|
Met name onder de
"soldatenkoning" Friedrich Wilhelm I. werd de basis voor de macht van
Pruisen
gelegd. Zo werd 72% van de staatsinkomsten in het leger en de organisatie daarvan
geïnvesteerd. Zoveel dat men later wel eens zei: "Pruisen heeft een leger, dat er
een staat op na houdt." Ook de opbouw en de economie van het land werden krachtig
ondersteund, men haalde daarvoor zelfs vakmensen uit het buitenland, waaronder Nederland.
De "soldatenkoning" eiste van zichzelf en zijn onderdanen eenvoud, vroomheid, en
een strikt plichtsbesef. Met de troonbestijging van Friedrich der Große (1712-1786) in 1740 veranderde de relatief vreedzame politiek van Pruisen. In diverse oorlogen, waaronder de 7-jarige oorlog (1756-1763) ontnam het o.a. Silezië ("Schlesien") aan het machtige Oostenrijk. De overwinning werd uiteindelijk op het nippertje bereikt en ging met onvoorstelbare verliezen en leed gepaard. Friedrich II spreekt velen tot op de dag van vandaag tot de verbeelding. Hij leed onder de strenge opvoeding van zijn vader en probeerde zelfs te vluchten. Hij genoot van filosofie en muziek, terwijl zijn vader hem juist tot een geduchte militair wilde maken. Uiteindelijk is hij dat toch geworden toen hij eenmaal op de troon zat. Als "filosoof op de troon" duldde hij soms beslist andere meningen en was niet alleen ten opzichte van de godsdienst van zijn onderdanen tolerant. Maar als het er op aankwam onderscheidde hij zich niet van een andere vorst uit die tijd en regeerde met harde hand. In de 19e eeuw was men ijverig op zoek naar een glorieus nationaal verleden en werd Friedrich als een nationale held verheerlijkt. Schoolkinderen moesten de namen van de veldslagen en overwinningen uit het hoofd leren. Pas na de Tweede Wereldoorlog was er plaats voor een meer nuchtere kijk op het leven en werk van Friedrich der Große.
|
|
vorige pagina
| inhoud |