Duitsers gaan principiëler
met elkaar om in de politiek. Dat heeft ook met hun Streitkultur te maken: in discussies zijn ze niet zozeer op
zoek naar het gemeenschappelijke maar naar de verschillen. Compromissen
worden vaker negatief dan positief gezien. In het nationale parlement, de
Bondsdag, zijn de debatten dan ook een stuk spannender dan het "tut
tut, ho ho en nou nou"-sfeertje in de meestal gezapige Tweede Kamer. In
Duitsland valt er gerust een zin als "U bedriegt de kiezers al
jaren!". Net als in het Britse parlement ("yeah yeah!")
laten parlementsleden hun goedkeuring en afkeuring vaak ook luidkeels
blijken.
de partijen en hun aanhang
-
SPD
De sociaal-democraten (SPD) hebben hun
aanhang vooral in het Westen en dan met name in de stedelijke gebieden. De
taditionele achterban van de SPD is de gewone man, de arbeider.
-
CDU en CSU
De
christen-democraten (CDU en CSU) hebben hun aanhang ook vooral in het Westen,
maar dan op het platteland. De CSU bestaat alleen in Beieren en trekt daar ook
steevast het grootste deel van alle stemmen. De tradtionele achterban van
de CDU en CSU zijn christelijke burgers, boeren en kleine
zelfstandigen.
-
FDP en Bündnis 90/die
Grünen
De liberalen en de Groenen
zijn sinds jaren nog maar kleine partijen, maar hun aanhang is bijna alleen maar
in het Westen te vinden, vooral in Baden-Württemburg.
-
PDS
De opvolger van de
communistische partij SED in Oost-Duitsland, de PDS, wordt vrijwel uitsluitend in
Oost-Duitsland gekozen. De PDS wordt vaak ook uit een protestgevoel gekozen
vanwege de moeilijke situatie in Oost-Duitsland en de manier hoe
politici afkomstig uit de "oude" Bondsrepubliek daarmee
omgaan.
verkiezingen
voor de Bundestag
De Bundestag, de Bondsdag, is het Duitse
parlement, de "Tweede kamer" van Duitsland.
Elke vier jaar wordt er een nieuwe
Bundestag gekozen. De
kiezer brengt dan twee stemmen uit:
Een
kandidaat kan op twee manieren in de Bondsdag gekozen worden:
-
Via
een "Direktmandat" als hij in zijn kieskring de meeste
eerste stemmen wint. Per kieskring is maar één de winnaar. Of zijn partij de kiesdrempel van 5% haalt speelt in
dat geval geen rol. 299 leden van de Bondsdag, de helft van het aantal
Bondsdagzetels (598) wordt op deze manier in 299 kieskringen gekozen.
-
De
andere helft van de Bondsdag wordt via de tweede stemmen, op de Landeslisten
van de partijen, samengesteld. Het aantal tweede stemmen van een partij
bepaalt hoe groot een partij in de bondsdag wordt: Deze
stemmen worden per partij landelijk opgeteld en naar verhouding in het aantal bondsdagzetels omgezet.

bron: www.bundestag.de
"Sperrklausel"
van 5 %
Een
partij moet landelijk wel 5% van het aantal tweede stemmen verworven hebben
om in het parlement te komen. Dit is gedaan om versnippering van het parlement
en radicale splinterpartijen te weren. Een uitzondering hierop is de regeling,
dat een partij met minimaal drie direct gekozen kandidaten (dus via de
Erststimmen, de Direktmandate dus) wel in de Bondsdag kan komen. Maar ook dan
geldt dat het aantal Zweitstimmen bepaalt hoe veel groter de partij eventueel
nog kan worden.
