menu

Republiek van Weimar

De tijd tussen de capitulatie van de Duitse troepen in de Eerste Wereldoorlog en de machtsovername door de nationaal-socialisten onder leiding van Adolf Hitler, was een tijd van maatschappelijke tegenstellingen en onrust en daarnaast van economische tegenspoed. De eerste jaren wordt de nieuwe republiek bedreigd door radicale groepen in de maatschappij. Van 1924 tot 1929 is er een periode van stabilisering. In 1929 zorgt de economische wereldcrisis voor grote problemen. De ontevredenheid bij een groot deel van de bevolking blijkt een ideale voedingsbodem te zijn voor de extreem rechtse partij van Adolf Hitler.



Duitse rijk 1918-1933

staatsinrichting republiek van Weimar

Grondwet Republiek van Weimar

 

Volgens de nieuwe grondwet was Duitsland een parlementaire democratie met als staatsvorm een republiek. Aan het hoofd stond een door het volk gekozen rijkspresident. Het parlement bestond uit de Rijksdag (door het volk gekozen) en de Rijksraad (door vertegenwoordigers van de provincies gekozen). Voor het eerst mochten ook vrouwen stemmen. 

De Rijksdag beschikte - anders dan tijdens het keizerrijk - over werkelijke macht: het keurde wetsvoorstellen goed en kon de regering ten val brengen. De Rijkspresident benoemde de Rijkskanselier. Ook was hij opperbevelhebber van het leger en kon hij de Rijksdag ontbinden. In noodgevallen kon de Rijkspresident door middel van een noodverordening grotendeels onafhankelijk van het parlement regeren. Later zou blijken dat dit een gevaarlijk punt van de grondwet was.

vervolg: vrede van Versailles


naar de inhoudsopgave
home

vorige pagina | inhoud

© de geschiedenis van Duitsland is een project van www.duits.de
1997-2006