menu

 

 

Duitsland tijdens Wilhelm II. 

Deze periode in de Duitse geschiedenis wordt ook wel de "Wilhelminische Ära" [Ära = tijdperk] genoemd, naar de laatste Duitse keizer, Wilhelm II. Duitsland wordt een succesvolle industrienatie en streeft naar een nieuwe, zelfbewuste identiteit. Ondertussen blijft het bestuurd door een elitair aristocratisch bewind. Onder leiding van Wilhelm II. raakt Duitsland in een internationaal isolement en uiteindelijk in oorlog. De Eerste Wereldoorlog is het einde van het 'glorieuze' keizerrijk.



Duitse rijk 1871

Europese kolonies

staatsinrichting
keizerrijk

Keizer Wilhelm II.

De ambitieuze, grillige en eigenzinnige keizer Wilhelm II. (1859-1941) gaf na zijn troonsbestijging aan een "persönliches Regiment" (= zelf te regeren) te willen voeren. 

Hoewel hij door zijn afkomst - zijn moeder was de Engelse kroonprinses, de Russische Tsaar was zijn neef - de ideale bemiddelaar zou kunnen zijn, bracht hij al snel de publieke opinie en regeringen in het buitenland in verlegenheid door zijn eigenmachtige optreden en gespierde taal.

Rijkskanselier Bismarck, die tot dan toe de touwtjes in handen had in het Rijk en aan de wieg stond van de Duitse eenheid, werd door hem in 1890 aan de kant gezet. Wilhelm II. zou daarna meerdere Rijkskanseliers "verslijten".

Trachtte Bismarck door allerlei vredes- en niet-aanvalsverdragen de positie van het jonge Duitse keizerrijk te consolideren en nieuwe conflicten en oorlogen te vermijden, de nieuwe keizer Wilhelm II. wilde juist de imperialistische grote mogendheden door zijn "Weltmachtpolitik" inhalen. 

Duitsland diende de erkenning te krijgen, die het verdiend had, zo oordeelde niet alleen de keizer, maar ook een belangijk deel van de bevolking.

vervolg: Weltmachtpolitik
Wilhelm II. von Hohenzollern - de laatste Duitse keizer
Van keizer tot houthakker...
Wilhelm II. kende zijn leven lang een haat-liefde verhouding met Engeland, dat hij door zijn Engelse moeder, kroonprinses Victoria, goed kende en ook  bewonderde. Maar telkens als die bewondering niet beloond werd sloeg zijn respect om in verachting en agressieve taal, waarin zijn gevoelens van miskenning doorklonken.
In zijn binnenlandse politiek trachtte hij regelmatig het ongeliefde parlement, de Rijksdag, buiten spel te zetten. Hij wilde weliswaar keizer van het gehele volk zijn, maar sociaaldemocraten zag hij als "rijksvijanden" en "vaderlandsloze lieden". Het parlement noemde hij het "Reichsaffenhaus" (Rijksapenhuis).
In de Eerste Wereldoorlog werd hij - hoewel hij officieel de opperbevelhebber was! - in feite aan de kant geschoven door de legerleiding. Feitelijk was Duitsland een soort militaire dictatuur geworden.  Toen de nederlaag zich aftekende werd hij gedwongen om afstand te doen van de troon. Hij vroeg in Nederland politiek asiel aan en kwam op 10 november 1918 in Nederland aan, waar hij eerst in Amerongen en later in Doorn leefde. Daar kapte hij als hobby talloze bomen. Hij stierf in 1941 en werd op zijn verzoek in Doorn begraven. Huis Doorn is nu een museum.
Wilhelm wilde weliswaar geen oorlog, maar was er desnoods toe bereid. Met al zijn ongeduld en tactloosheid bleek hij niet in staat om een weloverwogen en stabiele politiek te voeren. Hij sprak over vrede, maar omgaf zich met veel keizerlijke pracht en praal en ongekend militair vertoon. Niet vergeten dient te worden dat zijn voornaamste raadgevers evenmin democraten en verstandige vredepolitici genoemd konden worden. 

naar de inhoudsopgave
home

vorige pagina | inhoud

© de geschiedenis van Duitsland is een project van www.duits.de
1997-2006