|
|
|
De Franse juli-revolutie van 1830 gaf de Duitse nationale bewegingen en vrijheidsbewegingen nieuwe moed. Diverse Duitse staten moesten toestaan dat er wetgeving kwam, die burgers een bescheiden invloed gaf. In maart 1848 grepen in Frankrijk opnieuw revolutionaire bewegingen hun kans. Ook in vrijwel alle Duitse staten moesten de vorsten concessies doen aan de opstandige burgers. In Berlijn gingen betogers de barrikaden op. De Pruisische vorst Friedrich Wilhelm IV. werd gedwongen zijn medeleven voor de gestorven revolutionairen te betuigen. Hij zegde toe, dat Pruisen in Duitsland op zal gaan. Maar nadat de opstand was neergeslagen wilde hij hier niets meer van weten. In andere delen van Duitsland eisten radicalen een democratische republiek, weer anderen overhandigden de vorsten petities, waarin zij om meer invloed en nationale eenheid vroegen. |
|
|
In
1848 deden een aantal liberale intellectuelen een poging om een eenheidsstaat op
democratische grondslag te stichten. In de Paulskirche in Frankfurt kwam het eerste
nationale parlement, de Nationalversammlung, bijeen. De liberalen
vormden de grootste groep onder de afgevaardigden. Zij streefden naar een
constitutionele monarchie met een beperkt kiesrecht. De 586 parlementsleden legden o.a. de
grondrechten van de burgers vast. Ook aan wetgeving, die een brug moest slaan tussen de
tradities van de vele kleine autonome staten en de toekomst (algemeen kiesrecht,
volksvertegenwoordiging) werd gewerkt.
De constitutionele status van het te vormen nationale Duitsland leidde tot grote verdeeldheid. Sommigen wilden een federale staat samen met Oostenrijk (de "Großdeutsche Lösung"); anderen een nationale staat onder leiding van Pruisen (de "Kleindeutsche Lösung"). Maar door de grote onderlinge verschillen was het erg moeilijk om het eens te worden. Uiteindelijk koos men voor de "kleindeutsche Lösung" en bood het parlement aan de Pruisische koning Friedrich Wilhelm IV. de (erfelijke) Duitse keizerskroon aan. De koning weigerde. Hij wilde niet de keizerskroon ontvangen als gevolg van een revolutie. Het parlement, door critici spottend het "professorenparlement" genoemd, werd niet gesteund door de machthebbers in de Duitse staten. Nadat een aantal volksopstanden in de kiem gesmoord werden, slaagden zij er juist in, hun macht te behouden en de hervormingen weer ongedaan te maken. In 1850 werd de Duitse Bond nieuw leven ingeblazen. De "revolutie" was weer terug bij af. |
vervolg:
Bismarck en de
eenwording van Duitsland
|
vorige pagina
| inhoud |