Als het niveau van de kunst gedurende een bepaalde tijd een uitzonderlijk hoog niveau bereikt, noemt men dat ook wel de "Klassieke tijd", in het Duits: Klassik. Voor de Duitse literatuur was de periode van ca. 1750-1830 een absolute bloeiperiode. Met name de dichters Lessing, Goethe, Schiller en Von Kleist slaagden erin, de literatuur tot een hoog niveau te brengen, dat voor andere Europse landen niet langer onder hoefde te doen. In nauwelijks 50 jaar had men zich los weten te maken van uitsluitend Franse voorbeelden en een eigen traditie bepaald.
|
|
|
vorige pagina
| inhoud |