|
|
| Omdat Wilhelm II. het verdrag met Rusland, dat in 1890 uitliep, niet verlengde en met zijn
tactloos en onhandig optreden regelmatig kansen liet liggen en buitenlandse regeringen
al of niet bedoeld schoffeerde, kwam Duitsland in Europa steeds meer in een
politiek isolement te liggen. Aan de vooravond van de eerste wereldoorlog in
1918 was het "omsingeld" door landen die door verdragen elkaar
militair beschermden.
Niet alleen de keizer maar ook veel tijdgenoten vonden dat het grote en economisch sterke Duitsland ook recht had op "een plaatsje onder de zon". Onder grote delen van de bevolking groeide het idee, dat een groot land zonder kolonies geen toekomst kon hebben. Het grote voorbeeld was Engeland, dat als wereldmogendheid veel handel met zijn kolonies dreef en daaruit belangrijke inkomsten kreeg.
|
| De tegenstellingen leidden tot een toenemend wantrouwen aan beide zijden en
een wapenwedloop. In 1892 sloten Rusland en Frankrijk een verdrag, in 1904
volgde de "Entente Cordiale",
het verdrag tussen Engeland en Frankrijk. In 1907 worden Rusland en Engeland
het eens over diverse kwesties, waardoor ook Rusland lid werd van de
Entente, die daarmee tot een "Tripelentente" uitgroeide.
Duitsland bleef als partner alleen nog Oostenrijk-Hongarije, dat uiteen dreigde te vallen en daardoor tot een kruitvat geworden was wegens de vele nationaliteiten op de Balkan die naar zelfbeschikking streefden.
|
|
vorige pagina
| inhoud |