|
|
| Vol ontzetting volgden de Duitse vorsten de Franse Revolutie
(1789) en de revolutionaire
onrust daarna, toen letterlijk de koppen van de adel rollen: de Franse koning en zijn vrouw
werden onthoofd. De adellijke, feodale standenmaatschappij, waarin het
volk aan de grillen van vorsten overgeleverd was had afgedaan. Burgers
eisten vrijheid van meningsuiting, gelijkheid voor de wet en het splitsen
van de macht in een wetgevende, uitvoerende en controlerende macht.
Een poging van Pruisen en Oostenrijk om Frankrijk aan te vallen mislukte en leidde tot een tegenaanval van Napoleons troepen. Napoleon veroverde vrijwel geheel Duitsland. De Duitse vorsten moesten grote gebieden afstaan en zich aan Frankrijk onderwerpen. Naar aanleiding van de revolutionaire veranderingen in Frankrijk ontstonden ook in Duitsland allerlei bewegingen die meer vrijheid en nationale eenheid wilden. Menigeen vond dat Duitsland eindelijk ook een eenheid zou moeten vormen, in plaats van een verzameling van mini-staatjes, die ieder voor zich niet in staat waren om serieus politiek te voeren. De roep om meer vrijheid en eenheid leidde echter niet tot eenzelfde revolutie zoals in Frankrijk. De kwam vooral omdat Duitsland - anders dan het centralistische Frankrijk - zo versnipperd was, dat nieuwe ideeën zich moeilijker konden verspreiden. Bovendien was Duitsland bezet door Franse troepen.
|
|
|
vorige pagina
| inhoud |