landbouw
landbouw en economie De betekenis van de landbouw voor de economie is in Europa na de Tweede Wereldoorlog steeds verder achteruit gegaan. Door het gebruik van steeds betere zaai- en oogsttechnieken en door intensieve veehouderij produceren steeds minder boeren steeds meer voedsel. In 1950 voedde één boer nog 10 mensen, nu zijn dat er zo'n 125. In Europa wordt er teveel geproduceerd. De prijzen voor voedsel werden door het overaanbod steeds lager en steeds meer kleinere boerderijen kunnen niet meer met winst draaien. Alleen grotere bedrijven kunnen goedkoop produceren. De laatste jaren stopten jaarlijks 2.000 Duitse boeren er mee.
subsidies De helft van het budget van de EU gaat naar de landbouw. De Duitse landbouw ontvangt jaarlijks 12,2 miljard Mark aan subsidies van de EU en nog eens 15,1 miljard Mark aan subsidies. De subsidies werden verstrekt aan boeren om hun bedrijven te moderniseren of ook om het hoofd boven water te kunnen houden. Door minimale prijzen verplicht te stellen en extra belastingen te heffen op producten van buiten de EU bijvoorbeeld. Zo'n 20 procent van de agrarische bedrijven ontvangt 80% van alle subsidies. Op al die subsidies is steeds meer kritiek gekomen. Aan de ene kant betaalt de EU om meer te produceren en aan de andere kant betaalt de EU de vernietiging van diezelfde overproductie.
De landbouw moet drastisch anders aangepakt worden, besloot de Duitse regering. "Stoppen met de agrarische fabrieken!" verkondigde bondskanselier Schröder. De nieuwe minister van landbouw besloot dat zo'n 10% van de agrarische bedrijven biobedrijven moest worden. In de nieuwe manier van werken moet het milieu en de gezondheid van de consument ook een plaats krijgen. Boeren moeten hun producten regionaal gaan verkopen. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. En terug naar vroeger ("10 koeien en 2 varkens op hooi in een gezellige stal") kan ook niet. Produceren de boeren biologisch dan vindt de consument ze te duur. Produceren ze goedkoper (massaproductie) dan vindt de consument dit om ethische redenenen en vanwege de risico's ook niet goed. Het probleem zit dus ook bij de consument, die meer moet willen betalen voor biologisch geproduceerd voedsel. Volgens onderzoeken blijkt maar zo'n kwart van de bevolking hiertoe bereid. Tot nu toe is biologisch produceren veel duurder en betekent voor veel boeren dat ze failliet zullen gaan. Maar niet alleen veel boeren protesteren daarom tegen deze plannen. Biologisch produceren betekent dat sproeimiddelen en kunstmest niet meer gebruikt worden, en daardoor loopt de kunstmestindustrie zo'n 800 miljoen Euro aan inkomsten mis. Felle tegenstand zal ook de veevoerindustrie leveren. Voordat bekend werd dat BSE door het gebruik van diermeel veroorzaakt wordt, verkochten ze jaarlijks voor 3 miljard Euro aan de boeren. Bio-boeren produceren op hun eigen land het voer voor hun dieren en zullen dus minder of zelfs geen veevoer meer hoeven kopen. Het is voor de boeren wel duurder om het zelf te verbouwen. En tot slot zijn er veel boeren die erg veel geld in de modernisering van hun bedrijf geïnvesteerd hebben - vaak zelfs met subsidies - en niet inzien waarom ze opeens terug zouden moeten keren naar een duurdere manier van produceren. Der Deutsche Bauernverband Met zo'n 530.000 leden is deze vereniging van boeren een machtige club, die overal een woordje meespreekt en opkomt voor het belang van de boeren. Tot nu toe hielden ze vernieuwingen vaak tegen en zorgden er voor dat hun boeren niet ten gunste van de biologische boeren benadeeld werden. Meer info
bronnen o.a. : Der Tagesspiegel dd. 12.01.01/ 14.01.01 / 21.01.01 / DIE ZEIT dd. 18.01.01/ Statistisches Jahrbuch 2000 |
|
een project van © Paul Goossen
- vaklokaal
Duits |