Werkwoorden Naamvallen Zelfstandig naamwoord Voornaamwoord Getallen Overige
onregelmatige
zwakke | sterke
met haben/sein
met vaste naamval Konjunktiv
Lijdende vorm
Wanneer welke?
DER- | EIN-groep  
bijvoeglijk naamwoord
voorzetsels en
werkwoorden met naamvallen
bijzonderheden

TIP: naamvalmachine
hoofdletter of kleine ?
der, die of das ?
samengestelde woorden
meervoud maken
verkleinvormen
betrekkelijk
persoonlijk
wederkerend
vragend
hoofdtelwoorden
rangtelwoorden
breuken
ein of eins?
procenten
trappen van vergelijking
vergelijkingen maken
persoonlijke brief
zakelijke brief
+
héél veel kleinere tips en uitleg!

 

Getallen

Hoofdtelwoorden

Bekijk hier de uitleg- en oefenvideo:

 

1 = eins
2 = zwei
3 = drei
4 = vier
5 = fünf
6 = sechs
7 = sieben
8 = acht
9 = neun
10 = zehn
11 = elf
12 = zwölf
13 = dreizehn
14 = vierzehn
15 = fünfzehn
16 = sechzehn
17 = siebzehn
18 = achtzehn
19 = neunzehn
20 = zwanzig
30 = dreißig
40 = vierzig
50 = fünfzig
60 = sechzig
70 = siebzig
80 = achtzig
90 = neunzig
100 = hundert
1.000 = tausend
100.000 = hunderttausend
1.000.000 = die Million (meervoud: die Millionen)
1.000.000.000 = die Milliarde

bijvoorbeeld:

65 = fünfundsechzig
138 = hundertachtunddreißig
1247 = eintausendzweihundertsiebenundvierzig / zwölfhundertsiebenundvierzig

Rangtelwoorden

voorbeeld: Dat is de tweede poging. - Das ist der zweite Versuch.

1e t/m 19e: voorbeelden met de datum:

  • der erste Mai / am 1. Mai [=voluit: am ersten Mai]
  • der zweite Mai / am 2. Mai [=voluit: am zweiten Mai]
  • der dritte Mai / am 3. Mai [=voluit: am dritten Mai]
  • der vierte Mai / am 4. Mai [=voluit: am vierten Mai]
  • der fünfte Mai / am 5. Mai [=voluit: am fünften Mai]
  • der sechste Mai/ am 6. Mai [=voluit: am sechsten Mai]
  • der siebte Mai / am 7. Mai [=voluit: am siebten Mai]
  • der achte Mai / am 8. Mai [=voluit: am achten Mai]
  • der neunte Mai / am 9. Mai [=voluit: am neunten Mai]
  • der zehnte Mai / am 10. Mai [=voluit: am zehnten Mai]
    enz

vanaf 20 zet je overal ste erachter:

  • der zwanzigste Mai / am 20. Mai [=voluit: am zwanzigsten Mai]
  • der einundzwanzigste Mai / am 21. Mai [=voluit: am eindundzwanzigsten Mai]
  • der zweiundzwanzigste Mai / am 22. Mai [=voluit: am zweiundzwanzigsten Mai]
    enz

Breuken

  • de helft = die Hälfte
  • een derde = ein Drittel
  • een vierde = ein Viertel
  • een vijfde = ein Fünftel

enz.:  telkens een -l achter het rangtelwoord.

één: ein of eins?

  • als je telt of een getal noemt
    eins, zwei, drei enz.
  • bij kloktijden
    Het is kwart over een.
    - Es ist Viertel nach eins.
  • als het een bijvoeglijk naamwoord is
    Ik wil maar één ijsje hoor.
    - Ich möchte nur ein Eis.
  • als het een zelfstandig gebruikte vorm van een is kun je soms eins krijgen
    Ik wil geen ijs, wil jij er één ?
    - Ich möchte kein Eis, möchtest du eins ?

Meervoudsvorm bij procenten

  • als je in het Nederlands zegt:
    60% van de Nederlanders heeft een auto.
  • moet je in het Duits vertalen:
    60% der Niederländer haben ein Auto.

De logica hierachter in het Duits: 60% is meer dan één procent en dus meervoud.


 

Zoeken op trefwoord:  A - B - C - D - E - FG - H - I - J - K - LM - N - O - P - R - S  - T - U - V - W - Z
 
TIP: In het boekje Duits in je pocket heb je de belangrijkste grammatica + allerlei tips over de Duitse taal bij de hand!

Via Google zoeken binnen deze opzoekgrammatica Duits:

© Copyright  www.duits.de / Paul Goossen