Überhangmandate
Het definitieve aantal zetels in de
Bondsdag ligt niet vast. Het uitgangspunt is 598. Dit komt door de zogenaamde
"Überhangsmandate".
voorbeeld
1
Als een partij bijvoorbeeld door de Erststimmen 50 Direktmandate heeft
betekent dat voor hen in elk geval 50 Bondsdagzetels, bezet door de diverse
gekozen districtskandidaten. Maar: Het totale aantal Bondsdagzetels van de
partij wordt zoals gezegd bepaald door het aantal tweede stemmen. Als de partij
daardoor bijvoorbeeld landelijk op 10% van alle stemmen komt, betekent dat, dat
de partij recht heeft op 10% van de 598 Bondsdagszetels = 59,8 oftewel 60
zetels. Dat betekent dat er behalve de 50 Direktmandate nog 10 personen van de
Landeslisten (de tweede stemmen) in de Bondsdag plaats mogen nemen.
voorbeeld
2
Maar het kan natuurlijk ook omgekeerd voorkomen: Een partij haalt via de
Erststimmen 50 Bondsdagzetels, bezet door de diverse gekozen districtskandidaten
binnen. Bij de Zweitstimmen echter blijkt dat de partij maar 5% van het totale
aantal stemmen weet binnen te halen. Dat betekent, dat die partij in principe 5%
van 598 = maar 30 bondsdagzetels zou mogen hebben. Toch mogen alle 50 direct
gekozen districtskandidaten hun zetel in dat geval behouden. Hun zetels worden
"Überhangmandate" genoemd.

de eerste kamer: Bundesrat
De Bundesrat kun je een beetje vergelijken met de Nederlandse Eerste
Kamer. Volgens de grondwet "werken door middel van de Bundesrat de
deelstaten mee bij de wetgeving en het bestuur van het land en de Europese
Gemeenschap". De Bundesrat moet instemming verlenen, als de Bundesregierung
wetten wil aannemen, die de bijzondere belangen van de deelstaten betreffen.
Worden Bundesrat en Bundesregierung het niet eens, dan wordt er een
bemiddelingscommissie aan het werk gezet. In de praktijk probeert elke regering
het niet zover te laten komen.
De Bundesrat bestaat uit 69 leden van de regeringen van de deelstaten.
Elk Bundesland mag - afhankelijk van het aantal inwoners - drie tot zes personen
afvaardigen. Elk jaar kiest de Bundesrat een nieuwe voorzitter. De zittingen
zijn in principe openbaar.
De Bondsregering heeft wettelijk het recht - en indien gevraagd de plicht
- om de vergaderingen bij te wonen en de Bundesrat van alle gewenste informatie
te voorzien.
taken van de Bondskanselier
Volgens de grondwet bepaalt de Bondskanselier (Bundeskanzler) de
richtlijnen van de nationale politiek en draagt daarvoor ook de
verantwoordelijkheid. Binnen die richtlijnen bestuurt elke minister zijn of haar
departement echter onafhankelijk en onder eigen verantwoordelijkheid. Alleen het
bureau voorlichting van de Bundesregierung en de staatsminister voor cultuur -
die pas sinds 1998 bestaat - zijn
direct verantwoording schuldig aan de Bondskanselier.
de
Bondspresident
Duitsland
is een republiek en heeft daarom een president als staatshoofd. Hij wordt
gekozen voor een ambtstijd van vijf jaar door de "Bundesversammlung".
Dat gezelschap komt speciaal voor de verkiezing van de Bondspresident bijeen en
bestaat uit de leden van Bondsdag en een zelfde aantal leden die de
Bundesländer afgevaardigd hebben.
De samenstelling
moet overeen komen
met de verkiezingsuitslag in die Bundesländer. Als de verkiezingen in een
Bundesland bijvoorbeeld een grote winst voor partij X opleverde, kan die partij
ook meer afgevaardigden sturen als er een Bondspresident gekozen moet
worden.
het
constitutioneel hof: Bundesverfassungsgericht
De
hoogste autoriteit op het gebied van de rechtspraak is sinds 1951 het
"Bundesverfassungsgericht" (BVG), het constitutioneel hof in
Karlsruhe. Officieel is de taak van het hof de "Einhaltung des
Grundgesetzes", oftewel het waken over de goede uitvoering van de grondwet.
