiets als het opperhoofd. Daar kennen ze me in Selm ook
allemaal nog van. Ze waren allemaal lid." Vader kreeg weer werk en werd nu
lid van de SA. Tegen de stroom in zwemmen was niets voor de Kreuls. Onder Hitler
ging het niet slecht. Je kon je fiets weer laten staan zonder hem op slot te
zetten, zijn ouders konden zelfs een tochtje met een schip maken. "Overal zag je
dat het vooruit ging", zegt Kreul. "Er werd orde op zaken gesteld. Dat
zou ik nu weer zo doen. Als iets bevolen werd, dan deed je dat. Het denken deden
anderen. Misschien was dat een fout."
"dan moeten ze ook de goede kanten tonen"
Hij spreekt eigenlijk nooit over deze tijd. Maar er vroeg ook nooit iemand
naar. Een keer kwam zijn kleinzoon. De lerares had gezegd, dat je bij je opa
moest vragen of die nog iets uit de oorlog had. Opa Kreul had wat. Een
verzamelalbum met Hitler-plaatjes. In plaats van voetbalplaatjes verzamelden ze
in zijn tijd Hitler-plaatjes. De volgende dag bracht de kleinzoon het album
terug.
De lerares had gezegd, dat het niet bruikbaar was. Opa was toen geërgerd.
"Als ze het over de oorlog willen hebben, dan moeten ze ook de goede kanten
tonen."
Je durft het bijna niet te vragen en eventjes denk je zelfs, of Kreul een
grap maakt. De "goede kanten"? Je kijkt de oude man aan, die zo aardig
en vriendelijk is. En dan vraag je het toch: Hoe zat het met de Joden? Hij kijkt
naar de grond. "Ik heb niks tegen Joden gehad. Ik dacht dat ze wel een
reden hadden als ze ze opsloten." Een keer, toen hij met een vrachtwagen
door Dülmen reed, toen brandden daar overal winkels. In plaats van te blussen
met water gooiden mensen nog olie in het vuur. "Ik ben naar huis gereden en
heb erover verteld, en toen zeiden ze mij, dat dat .. kom, hoe heet dat ook
alweer, toen de boeken en de winkels in brand stonden?" Kristalnacht.
"Ja, precies!", roept hij blij, zoals iemand die een kruiswoordraadsel
oplost. "Wat u allemaal niet vraagt.". Aan die gebeurtenissen heeft
hij sinds 60 jaar niet meer gedacht. Kreul is opgestaan om koffie te zetten. Hij
heeft speciaal een taart gebakken voor vandaag.
Dit is een vertaling en bewerking van twee artikelen over het gebeurde in
"Der Tagesspiegel" van 12.04.2002 ("Die Nichtabsturzursache"
door Kerstin Kohlenberg) en in de "Süddeutsche Zeitung" van
06.04.2002 ("Flug in den sicheren Tod" door Peter Hartl).