Werkwoorden Naamvallen Zelfstandig naamwoord Voornaamwoord Getallen Overige
onregelmatige
zwakke | sterke
met haben/sein
met vaste naamval Konjunktiv
Lijdende vorm
Wanneer welke?
DER- | EIN-groep  
bijvoeglijk naamwoord
voorzetsels en
werkwoorden met naamvallen
bijzonderheden

TIP: naamvalmachine
hoofdletter of kleine ?
der, die of das ?
samengestelde woorden
meervoud maken
verkleinvormen
betrekkelijk
persoonlijk
wederkerend
vragend
hoofdtelwoorden
rangtelwoorden
breuken
ein of eins?
procenten
trappen van vergelijking
vergelijkingen maken
persoonlijke brief
zakelijke brief
+
hl veel kleinere tips en uitleg!

 

Werkwoorden > Uitleg sterke werkwoorden

Sterke werkwoorden: tegenwoordige tijd

A standaard: dezelfde uitgangen als het zwakke werkwoord in de tegenwoordige tijd

maar...

B een a in de stam wordt bij du/er/sie/es:

voorbeeld: laufen [= lopen, rennen]
ich 
du 
er/sie/es 
wir 
ihr 
sie/Sie  

laufe
lufst
luft
laufen
lauft
laufen

ik loop
jij loopt
hij/zij/het loopt
wij lopen
jullie lopen
zij lopen / u loopt

... als de stam eindigt op een -d, of -t wordt de vorm dan toch zo kort mogelijk:

voorbeeld: raten [= raden, aanraden]
ich 
du 
er/sie/es 
wir 
ihr 
sie/Sie  

rate
rtst
r
t
raten
ratet
raten

ik raad
jij raadt
hij/zij/het raadt
wij raden
jullie raden
zij raden / u raadt

Bekijk hier een uitlegfilmpje over deze a- wissel:

 

De e/i(e) Wechsel

C lange e wordt ie:
als de e in de stam lang uitgesproken wordt (zoals in lesen)
dan verandert deze bij du/er/sie/es in een ie:

voorbeeld: lesen [= lezen]
ich 
du 
er/sie/es 
wir 
ihr 
sie/Sie  

lese
liest
liest
lesen
lest
lesen

ik lees
jij leest
hij/zij/het leest
wij lezen
jullie lezen
zij lezen / u leest

D korte e wordt korte i:
als de e in de stam kort uitgesproken wordt (zoals in sprechen)
dan verandert deze bij du/er/sie/es in een i:

voorbeeld: sprechen [= spreken]
ich 
du 
er/sie/es 
wir 
ihr 
sie/Sie  

spreche
sprichst
spricht
sprechen
sprecht
sprechen

ik spreek
jij spreekt
hij/zij/het spreekt
wij spreken
jullie spreken
zij spreken / u spreekt

Bekijk hier een uitlegfilmpje over deze e/i(e) wissel:

LET OP:

toch geen e/i-wisseling hebben:
branden: (brennen) es brennt
denken: (denken) er denkt
gaan: (gehen) er geht
kennen: (kennen) er kennt
noemen: (nennen) er nennt
rennen: (rennen) er rennt
optillen/bewaren: (aufheben) er hebt auf
staan: (stehen) er steht
zich wenden (tot): (sich wenden an+4) er wendet sich an

afwijkende e/i-wisselingen
Je zou verwachten dat zij een ie in de stam krijgen, maar het wordt toch een i:
geven: (geben) er gibt
nemen: (nehmen) er nimmt
worden: (werden) er wird

Sterke werkwoorden: verleden tijd

Voordat je de uitgangen achter de stam kunt plaatsen moet je eerst weten (of opzoeken) hoe de stam in de verleden tijd eruit ziet. Bij sterke werkwoorden verandert die namelijk in de verleden tijd. In het Nederlands is dat ook zo. Bijv. in de tegenwoordige tijd: komen (stam: kom-), maar in de verleden tijd: kwamen (stam: kwam).

A standaardgroep

voorbeeld: kommen [= komen] stam in de verleden tijd: kam-
ich 
du 
er/sie/es 
wir 
ihr 
sie/Sie  

kam
kamst
kam
kamen
kamt
kamen

ik kwam
jij kwam
hij/zij/het kwam
wij kwamen
jullie kwamen
zij kwamen / u kwam

B als de stam op een s-klank eindigt:

voorbeeld: lesen [= lezen] stam in de verleden tijd: las-
ich 
du 
er/sie/es 
wir 
ihr 
sie/Sie  

las
lasest
las
lasen
last
lasen

ik las
jij las
hij/zij/het las
wij lazen
jullie lazen
zij lazen / u las

C als de stam eindigt op -d, -t :

voorbeeld: finden [= vinden] stam in de verleden tijd: fand-
ich 
du 
er/sie/es 
wir 
ihr 
sie/Sie  

fand
fandst
fand
fanden
fandet
fanden

ik vond
jij vond
hij/zij/het vond
wij vonden
jullie vonden
zij vonden / u vond

Sterke werkwoorden: voltooid deelwoord

Het voltooid deelwoord van een sterk werkwoord kun je niet met grammaticaregeltjes afleiden.
Je moet het van ieder werkwoord opzoeken en los leren.

Sterke werkwoorden: gebiedende wijs

A als je tegen n persoon praat: enkelvoud:

ich-vorm van het werkwoord
Otto, kom eens hier !
- Otto, komm doch mal her !
Anja, hou dat eens vast alsjeblieft.
- Anja, halte das mal bitte fest.

maar als het een werkwoord met e/i- of e/ie wisseling is, komt die ook in de gebiedende wijs enkelvoud:
Jrgen, lees dit eens !
- Jrgen, lies das mal !

B als je tegen meer personen praat: meervoud:

ihr-vorm van het werkwoord
Karl en Hans, geef dat meteen terug !
- Karl und Hans, gebt das sofort zurck !

C beleefdheidsvorm:

Sie-vorm van het werkwoord
Meneer Siebert, help hem dan toch!
- Herr Siebert, helfen Sie ihm doch!

s-klanken ?

Werkwoorden waarvan de stam eindigt op een s-klank zijn bijvoorbeeld:

reisen = reizen
mixen = mixen
heizen = verwarmen
heien = heten
vermissen = missen


 

Zoeken op trefwoord:  A - B - C - D - E - FG - H - I - J - K - LM - N - O - P - R - S  - T - U - V - W - Z
 
TIP: In het boekje Duits in je pocket heb je de belangrijkste grammatica + allerlei tips over de Duitse taal bij de hand!

Via Google zoeken binnen deze opzoekgrammatica Duits:

Copyright  www.duits.de / Paul Goossen