|
|
|
De sociaaldemocraten onder leiding van Friedrich Ebert slaagden er met veel moeite en met twijfelfachtige steun van het leger in, een burgeroorlog te voorkomen. Uiteindelijk gingen de strijdende partijen accoord met het voorstel voor nieuwe verkiezingen en een nieuwe grondwet voor een republiek. In januari 1919 vonden de eerste nationale verkiezingen voor de nieuwe republiek plaats. De sociaal-democratische SPD en het Zentrum (christendemocraten) kregen de meeste stemmen. In Weimar - in Berlijn was het te onrustig - kwam de vergadering bijeen, die een democratische grondwet voor de nieuwe republiek op zou stellen. De sociaal-democraat Friedrich Ebert werd door het parlement tot rijkspresident gekozen. Philipp Scheidemann werd de eerste kanselier (minister-president) van een regering bestaande uit SPD, Zentrum en DDP, de Deutsche Demokratische Partei. Tijdens de communistische Spartakus-opstand in Berlijn (ook in januari 1919) riep de regering de hulp in van het leger. De "vrijkorpsen" sloegen de opstand bloedig neer en vermoordden ook de Spartakusleiders Rosa Lusemburg en Karl Liebknecht. Het leger beschermde de republiek, maar was zelf allesbehalve democratisch gezind.
|
|
|
vorige pagina
| inhoud |