onderwijs
In Duitsland is er geen landelijk schoolsysteem zoals wij dat kennen, maar
een federaal systeem: Elk Bundesland ("provincie") heeft een eigen
minister van onderwijs en is de baas over zijn eigen scholen,
examenvoorschriften enz. Ook de uitgaven per leerling en het aantal lessen dat
een leerling krijgt kunnen erg verschillen.
In 2001 bleek uit een groot internationaal vergelijkend onderzoek dat de
Duitse scholen in de meeste gevallen ver onder de maat presteerden. Een schok
ging door het land. Veel mensen hopen dat de
deelstaten nu meer gaan samenwerken en de kwaliteit gaan bewaken, maar dat komt
maar moeizaam van de grond...
|

"hoera. we worden steeds dommer". Demonstratie van leerlingen.
|
het vernietigende PISA-onderzoek
De resultaten van het internationaal vergelijkende PISA-onderzoek van de
OESO eind 2001 logen er niet om. Tijdens de test werden in 32 industrielanden
180.000 (waaronder 55.000 Duitse) leerlingen van 15 jaar getest op hun
leesvaardigheid en hun kennis en inzicht op het gebied van natuurkunde en
wiskunde. Nederland deed toen overigens niet mee wegens te weinig deelnemende
scholen. Het ging vooral om het kunnen toepassen van kennis, niet zozeer om
"weetjes".
Conclusie: De kwaliteit van het onderwijs aan Duitse
middelbare scholen is over het algemeen ver onder de maat. De verschillen daarin
zijn van Bundesland tot Bundesland bovendien erg groot, maar vooral Beieren kwam
er nog redelijk uit. De andere Duitse deelstaten eindigden vaak op het niveau
van landen als Hongarije of Polen. Een groot probleem zijn kinderen uit zwakkere
groepen in de maatschappij: De scholen slagen er maar zelden in om hen op een
hoger niveau te brengen. Extra hulp moet eigenlijk al op de basisschool of
daarvoor beginnen, anders is het te laat. Een kwart van de leerlingen is slechts
met moeite in staat om een eenvoudige tekst goed te begrijpen. Maar ook bleek
dat de leerlingen die het beste uit de test kwamen internationaal gezien niet
bijzonder hoog scoorden. De scholen zijn dus niet in staat om leerlingen
"op maat" te onderwijzen.
De stand van 2004: Wat is er sinds het PISA
onderzoek gebeurd?
In de discussie die losbrak kreeg zo ongeveer iedereen de schuld: De
kinderen krijgen te weinig les vonden veel mensen, de buitenlandse kinderen
drukten het gemiddelde in het onderzoek volgens anderen. Het lag aan
ongemotiveerde leraren beweerde de een, aan de ongeïnteresseerde ouders zei de
ander. En veel deskundigen beklagen de verlammende bureaucratie in het onderwijs
en het gebrek aan concurrentie tussen de scholen. Ook wordt vaak gezegd dat de
kinderen in de leeftijd van 4 tot 6 jaar te lang "met alleen spelen dom
gehouden" worden. Ook zij kunnen al dingen leren, maar veel mensen vinden
dat een taboe.
Sindsdien het volgende gebeurd:
-
De uitgaven voor onderwijs zijn niet gestegen, of zelfs
gedaald.
-
Alle westelijke deelstaten nemen kinderen van in de leeftijd
van 4-6 jaar - dus nog voor de basisschool - een taaltest af. Kinderen met
taalachterstanden bezoeken cursussen om de achterstanden weg te werken.
-
Veel kinderen moeten eerder naar school. Tot nu toe begon de
schoolplicht met 6 jaar. Nu is dat vaak een half jaar of een heel jaar naar
voren gehaald.
-
KITAS (KInderTAgungSstätten = de
kinderopvang) worden omgevorm tot een soort kleuterscholen. Tot nu toe
rustte er een soort taboe op om jonge kinderen van 4 tot 6 schoolse dingen
te laten leren. Kinderen moesten vooral ombekommerd kunnen spelen. Nu vindt
men steeds meer dat jonge kinderen al spelende veel dingen kunnen en moeten
leren.
-
Steeds vaker zijn er vergelijkende toetsen en duidelijke
einddoelen, zodat het niveau beter in beeld gebracht kan worden.
-
De Bund, oftewel de nationale regering heeft 4
miljard Euro subsidie in de Ganztagsschule gestopt. Er moeten steeds meer
scholen komen die niet om ca. 13.00 stoppen met hun lessen, maar doorgaan
tot ca. 15.30.
KMK
Het nationale ministerie van onderwijs heeft niet zoveel te zeggen - de 16
Bundesländer (deelstaten) zijn niet bereid om hun eigen voorrechten af te staan - maar heeft
wèl plannen. In de KMK, de Kultusministerkonferenz, een soort
overlegclub van alle ministers van onderwijs en cultuur in alle
deelstaten, wordt daarover overlegd.
