|
|
| Duitsland werd onder Napoleon drastisch
hervormd: bisdommen gingen in staatsbezit over, voormalige vrije rijkssteden (nog uit de
middeleeuwse
keizertijd) verloren hun zelfstandigheid. Een aantal staten werden in 1806 onder
toezicht van Napoleon tot de zogenaamde Rheinbund
(Rijn-bond) samengevoegd. De laatste Duitse keizer, Franz
II., legde in 1806 de rijkskroon neer, waardoor het "Heilige Roomse Rijk der
Duitse Natie" nu ook officieel ophield te bestaan. In de Rheinbund-staten werden hervormingen ingevoerd: Er kwam een wetgeving (Code Napoleon) die de principes van de Franse revolutie ook in Duitsland introduceerde: iedereen is ongeacht zijn afkomst voor de wet gelijk, scheiding van staat en kerk, scheiding van justitie en uitvoerende macht, recht van bezit enz. Ook in Pruisen werden beperkte veranderingen ingevoerd: de opheffing van het lijfeigenschap, vrijheid om bedrijven op te richten, zelfbestuur van de steden. Maar vaak bleef het ook bij halfslachtige veranderingen. Invloed en inspraak bleef voor de meeste burgers zeer beperkt en slechts enkele Zuid-Duitse vorsten waren bereid om met een grondwet te werken. Het tijdperk van het absolutisme, waarin heersers onbeperkte macht over hun onderdanen hadden was echter definitief voorbij.
|
|
vorige pagina
| inhoud |