Werkwoorden Naamvallen Zelfstandig naamwoord Voornaamwoord Getallen Overige
onregelmatige
zwakke | sterke
met haben/sein
met vaste naamval Konjunktiv
Lijdende vorm
Wanneer welke?
DER- | EIN-groep  
bijvoeglijk naamwoord
voorzetsels en
werkwoorden met naamvallen
bijzonderheden

TIP: naamvalmachine
hoofdletter of kleine ?
der, die of das ?
samengestelde woorden
meervoud maken
verkleinvormen
betrekkelijk
persoonlijk
wederkerend
vragend
hoofdtelwoorden
rangtelwoorden
breuken
ein of eins?
procenten
trappen van vergelijking
vergelijkingen maken
persoonlijke brief
zakelijke brief
+
héél veel kleinere tips en uitleg!

 

Overige > Trappen van vergelijking | vergelijken in het Duits

 

 

Trappen van vergelijking

meestal net als in het Nederlands:

stellende trap vergrotende trap overtreffende trap
klein kleiner kleinst

maar als het woord op een -d, -t of een s-klank (-s, -ss, -ß, -x, -z) eindigt
krijgt de overtreffende trap een extra e:

stellende trap vergrotende trap overtreffende trap
breit
heiß
breiter
heißer
breitest
heißest

bijvoeglijke naamwoorden van één lettergreep krijgen (bovendien) vaak een Umlaut:

stellende trap vergrotende trap overtreffende trap
arm
dom
hard
jong
koud
kort
lang
oud
rood
scherp
verstandig
sterk
warm
zwak
arm
dumm
hart
jung
kurz
kalt
lang
alt
rot
scharf
klug
stark
warm
schwach
ärmer
dümmer
härter
jünger
kürzer
kälter
länger
älter
röter
schärfer
klüger
stärker
wärmer
schwächer
ärmst
dümmst
härtest
jüngst
kürzest
kältest
längst
ältest
rötest
schärfst
klügst
stärkst
wärmst
schwächst

onregelmatig:

stellende trap vergrotende trap overtreffende trap
dichtbij
goed
groot
hoog
veel
nah
gut
groß
hoch
viel
näher
besser
größer
höher
mehr
nächst
best
größt
höchst
meist

uitdrukking: het bekendst, het meest, het grootst enz.
Hiervoor neem je de vorm van de overtreffende trap, voorafgegaan door am en gevolgd door en:

  • het bekendst = am bekanntest+en = am bekanntesten
  • het meest = am meist+en = am meisten
  • het grootst = am größt+en = am größten

Mensen en dingen vergelijken 

  • als er geen verschil is:
    • Hij is even snel.
      - Er ist gleich schnell.
    • Hij is net zo/even snel als ik.
      - Er ist genauso (of: ebenso) schnell wie ich.
    • Hij is net als/zoals/als zijn broer.
      - Er ist wie sein Bruder.
  • als er wel een verschil is:
    • Hij is sneller dan ik.
      - Er ist schneller als ich.


 

Zoeken op trefwoord:  A - B - C - D - E - FG - H - I - J - K - LM - N - O - P - R - S  - T - U - V - W - Z
 
TIP: In het boekje Duits in je pocket heb je de belangrijkste grammatica + allerlei tips over de Duitse taal bij de hand!

Via Google zoeken binnen deze opzoekgrammatica Duits:

© Copyright  www.duits.de / Paul Goossen