| De 18e eeuw
noemde men destijds al de eeuw van de Verlichting
("Aufklärung"). De kunsten en wetenschappen maakte een grote opleving door,
mede omdat die zich in de grote belangstelling van de vorsten konden verheugen. Niet
langer bepaalde uitsluitend de kerk de visie van de mensen op hun wereld. Niet langer
bepaalde de angst voor het hiernamaals het leven, nu men begon te ontdekken dat veel
natuurfenomenen wetenschappelijk te verklaren waren. Dat zorgde er ook voor dat men
dacht het leven grotendeels zelf te kunnen bepalen, als je de wetten van de natuur maar
kende. Dit leidde tot een groot vertrouwen en optimisme ten aanzien van de wetenschap en
de toekomst van de mensheid. Het optimisme van de Aufklärung verwoordde de filosoof Leibniz met zijn uitspraak dat we "in de beste van alle werelden leven". De filosoof Kant riep in zijn werk op de "zelfgekozen onmondigheid" achter zich te laten. Door rationalisme (denken) en empirisme (waarneming) zou men de werkelijkheid in kaart kunnen brengen. De Verlichting had ook op politiek gebied zijn uitwerking. Niet langer werden vorsten en hun onderdrukking als Gods wil ervaren. Veel grote namen komen voort uit deze tijd. Een willekeurige greep: Leibniz, Wolff en Kant (filosofen), Lessing (schrijver), Bach, Telemann, Haydn (musici).
|
|
|
vorige pagina
| inhoud |