Men wil graag regelmatig landelijke metingen aan het einde van de
basisschool en landelijke examens op de scholen voor voortgezet onderwijs. Dit
om de kwaliteit te kunnen meten en te vergelijken. Ook wil men de komende jaren
het aantal Ganztagsschulen (zie verderop) sterk uitbreiden, een jaarlijks
Bildungsbericht (onderwijsrapport) publiceren en een nationale
onderwijsraad instellen.
"Trägerschaft"
De meeste Duitse scholen zijn openbare scholen, die
bestuurd worden door de plaatselijke overheid (Schulamt). De leraren zijn vaak
ambtenaren en zijn in staatsdienst. Zijn kunnen in principe op allerlei scholen
in de regio ingezet worden. Daarnaast zijn er scholen in "freier Trägerschaft",
die bijv. door een vereniging bestuurd worden. Anders dan in Nederland
concurreren scholen hierdoor nauwelijks of niet met elkaar. Of een school
opgeheven wordt of niet wordt van hogerhand besloten, als bijv. het aantal
kinderen in een woongebied te weinig is om de school op en te houden.
Grundschule: basisschool
Alle kinderen gaan op 6-jarige leeftijd naar de Grundschule. Die duurt
meestal vier jaar, in sommige Bundesländer zes jaar. Aan het einde van de
Grundschule (je bent dan 10 jaar) kies je een vervolgschool. Verderop lees je
welke verschillende schoolsoorten er zijn.
leerplicht
In Duitsland ben je leerplichtig vanaf je 6e jaar tot en met je 18e. Sinds het
PISA onderzoek (zie hierboven) moeten leerlingen overigens eerder naar school,
meestal met 5 jaar. Tot en met
je 15e of 16e moet je volledig dagonderwijs volgen, daarna mag het ook de
combinatie werken-leren zijn.
leraren
Net als in Nederland dreigt er een groot lerarentekort te ontstaan. Daar
komt bij dat de gemiddelde leraar in Duitsland steeds ouder wordt, zo'n 47 jaar
inmiddels. Tot 2015 gaat 40% met pensioen. Voor jonge collega's was jarenlang
geen geld of plaats, en dat gaat zich nu wreken. Anders dan in Nederland zijn
alle leraren op de unversiteit opgeleid en onderwijzen meestal twee vakken.
cijfers
In Duitsland cijferen ze op school niet van 1 tot en met 10, maar van 1 tot
6 en dan ook nog eens omgekeerd. Als je een 1 haalt voor een proefwerk ben je
dus erg goed. Een 4 is te vergelijken met onze 5,5 en een 6 zou je bij ons 1,2
of 3 zijn.
schoolgeld
Alle openbare scholen in Duitsland zijn gratis. Ook de boeken worden door de
overheid verstrekt. Bijzondere scholen, zoals Montessori- of Waldorfscholen
(antroposofische Rudolf Steiner scholen) of christelijke scholen vragen soms
schoolgeld.

computers op school
In 1996 startte het landelijke ministerie van onderwijs samen met de Duitse
Telekom de actie "Schulen ans Netz". Sindsdien zijn 92 % van de 34.000
scholen aangesloten op internet. Het aantal computers in de scholen is alleen
nog niet zo groot. In de Berufsschulen (vergelijkbaar met onze vmbo's kader- en
beroepsgericht) delen zo'n 15 leerlingen een computer. In de andere schooltypen
varieert dit tussen de 17 en 23 leerlingen per computer. In 2005 moeten zij ook
ongeveer 1 computer per 15 leerlingen hebben, zo luidt het plan. Een groot
probleem vormt het onderhoud. De scholen hebben vaak geen of onvoldoende
deskundig personeel om de computers te kunnen onderhouden.
"Halbtagsschule" -
"Ganztagsschule"
95 % van alle scholen - basisscholen en voortgezet onderwijs - in Duitsland
zijn Halbtagsschulen, dat wil zeggen, dat de lessen om zo'n 13.00 of 14.00
afgelopen zijn. Soms is er daarna nog wel een activiteit, maar vaak zijn dat
keuze-uren. Daarmee is Duitsland een uitzondering in Europa. Dit is historisch
gegroeid. De katholieke kerk vond dat de school niet de opvoeding moest gaan
bepalen. Bovendien waren in de 19e en begin 20e eeuw de kinderen 's middags op
de boerderij nodig. En na de Tweede Wereldoorlog vonden veel mensen dat moeder
voor de kinderen thuis moest zijn.
