| De ambitieuze, grillige en
eigenzinnige keizer Wilhelm
II. (1859-1941) gaf na zijn troonsbestijging aan een "persönliches
Regiment" (= zelf te regeren) te willen voeren.
Hoewel hij door zijn afkomst - zijn moeder was de
Engelse kroonprinses, de Russische Tsaar was zijn neef - de ideale
bemiddelaar zou kunnen zijn, bracht hij al snel de publieke
opinie en regeringen in het buitenland in verlegenheid door zijn eigenmachtige optreden en
gespierde taal.
Rijkskanselier Bismarck, die tot dan toe de touwtjes
in handen had in het Rijk en aan de wieg stond van de Duitse eenheid, werd door hem in 1890 aan de kant gezet. Wilhelm
II. zou daarna meerdere Rijkskanseliers "verslijten".
Trachtte Bismarck door allerlei vredes- en niet-aanvalsverdragen de positie van het jonge Duitse
keizerrijk te consolideren en nieuwe conflicten en oorlogen te vermijden, de nieuwe keizer Wilhelm II. wilde
juist de
imperialistische grote mogendheden door zijn "Weltmachtpolitik"
inhalen.
Duitsland diende de erkenning te krijgen, die het
verdiend had, zo oordeelde niet alleen de keizer, maar ook een belangijk
deel van de bevolking.
|

Van keizer tot houthakker...
Wilhelm II. kende
zijn leven lang een haat-liefde verhouding met Engeland, dat hij door zijn
Engelse moeder, kroonprinses Victoria, goed kende en
ook bewonderde. Maar telkens als die bewondering niet beloond werd
sloeg zijn respect om in verachting en agressieve taal, waarin zijn
gevoelens van miskenning doorklonken.
In zijn binnenlandse politiek
trachtte hij regelmatig
het ongeliefde parlement, de Rijksdag, buiten spel te zetten. Hij wilde
weliswaar keizer van het gehele volk zijn, maar sociaaldemocraten
zag hij
als "rijksvijanden" en "vaderlandsloze lieden". Het
parlement noemde hij het "Reichsaffenhaus"
(Rijksapenhuis).
In de Eerste Wereldoorlog
werd hij
- hoewel hij officieel de opperbevelhebber was! - in feite aan
de kant geschoven door de legerleiding. Feitelijk was Duitsland een soort
militaire dictatuur geworden. Toen de nederlaag zich
aftekende werd hij gedwongen
om afstand te doen van de troon. Hij vroeg in Nederland politiek asiel aan
en kwam op 10 november 1918 in Nederland aan, waar hij
eerst in Amerongen en later in Doorn leefde. Daar kapte hij als hobby
talloze bomen. Hij stierf in 1941 en werd op zijn verzoek in Doorn
begraven. Huis Doorn is nu
een museum.
Wilhelm
wilde weliswaar geen oorlog, maar was er desnoods toe bereid. Met al zijn
ongeduld en tactloosheid bleek hij niet in staat om een weloverwogen en
stabiele politiek te voeren. Hij sprak over vrede, maar omgaf zich met veel keizerlijke pracht en praal en ongekend militair vertoon.
Niet vergeten
dient te worden dat zijn voornaamste raadgevers evenmin democraten en
verstandige vredepolitici genoemd konden worden.
|