|
In Versailles, de Franse plaats waar in 1871 het Duitse keizerrijk
trots uitgeroepen werd, werden in juni 1919 de vredesvoorwaarden getekend.
Die hielden o.a. in:
- Duitsland moest afstand doen van zijn koloniën en van
o.a. Elzas-Lotharingen, Posen, West-Pruisen en het Memelgebied. Danzig werd
een vrije stad.
- In een aantal andere gebieden vonden volksraadplegingen
plaats. De bevolking kiest bij welk land men wilde behoren.
- Het Saargebied - grenzend aan Frankrijk - werd voor 15 jaar onder gezag van de
Volkerenbond geplaatst. De kolenmijnen daar werden Frans bezit.
- Het leger werd sterk verkleind (100.000 man), voor een
groot deel ontwapend en gecontroleerd door geallieerde commissies.
- Duitsland moest de komende 42 jaar 269 miljard Goldmark
aan herstelbetalingen doen. Daarnaast moesten er allerlei goederen en
producten geleverd worden.
Tot verbijstering van het Duitse publiek werd Duitsland
als hoofdschuldige van de oorlog gezien. Gezien de verplichtingen spraken veel
mensen over een vernederende, onacceptabele "dictaatvrede"; een afgedwongen,
onredelijk en onrealistisch accoord. Maar de regering had geen keus en moest ondertekenen, anders bezetten geallieerde troepen het land.
|