Steeds vaker gaan Bundesländer er toe over om naar de
"Ganztagsschule" over te stappen. De voorstanders zeggen dat hierdoor
vrouwen makkelijker kunnen werken en dat kinderen uit sociaal zwakke milieus -
ook kinderen van buitenlanders - hierdoor (met meer lessen dus) beter zullen
presteren. Bovendien bleek dat landen met goede resultaten in het PISA-onderzoek
de leerlingen ook 's middags les lieten volgen.
"Orientierungsstufe": de brugklas
In Nederland kennen de meeste scholen een brugklas, bedoeld als overgang
tussen je basisschool en het voortgezet onderwijs. Soms duurt die brugklas zelfs
twee jaar, zodat je in die tijd kunt bepalen, voor welk schooltype (vmbo, havo,
vwo) je het meest geschikt bent. In Duitsland heet dit de Orientierungsstufe,
die vaak twee jaar duurt. Alleen voor een gymnasium kun je zelf kiezen naar
welke school je gaat. Anders word je ingedeeld bij een school in de buurt.
Duits schoolysteem voortgezet onderwijs
Er zijn eigenlijk 16 verschillende schoolsystemen in Duitsland. De
schoolsoorten die ik hieronder noem zijn vrij bekend, maar lang niet
overal te vinden. Soms heten ze anders, hebben verschillende vakken, duren
langer of korter enz. Alleen de Grundschule (basisschool) en het
gymnasium komen overal voor. Sommige scholen bieden combinaties van
schoolsoorten aan, zoals de "Mittelschule" in Sachsen, die
"regionale Schule" Rheinland-Pfalz of de "Regelschule"
in Thüringen. De klassieke opbouw "Hauptschule - Realschule -
Gymnasium" is alleen in Baden-Württemberg te vinden.
Hauptschule
Dit schooltype duurt vijf tot zes jaar en is bedoeld voor leerlingen,
die daarna een "Lehre machen", oftewel een afrondende praktische
vakopleiding. Behalve theorie is er op de Hauptschule veel aandacht voor
praktijkvakken voor diverse vervolgberoepen. Op je 16e heb je - als alles
goed gegaan is - een Hauptschulabschluss gehaald en solliciteer je bij een
bedrijf naar een Lehrstelle, een opleiding binnen een bedrijf in
combinatie met een paar dagen per week theorieonderwijs in de betreffende
vakopleiding (een soort MBO). De Hauptschule doet voor ons het meest aan
het VMBO denken.
Realschule
De Realschule zou je een beetje met onze HAVO kunnen vergelijken. Er
wordt meer zelfstandig leren verwacht en er wordt dieper op de inhoud
ingegaan. Het is allemaal wat breder en theoretischer dus. Toch is er op
de Realschule - anders dan bij onze havo - ook aandacht voor
beroepsgerichte praktijkvakken en stages binnen bedrijven. De Realschule
duurt 6 jaar. Daarna ga je naar een Berufsfachschule of een
Fachoberschule, een soort HBO, of je gaat door naar het gymnasium.
Gymnasium
Het gymnasium is net als bij ons bedacht voor leerlingen die na de
middelbare school naar een HBO of universiteit gaan. De opleiding is breed
en theoretisch en duurt 9 jaar. Je bent dus op je 19e klaar met het
gymnasium, nadat je het examen (das Abitur) gedaan hebt. Na eerste zes
jaar daarvan kun je je in verschillende vakken specialiseren. Die volg je
dan als "Leistungsfach". Je krijgt er dan ook meer les in. Je
zou het Duitse gymnasium met het Nederlandse atheneum/gymnasium of vwo
kunnen vergelijken.
Gesamtschule
In 1969 werd een nieuwe schoolsoort opgericht, de Gesamtschule.
"Gesamt" betekent samen, bijelkaar. Leerlingen van de
Hauptschule, Realschule en Gymnasium zitten gewoon door elkaar in de
klassen en krijgen samen les. In de bovenbouw worden groepen naar niveau
gevormd. Iedereen sluit de Gesamtschule af op het schoolniveau dat hij of
zij aankan. Dit schooltype heet de kooperative Gesamtschule en vind
je vooral in Bundesländer met sociaal-democratische regeringen, want
conservatieve politici vinden het een slecht idee. Er zijn ook additive
Gesamtschulen, die leerlingen niet onderling in klassen mengen, maar
Haupt- en Realschule en ook Gymnasium in één gebouw aanbieden. Dit lijkt
weer erg op onze brede scholengemeenschappen, waar je bijna altijd
vmbo-havo en vwo onder één dak (soms op meerdere locaties) vindt.

|
|
Wie haalt welk diploma in Duitsland?