De rechters in hun rode "Roben" zijn uitsluitend op het gebied van de
grondrechten - de eerste artikelen van de grondwet - aktief. Burgers en
organisaties kunnen geschillen rechtstreeks aan het BVG voorleggen.
Alle
handelingen van de staat, de rechtspraak en de burgers zijn gebonden aan de
grondwet. Komt het daarbij tot onenigheid en zijn de grondrechten in het geding,
dan beslist het BVG. Als het hof een bepaalde wet voor
"verfassungswidrig", oftewel ongrondwettelijk verklaart, heeft de
politiek een groot probleem en zal de wet niet - of niet in die vorm - ten
uitvoer gebracht mogen worden. Maar het BVG is daarmee nog geen politieke
organisatie, in tegendeel. Alleen de grondwet is het uitgangspunt.
In
ruim vijftig jaar heeft het BVG een behoorlijk aantal opmerkelijke uitspraken
gedaan.
-
In 1956 verboden zij bijvoorbeeld de KPD, de West-Duitse communistische
partij. Bijzonder was ook het geval van Erich Lüth. Deze Senatsdirektor van de
stad Hamburg had opgeroepen tot een boycot van Veit Harlan, de regisseur die
voor de nazi's de antisemitische film "Jud Süß" gemaakt had. Lüth
werd door een rechtbank veroordeeld omdat hij de regisseur met zijn oproep
economisch beschadigd zou hebben. Het hof vernietigde het besluit van de
rechtbank: de vrijheid van meningsuiting ging in dit geval voor economisch
gewin. Deze BVG-uitspraak zette de trend voor de rechtspreking die daarop zou
volgen. De eerste artikelen van de grondwet over de individuele grondrechten van
de burger werden daarmee tot het uitgangspunt van de waarden en normen over hoe
de Bondsrepubliek maatschappelijk er uit zou moeten zien.
-
In
1983 verklaarde het hof dat burgers zelf over hun persoonlijke gegevens mogen
beschikken en verklaarde daarmee de geplande volkstelling - een soort uitvoerige
bestandsopname van alle Duitsers - van 1987 tot ongrondwettelijk. Uit deze
uitspraak zou een uitvoerig "Datenschutzgesetz" ontstaan: een
wetgeving die de burgers tegen het willekeurig omgaan met privacy-gevoelige
informatie beschermt.
-
In
1995 brak er een rel uit door het zogenaamde "Kruzifix-Urteil". Een
ouderpaar in Beieren had geprotesteerd dat hun kind in elk klaslokaal tegen een
sterfkruis van Jezus Christus moest aankijken. De school weigerde de kruizen te
verwijderen omdat het hiertoe verplicht was door de onderwijswetgeving in
Beieren. Het hof verklaarde deze regeling op basis van de vrijheid van geloof en
geweten voor ongrondwettelijk. Vervolgens kreeg de rechtbank een golf aan
kritiek te verwerken, de Beierse regering gaf aan dit besluit niet uit te willen
voeren. De kern van de kritiek was volgens veel mensen de vraag, of een
"intolerante minderheid" (de mensen die moeite hebben met een kruis)
een meerderheid mocht voorschrijven wat er wel of niet mocht. Bovendien zagen
veel critici met een dergelijke uitspraak de scheiding tussen kerk en staat in
gevaar.
Ondanks
deze soms omstreden besluiten is er in Duitsland grote overeenstemming over de
autoriteit en het nut van het Bundesverfassungsgericht. Het hof heeft door aan
te tonen dat de grondrechten tot in elk ander rechtsgebied doorwerken voor
gezorgd dat de Duitsers hun grondwet hebben leren koesteren.
Bronnen: o.a. Artikel "Auf die Plätze" - Der
Tagesspiegel, 15.08.2001 / "Im glanze der irdischen Gerechtigkeit" in:
Der Tagesspiegel, 28.09.2001 / "In bester Verfassung" in: Der
Tagesspiegel, 27.09.2001 / Bijlage "Thema Duitsland" in: NRC,
22.09.2002 / "Spitzentreffen" in: Der Tagesspiegel 03.02.3003