In het schooljaar 1997/1998 haalden in het gewone voortgezet
onderwijs van alle leerlingen:
[Bron: Statistisches Bundesamt, 2000]
|
|
soort diploma
|
percentage
|
|
geen |
9 |
|
Hauptschule |
26,5 |
|
Realschule |
40,1 |
|
Gymnasium |
24,4 |
Universiteiten
De Duitse universiteiten waren in de 19e eeuw vernieuwend en toonaangevend
door de toen unieke combinatie van Forschung & Lehre (onderzoek en
onderwijs). Inmiddels kampen zij met grote problemen: In plaats van een
service-gerichte organisatie komt menige Duitse universiteit meer over als een
bastion van verstikkende bureaucratie en verstarring. In de internationale
concurrentie komen Duitse universiteiten steeds slechter uit de bus.
Collegegeld
Collegegeld bestaat niet in Duitsland, omdat men vindt dat iedereen toegang
tot hoger onderwijs moet hebben. Dat heeft mede tot gevolg dat vrijwel elke
universiteit met overvolle collegezalen kampt. Om de weinige plaatsen in een
hoorcollege of werkcollege wordt gevochten, waardoor menige student vertraging
in zijn studie oploopt. Gemiddeld doet een Duitse student zes jaar over zijn
studie. Ter vergelijking: In Nederland is dat 3,9 jaar, in de VS 4, in Engeland
zelfs 3,5 jaar. De uitval is hoog, onderweg haken veel studenten door de
anonymiteit en de slechte begeleiding af. In Nederland heeft 34 % van de
bevolking een wetenschappelijk diploma, in Duitsland is dat 16%.
Door de hoge salarissen van het wetenschappelijk personeel en de
bezuinigingen, die de diverse deelstaten de laatste jaren invoerden, zitten veel
jonge wetenschappers op de universiteiten te wachten op een vaste baan om hun
professoren van vroeger op te kunnen volgen. Maar ook de korte contracten,
waarmee men probeert om waardevolle wetenschappers nog binnen te houden, kunnen
niet oneindig zijn. En daarom zoekt menige Duitse topwetenschapper zijn carrière
ergens anders, meestal in de VS. Drie van de vier Duitse
Nobelprijswinnaars van de laatste jaren werken in de VS.
Wetenschappelijk onderzoek
In het wetenschappelijk onderzoek moet Duitsland oppassen, niet de boot te
missen. Jonge wetenschappers, die na hun promotie tot "Doktor" door
willen gaan door te "habilitieren", en daarmee de toegang tot het
professorenschap willen verwerven, stuiten vaak op problemen. De zittende -
vergrijzende - professoren bepalen in feite, welk onderzoek er plaats kan vinden
en zijn niet altijd in voor "iets nieuws". En juist daar moet
wetenschappelijk onderzoek het van hebben. Van zelfstandig en vrij
wetenschappelijk onderzoek is voor hun "Doktoranden" dan ook vaak geen
sprake. De professoren worden voor hun leven benoemd en zijn nauwelijks ter
verantwoording te roepen als ze hun werk slecht doen.
Dit werkt verlammend op de wetenschapsbeoefening. Samenwerking en
uitwisseling tussen wetenschappers en tussen vakken komt nauwelijks van de
grond. De Duitse universiteiten zijn nauwelijks of niet in staat om flexibel op
wetenschappelijke ontwikkelingen in te springen.
Toekomst universiteiten & hogescholen
Er wordt al vele jaren over deze situatie geklaagd, maar er is nog
niets gebeurd. De Duitse regering probeert om via een wijziging in het
beambtenrecht verbeteringen aan te brengen: Universiteiten mogen in de toekomst
het salaris van hun professoren meer op basis van de geleverde prestaties
betalen. De automatische - leeftijdsgebonden - salarisverhogingen komen te
vervallen, er komt geen bovengrens meer voor het salaris. Om de internationale
concurrentie te kunnen volhouden, kunnen de beste professoren dus topsalarissen
krijgen, zodat ze niet zo gauw naar een andere universiteit zullen gaan.
Daarnaast luidt het voorstel om jonge onderzoekers - de Doktoranden -
onafhankelijker van de zittende professoren te laten werken.
Veel andere verbeteringen kan de Duitse bondsregering niet zelf op gang
brengen. Het onderwijs is immers "Ländersache", oftewel een zaak van
elk van de 16 Bundesländer zelf.
bronnen: o.a. "Schulpolitik der Länder driftet
auseinander." in Der Tagesspiegel 07.06.2002 / "Computer gegen
Pisa-Frust" in Der Tagessspiegel 21.06.02 / "Die Mama zu Hause war das
Ideal" in Der Tagesspiegel 06.06.2002 / "Die Bildungs-Weisen sollen es
schaffen" in Der Tagesspiegel 26.06.2002 / "Es gibt bessere
Zeugnisse" in Der Tagesspiegel 24.06.2002 / "Land van dichters leest
niet meer" in NRC Handelsblad 24.06.2002 / "Die Schule und Pisa II:
Festgemauert in der Erden" von Anja Kühne in Der Tagesspiegel, 23.11.2004
|